is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere dan treurmuziek zou worden gespeeld, waarna eenige malen Chopin's doodenmarsch werd ten gehoore gebracht.

Een der omstanders maakte ons er op attent, hoe dit wel de verandering teekende die gaandeweg in de waardeering van den antirevolutionairen leider ontstaan is. Hij, de zoon van een hervormd predikant, herinnerde zich hoe anders dit nog was in de eerste jaren van Kuypers optreden. Zijn vader, die de bezadigd orthodoxe richting was toegedaan, was een groot bewonderaar van dominé Kuyper, totdat deze zich naar zijn meening, wat al te druk met de politiek begon in te laten.

Omstreeks de 70er jaren deden de dominé's ten onzent niet aan politiek. Dat wel te doen achten zij, nu wel niet als zonde, maar toch als iets van zoo wereldsch karakter, dat kerk en kansel zich er liefst afzijdig van diende te houden. Dit ging zelfs zoo ver, dat echt-vrome menschen van het stemrecht (als zij dat bezaten) nooit gebruik maakten.

En daar kwam nu Dr. Kuyper met zijn „Standaard" openlijk voor het naar de stembus gaan een felle propaganda voeren! Mijn vader — zoo vertelde onze zegsman — was óók geabonneerd op het nieuwe blad, maar bij ieder nummer schudde hij al meer het hoofd, totdat eindelijk, na de verschijning van een bepaald hoofdartikel, het vonnis voor goed geveld werd.

Niet alleen werd het abonnement op „De Standaard" opgezegd, maar vader nam Kuypers portret van den wand, scheurde het in stukken en zei tot zijn vrouw: „Mina, ik hoop dat dominé Kuyper gauw in den Hemel komt!"

Na een overzicht gegeven te hebben van den kerkelijken strijd, die tot gevolg had de doleantie in 1886, schrijft „Spectator" het volgende:

„Wie dit stuk Vaderlandsche Kerkgeschiedenis zelf mede beleefd heeft, weet welk een geweldige beroering de hier medegedeelde feiten indertijd hebben verwekt. In die fel bewogen dagen is het oordeel over Dr. Kuypers persoon en werk — want hij was in alles de stuwende en leidende kracht — niet altijd voldoende onpartijdig geweest.

Thans, meer dan dertig jaren later, oordeelen wij over vele dingen wel wat anders en waarschijnlijk ook wel wat juister en billijker dan toen. Wanneer wij thans op deze gebeurtenissen terug zien, treedt de persoonlijke kant van den doleantiestrijd op den achtergrond en zijn wij beter in staat den zakelijken kant ervan in het oog te vatten.

Wij zien thans, dat achter den personenstrijd verborgen ligt de strijd tusschen tweeërlei kerkbegrip, die tot op onzen tijd voortduurt. De groote vraag waarom het in 1886 ging en waarom het thans nog gaat, is de vraag of de kerk moet zijn een volkskerk, die de menigte wil omvatten en daarom op het samenwonen der verschillende richtingen moet zijn ingericht, dan wel of zij moet zijn een vrije kerk van geestverwanten in engeren zin, die staan op denzelfden bodem van een scherp omlijnde belijdenis. Dr. Kuyper heeft voor dit laatste