Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het minst te danken, dat de aloude Gereformeerde belijdenis weer in haar vollen rijkdom voor het leven van onzen tijd werd verstaan en dat de groote strijd kon worden aangebonden om de Kerk vrij te maken van de banden, waarin zij lag gekneld.

Schier onafgebroken heeft Dr. Kuyper al die jaren zijn beste krachten aan ons blad gewijd. Hoe het mogelijk was te midden van een zoo veelomvattenden werkkring, die meer dan menschelijke kracht eischte, den tijd te vinden om elke week een rijkdom van artikelen voor ons blad te schrijven, valt bijna niet te begrijpen. En toch welde altoos even frisch en klaar de stroom van gedachten uit zijn pen en hoofd op. En daarbij bleek vooral, welk een meesterschap hij bezat over de taal en de uitdrukking der gedachten. Wie het niet wist, zou het nooit geloofd hebben, dat de Staatsman, die in de Standaard met veldheersblik den geheelen politieken toestand overzag en de meest pakkende leuzen wist te vinden voor den aanval tegen den vijand, dezelfde man was, die in De Heraut als dogmaticus optrad en zijn breede volgreeksen schreef over de moeilijkste theologische problemen. Dat de redacteur, die in De Standaard zijn schitterend vernuft deed spelen in de driestarren, dezelfde was, die in De Heraut zijn innig mystieke meditatiën schreef, die de teerste uitingen waren van het verborgen zieleleven met God. En toch was er ook bij die rijke verscheidenheid in onderwerp en dictie altoos de diepere eenheid van doel en geestesrichting; want dat doel was geen ander, dan om op elk terrein des levens God weer tot Zijn eere te doen komen en Zijne ordinnantiën te handhaven ....

Aan het program, door Dr. Kuyper zelf in zijn eerste leader in De Heraut geteekend, is hij altoos trouw gebleven. Zijn doel bij de stichting van De Heraut was, zooals hij schreef, om de Gereformeerde beginselen weer onder ons volk bekend te maken. Aan de overheersching van een uit Duitschland tot ons gekomen Theologie wilde hij een einde maken. Ons volk had een eigen, een echt Nederlandsche Theologie, de aloud-Gereformeerde of Calvinistische, en daarheen moest het weer worden teruggeleid. Nog leefde die Theologie voort in het hart van het volk, maar in de wetenschappelijke wereld, ook in den kring der predikanten, telde ze niet meer mee. Het was de „nachtschool," die afgetrapt moest worden. Maar Dr. Kuyper, die zelf te Beesd, te Utrecht en te Amsterdam met deze verachte Gereformeerden in aanraking was gekomen en in dien kring het beste en vroomste deel van ons volk had leeren kennen, sloot van ganscher harte zich bij hen aan, werd de bezielde tolk van hun geloof, en deed de kracht van hun belijdenis weer herleven. Doch tegelijk sprak hij reeds in dit eerste artikel het uit, dat, al moest, om den grondslag voor een betere Theologie te vinden, teruggekeerd naar de belijdenis onzer vaderen, daarom aan repristinatie niet mocht gedacht worden. Wie Gereformeerd is, schreef hij, moet altoos reformeeren. De belijdenis, die eeuwen lang had stilgelegen, moest ontwikkeld, moest in verband gezet met het denken van onze eeuw, moest een antwoord geven op de behoeften van onzen tijd.

Sluiten