is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

saamgegroeid met haar Leider en hoe onevenredig groot zijne beteekenis was voor haar leven. Gezond was deze verhouding niet, maar verklaarbaar alleen uit het geweldig overwicht zijner eminente persoonlijkheid.

Hoe gansch anders was hij dan Groen, de edele aristocraat, de wijsgeer-historicus, die het Christenvolk liefhad, en het terrein heeft geëffend, waarop Kuyper kon ingaan. Groen was een Christen, maar geen theoloog. Hij zocht naar de volksziel, maar bleef een veldheer, cie niet steeds een leger had. Kuyper, de Calvinist met belijndheid, kon het Gereformeerde volk uit zijne eenzame verstrooiing samenbrengen en maakte het tot een volk, dat zijne saamhoorigheid kende. De vaak bespotte en om hare slaafschheid gesmade Deputatenvergadering was zijn wapenschouw voor den aanvang van den slag. Zij toonde een dikwijls ontroerend beeld van sociaal voelen, van een machtig eenheidsbesef, dat den wil der enkelingen overmeesterde. Daar heerschte geen slavernij, maar straalde de lichtglans van het eene, aan allen gemeene geloof in het politieke ideaal, dat de massa wenkte tot den strijd. Daar waren geene slaven, maar de vrijheidshelden van het Calvinisme, die zich schaarden rondom hun veldheer. Van slavernij kwam eerst sprake, zoodra de Deputatendag van een wapenschouw dreigde te veranderen in een krijgsraad, die den ouden leeuw, in vrijheid ontwikkeld, zou klemmen in zijn advies. Maar toen was ook het schoone van de Deputaten-vergadering af en bleef Kuyper niets anders dan „aetatis causa" terugtreden.

Nog op één punt vestig ik hier de aandacht. Het Calvinisme mag ik niet zeggen, maar de Calvinisten dan zijn dikwijls beschuldigd van heerschzucht. En ook Kuyper's actie was daarom soms gevreesd, alsof hij het volk door een sterken arm met zijn Calvinisme zegenen wilde. En toch lag niets verder van hem dan anderen te dwingen in een Calvinistisch keurslijf. Intuïtief schouwde hij te diep in de volksziel om niet te verstaan, dat zij zich in dit moderne leven veelkleurig moest ontwikkelen. Naar één doel slechts streefde hij, maar naar dit ééne ook met alle kracht: wegruiming van alle staketsel, dat het Calvinisme belemmerde in zijne levensontplooiing. Zijn kamp gold aller vrijheid, opdat ook het Gereformeerde volk vrij zou kunnen zijn. In den schoolstrijd valt dit op, maar in zijn kerkelijken strijd niet minder. Zijn kerkelijk conflict gold het recht op de vrijheid der plaatselijke kerk, die geknecht is door een buiten-kerkelijke, zij het dan ook koninklijke macht.

Hoe groot was de bitterheid door dien aanslag op de geüsurpeerde Synodale autoriteit! Hij eischte op wat als legaat der voorgeslachten komen moest aan hunne kinderen. Welk een beroering! Hebben niet vogels van diverse pluimage samengerot om het snoode plan te verstoren en de organisatie staande te houden?

Er. ziet nu, een geslacht ging sinds voorbij, maar waar is de partij, die nog jubelt over deze organisatie en hare bestendiging wenscht? Vooral in dezen critieken tijd zou haar verdwijnen een zegen zijn,