Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij heeft inderdaad zóó kunnen schrijven, dat een groot deel van ons volk hem verstond en zijn adviezen, vrijwel blindelings, volgde. Zoodoende heeft hij een haast ongeëvenaarde macht verworven, die hij gebruikt heeft

„Nieuwe Rotterdamsche Courant ' 9 Nov. 1920.

....Heeft de staatsman Kuyper — slechts over den staatsman spreken wij hier — iets duurzaams tot stand gebracht?

De vraag, zoo gesteld, is misschien niet geheel billijk. De omstandigheden hebben veroorzaakt, dat Dr. Kuyper's bezigheid grootendeels negatief is gebleven. Slechts gedurende eene betrekkelijk korte periode heeft hij positief de practijk van zijne beginselen kunnen toonen. Het gevolg is toen niet groot geweest, en bij al de forschheid van zijn daden en handelen heeft hij van zijn beginselen toch per slot van rekening in wetgeving en bestuur maar bitter weinig weten over te planten, en het trekt de aandacht, dat met name op het stuk van het onderwijs, later een Cort van der Linden kon slagen, nadat Kuyper gefaald had. Doch het is mogelijk niet rechtvaardig den staatsman Kuyper naar het korte tijdperk, dat hij minister was, te oordeelen. Kuypers kracht als staatsman school voornamelijk in zijn critisclien geest, die vriend noch vijand spaarde. Naar een zetel achter de groene tafel heeft hij nooit gedongen, en dat hij er toch eenmaal terecht kwam, is waarschijnlijk meer tegen zijn zin, dan uit eigen voorkeur geweest. Hij was bovenal man van oppositie, en is dat tot het eind toe gebleven.

Met dit te constateeren wordt aan zijn beteekenis voor onze staatkundige ontwikkeling met te kort gedaan. Er zijn in liet leven van elk volk tijden, waarin aan een critischen geest vóór alles behoefte is, tijden, waarin de staatkunde als het ware op een dood punt is gekomen, en met nieuwe elementen en nieuwe gedachten moet worden doortrokken om tot wederopbloei te kunnen geraken.

Heeft Dr. Kuyper in dien zin iets blijvends gebracht? Heeft hij in ons staatkundig leven elementen wakker geroepen, nieuwe beginselen op den voorgrond gebracht, waarop een regeeringstelsel kan opgebouwd worden?

De toekomst zal dit uitwijzen. Op liet oogenblik ziet het er niet naar uit, dat Dr. Kuyper uit dit oogpunt beschouwd in de geschiedenis van ons land onder de groote staatslieden zal worden geteld. Het kunstig gebouw, dat hij ineen getimmerd heeft, staat wankel, en het schijnt wel, dat ontbindende factoren reeds werkzaam zijn nog voor het in al zijn pracht werd voltooid. Symptomen van verval waren voor het geoefende oog reeds waarneembaar in de periode van ons staatkundige leven, die den lsten Augustus 1914 afgesloten werd. De oorlog, en de geweldige maatschappelijke beroeringen, die daarna hebben plaats gehad, en zich nog bij voortduring aan het ontwikkelen

Sluiten