Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben. Maar wie de beweging innerlijk heeft medegemaakt wist toch, dat er sterke geestelijke motieven aan ten grondslag lagen; er was een opgewekt, innerlijk, geestelijk leven waarvan ook de tegenwoordige gereformeerden het vuur niet meer voelen nagloeien.

Maar het Calvinisme wil de religie het heele leven doen doordringen. Het is de vermenging van godsdienst en politiek, die beide gelijkelijk benadeelen moet, heeft men geklaagd. Ik voor mij geloof

terecht Toch is het wenschelijk zich in den gedachtengang in te

denken die leidde tot Kuyper's optreden. Dat ook onze staatkundige overtuigingen samenhangen met onze laatste levensovertuigingen, is wel niet te ontkennen; alleen het positivisme, dat zich om die vraagstukken niet bekommerde, of een krachtige overtuiging, die alles, wat bij haar past, als vanzelf sprekend aanvaardt, kon dit verband ontkennen. Ook is het mogelijk, dit te doen, wanneer men de religie ziet als persoonlijke houding tegenover de eeuwige dingen, met intuïtie gevoeld, maar niet in verstandelijk stelsel doordacht. Dan wordt zij een vrome levenshouding, een geestelijk sieraad voor de binnenkamer. Maar dit veronderstelt, dat men den socialen factor van den godsdienst ontkent en haar alles overheerschende stelling, haar het geheele leven doordringende levenskracht. Zégt men dus eenmaal Calvinisme, en denkt men dit door tot het uiterste, dan moet men komen tot een zeker verband tusschen staatskunde en godsdienst, dan moet er ook een zekere onderbewuste, ondergrondsche zuiging gevoeld worden en een geestesgemeenschap tusschen de belijders van één religie, zooals men dit eveneens zag in de vrijzinnige kringen.

Hii werd niet alleen de theoreticus der anti-revolutionaire partij, hij werd haar journalist en polemicus, altijd vaardig, altijd ree, om met scherpe pen zijn tegenstander te lijf te gaan. Daarbij maakte hij fouten. Men heeft gemeend: opzettelijk. Men heeft van zijn perfide driestarren gesproken. Men heeft in de wijze, waarop hij altijd in den derden persoon sprak van zichzelf aanstellerij gezocht. Mogelijk is niets van dat alles geheel onwaar, en toch meen ik de grondoorzaak te zien, niet in Kuyper's karakter, maar in zijn geestelijke constellatie. Allereerst, hij is de man niet van het nauwkeurige détail. Hij ziet van het bosch de boomen niet. Hij kon, toen de Eerste Kamer al lang 50 leden telde, nog van de Kamer van 39 spreken. Hij spreekt van Von Schopenhauer. Dergelijke dingen kunt ge bij tientallen bij hem aantreffen. Er zal bij hem dus dikwijls gewone onachtzaamheid zijn, die zijn heerschersnatuur niet wilde herstellen. Leiders verzwakken hun invloed, als zij het te vaak mis hebben. Verder ziet hij alles in zijn licht. Hij heeft al de schittering maar ook al de gevaren van den synthetischen geest, die zijn stelsels wonderlijk opbouwt, maar de heele werkelijkheid daarnaar vervormt. En zooals in zijn godsdienstige meditaties de emotioneele vrome zich uitleeft in teedere zielsstukken, zoo leefde in de driestarren de emotioneele staatsman zich uit met al de speelschheid van zijn luim, den spot van zijn satire, de

Sluiten