Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de zee te bevaren. Hij ging in zijn vrijen tijd bij voorkeur naar zeeschepen. Altijd trachtte hij verscheidene matrozen rond zich te vergaderen. Eén ding echter hinderde hem zeer: het vloeken en de ruwe taal der zeelieden. Telkens vroeg hij of zij niet meer vloeken wilden en om hun hart te winnen bracht hij meermalen sigaren mede om onder hen uit te deelen. Hij liet het echter niet daarbij, maar vroeg of zij luisteren wilden dan zou hij wat voorlezen. Dan las hij hen een stuk van een preek zijns vaders voor.

Eens echter, het was tegen den tijd, dat zijn vader een beroep naar Leiden had, kwam hij weemoedig naar zijn zusje, later, mevrouw Mond, die hij al zijn hartsgeheimen mededeelde, om te zeggen, dat hij weer naar een schip geweest was, en de matrozen vreeselijk had hooren vloeken. Hij verlangde nu ook niet meer naar zee, maar wilde gaan studeeren.

Op het gymnasium te Leiden muntte hij uit. Meermalen las hij in de klas op welsprekende wijze opstellen, die hij over verschillende onderwerpen gemaakt had, voor. Dit wekte de afgunst zijner medeleerlingen op. Een hunner bestond het hem een briefje te sturen met een Fransch versje, waarin op dat talent op schampere wijze gezinspeeld werd. Daarover heftig ontstoken schreef de jonge Kuyper in goed Hollandsch terug:

Wie overal zijn mond in steekt,

En telkens schiet met spek,

Loopt kans dat hij zijn hersens breekt En wordt verklaard voor gek.

Van dien tijd af had hij geen last meer van zijn belagers.

Uit deze mededeelingen ziet men dat in Dr. Kuyper's jeugd reeds aanstonds twee karaktertrekken openbaar werden: groote teederlieid voor die hij liefhad en slagvaardigheid in het afweren van aanvallen.

WINCKEL.

„Predikbeurtenblad" (het Amsterdamsche) 13 Nov. 1920.

Ook in ons blad sta een woord van herinnering aan dezen genialen man, want van 1870 tot '74 is hij Herder en Leeraar geweest van onze Hervormde Gemeente. Zijn optreden alhier als de eerste, die niet door den Kerkeraad maar door het Kiescollege ter beroeping was aangewezen, werd gekenmerkt door een gansch nieuw geluid. Wel sloot Dr. Kuyper zich aanvankelijk bij die Leeraars aan welke den rijken Christus der H. Schriften predikten, inzonderheid bij den edelen en onvergetelijken Ds. Hasebroek, maar weldra bleek, dat hij een eigen weg niet slechts ging doch ook wees.

Sluiten