is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze werden ontvangen. Voor dit organiseerende, representatieve werk was Kuyper de aangewezen man en Boissevain gaf hem dan ook na afloop der feesten den eere-titel van „organisateur de Ia victoire". Niet lang heeft de Kring van Kuyper's leiding profijt gehad, maar onder hèm werd de statuten- en reglementswijziging voltrokken, die noodig geworden was door de bekende Utrechtsche motie: het werk werd op tweeden Kerstdag 1900 voltooid, toen de Kring onder Kuyper's voorzitterschap vergaderde. In 1901 werd hij minister-president, en legde zijn werk in den Kring neer. Maar aanstonds werd hij tot eere-voorzitter benoemd, een functie waarvoor hij bedankte na het conflict in 1905, toen hij in de Tweede Kamer eenige woorden gesproken had over de dagbladpers, welke een scherpe critiek uitlokten.

Het was jammer.

En mij persoonlijk was het een voorrecht, dat ik hem op zijn 80en verjaardag in 1917 namens den Kring mocht gaan gelukwenschen, en hem meedeelen, dat het conflict bij ons geen wrange gevoelens had nagelaten en dat wij meenden op zijn feestdag niet te mogen ontbreken. Hij was er blij mee en heeft kort daarop ook schriftelijk voor dat „nobel levensteeken" van den Kring bedankt. Een hartelijk schrijven mocht ik ook van hem ontvangen in 1919, toen ik hem mijn boekje over de geschiedenis van den Kring had toegezonden. Hij leefde nog met ons mee.

Als journalist en als publicist heeft hij èn wat de kwaliteit èn wat de productiviteit van zijn arbeid betreft zijns gelijke niet gehad. Zijn magistrale talent behoef ik, onder ons, niet te schetsen. Wij allen staan er tegenover, van diepen eerbied vervuld. Velen van ons hebben hem vaak scherp bestreden, maar als dagbladschrijver had hij ons aller genegenheid en bewondering. Hij heeft het korte artikel, de driestar, in de Nederlandsche pers ingevoerd, en het is in zijn meesters-hand een wapen van ongemeene kracht geworden. Wat Kuyper in zoo'n driestar kon neerleggen, wat hij er mee kon doen, het was wonderbaarlijk. En hoe snél ook geschreven, neergeworpen temidden van overstelpend drukken arbeid, de vorm was altijd onberispelijk, en van een tintelende oorspronkelijkheid. Hij kende onze taal niet alleen tot in haar diepste wortelen en fijnste vezelen, maar hij heeft haar gemaakt. Want hij verrijkte haar met tal van schilderachtige uitdrukkingen en woorden, die sindsdien burgerrecht hebben verkregen en onvergankelijk zijn

Voor onze vereeniging zal het een eer blijven, dat deze groote figuur aan haar hoofd heeft gestaan.

D. H(ANS).

„Middelburgsche Courant" 9 Nov. 1920.

Gister, Maandagavond, is Dr. Kuyper zacht en kalm overleden. Zaterdag was de toestand niet direct verontrustend. Maar daarna is