is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

net rustend, om het gezag der Overheid, de publieke veiligheid te handhaven^ verschaften kostelijke gelegenheid aan Kuyper's vijanden en tegenstanders van allerlei soort om hem verdacht te maken; te teekenen als geweldenaar, die de vrijheid des volks, van het woord, poogde te „muilbanden", en zoo meer

Dit alles is onbetwistbaar.

Maar even onaanvechtbaar is de waarheid, dat de Kabinets-formatie van 1901 voor Dr. Kuyper een droeve noodzakelijkheid is geweest en anders niet. Had hij er zich aan kunnen onttrekken, hij zou ongetwijfeld de Kroon eerbiedig gevraagd hebben, hem van de op-zichzelf-vereerende opdracht te ontheffen.

Maar dat kon niet.

En het resultaat was, dat de „legislatieve oogst" van het KabinetKuyper niet groot was. Bij de nieuwe regeling voor het Hooger Onderwijs kon de premier zich in zijn kracht toonen. Bij het pogen te verwezenlijken van verschillende andere hervormingen, zal hii zijn afgestuit op moeilijkheden, hun oorsprong vindend in de noodzakelijkheid om rekening te houden met de wenschen en bezwaren der politieke bondgenooten....

POLITICUS.

„Provinciale Groninger Courant" 9 Nov. 1920.

Doch zijn allergrootste verdienste ligt toch daarin, dat hij,

eenmaal de macht der propaganda erkend zijnde, in het bespelen van „het klavier der volksconsciëntie" een virtuositeit heeft getoond gelijk ten onzent nooit vóór hem vertoond is, gelijk niemand, geen uitgezonderd, het hem heeft kunnen nadoen. Zeker, ook Troelstra is virtuoos. Maar in een heel wat minderen stijl en op oneindig veel beperkter gebied. De laatste is beheerscher der schare voor korten tijd, zoolang hij ze onder zijn gehoor heeft. Kuyper heerscht voor goed en is grooter met de pen dan met het gesproken woord.

Zie hoe hij de zijnen bereikt. Zie hoe hij begrijpt, dat het maar niet voldoende is om geluid te geven, als men verstaan wil worden. Men moet dan een eigen stem opzetten. Men moet een nieuwe taal uitvinden, een taal niet naar mummie-achtige regels, maar passend voor het gehoor van zijn publiek. Men moet schrijven, plechtig en toch niet vervelend, kanselachtig en toch niet stijf, vlug en toch niet lichtzinnig, duidelijk en toch niet hinderlijk laag-bij-de-grondsch, populair en toch de suggestie gevend van iets hoogers

En in die taal moet men boeien, èn door telkens herhalen èn door telkens nieuw zijn. Aan die taal moet men de volgelingen gewennen, naar die taal moet men hen doen hunkeren, met die taal moet men hen brengen, waar. men ze hebben wil.

Welnu — dat is het wat deze bizondere man heeft weten te doen.