Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap niet gebracht heeft, wat het beloofde, en dat Groens geesteszoon in Thorbecke's torentje — waar hij trouwens nimmer zat, omdat het hem te bekrompen was — voor velen, ook onder zijn trouwste volgelingen, teleurstelling heeft gewekt. Hij had geen karakter voor een minister; daarvoor was hij een te militante figuur en ondanks veler aandrang is opzettelijk een herhaling van Kuypers ministerschap — hoezeer een doorn in zijn oog — vermeden

Maar — reformator der negentiende eeuw zal hij blijven; de moderne Calvijn; zoo in alles, behalve in zijn spreken en schrijven, anders dan de 16e-eeuwsche

Hoe men over Dr. Kuyper moge denken, het grootste levenswerk, dat tevens in de toekomst van historische beteekenis zal blijken te zijn, is wel geweest, dat hij het oude Calvinisme, dat ten doode scheen gedoemd, tot een nieuw leven heeft gewekt, in een schitterend modern kleed heeft gestoken, waarvan de door hem zorgvuldig opgehaalde en bijgewerkte tinten weer blinken in classieke schoonheid, en voor dat neo-Calvinisme geestdrift heeft weten te wekken in Noord-Nederland, Schotland, de Vereenigde Staten van Amerika en Zuid-Afrika.

Wie het centraal-dogma van dit Calvinisme, de praedestinatie-leer, aanvaardt, wie het object wordt van de palingenesis, die het zijn en het bewustzijn van den mensch verandert, een gevolg van bovenmenschelijke werkingen en krachten; en wien „de bliksemstraal des Heiligen Geestes" in de ziel is gespat, moet wel, door Dr. Kuypers onverbiddelijke logica meegesleept, zijne „Wissenschaftslehre" aanvaarden en komen tot de erkenning van de Souvereiniteit Gods op alle terrein des levens.

Wanneer door de werking van den Heiligen Geest contact is gekomen tusschen den Schepper en het schepsel, worden steeds meer geheimzinnige draden geweven, die het Ongekende met het bekende verbinden, en leert de geloovige menschen den transcendent-persoonlijken God veel wezenlijker kennen, dan al wat om en in hem is. En evenals de ijdele wereldvrouw gaarne met haar diamantenschat zich tooit, zoo moet ook de „echte Calvinist" — daar zijn er niet vele meer — van dat oude, stoere ras, de wereld in, om met hartstocht in zijn stem en passie in zijn gebaar, den medemensch te wijzen op de „oude, welbeproefde paden". De Calvinist is militant van aard. In den worstelstrijd der meeningen staat hij liefst vooraan. Zoo kon het dan ook niet anders of Kuyper moest, zooals Calvijn het Libertinisme toescheen, het modernisme en het door hem gehate Liberalisme als fata morgana's uitbeelden en bestrijden, maar ook tegenover Rome op theologisch terrein scherp positie kiezen. Tegenover de Aristotelisch-Thomistische wijsbegeerte met haar „ex effectu creato", van het schepsel naar God, door Leo XIII in zijn encycliek „Aeterni Patris" opnieuw tot zijn geloovigen gebracht, plaatste Kuyper de „Institutio" van Calvijn, waarvan het „Soli Deo Gloria" de grondtoon is. En terwijl de theoloog Kuyper in breede artikelenrij scherp en fel in de Heraut de leerstellingen en dwaalbegrippen der

Sluiten