is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meer nog was hij voor heel Nederland een koning van wetenschap, een koning, zooals hij thans voor het geestesoog van zijn volk, nu hij is heengegaan, steeds weer verrijst en herdacht wordt als de moderne held des geloofs.

Koning van wetenschap, omdat hij, met een stoutheid van conceptie en een veelheid van ideeën, die eerbied afdwingt, eerst de Calvinistische gedachte van de Souvereiniteit Gods wetenschappelijk poneerde, om daarna in praedestinatie en palingenesis en particuliere en gemeene gratie, al dit abstracte, gemeengoed en levend te maken, voor den leeraar, evengoed als voor den man van Patrimonium, en het behoeft uwe verwondering niet te wekken in een bijeenkomst op het Friesche land te hooren disputeeren over supra- en infralapsarisme.

Koning van wetenschap, omdat hij niet heeft gerust, totdat hij zijne denkbeelden betreffende eene alles en allen omvattende levensbeschouwing met de Souvereiniteit Gods tot centraal punt had ontwikkeld. Daarvoor leefde hij, daarvoor streed, daarmee stierf hij, met het oog op den Christus consolator gericht. Dat was de grondgedachte van zijne Utrechtsche intree-rede; daaraan had Amsterdam's Vrije Universiteit haar ontstaan te danken; dat was de hoofdgedachte, die hij als een gouden draad door het stramien trok, toen hij op dien Zondagmorgen, tegen het einde der vorige eeuw, zijn oudsten zoon, nu professor, bij de gemeente Leeuwarden inleidde met het nog ontroerende: „Komt herwaarts tot Mij, die vermoeid en belast zijt en ik zal u ruste geven"; dat bezielde hem voor zijne rectorale orationes; diezelfde gedachte deed hem vleuglen aanschieten, rijzend naar hoogere sferen, toen hij zijne beginselen tegenover die der „Calvinisten zonder God" poneerde

J. H. H. WAMELINK.

„De Vrijzinnige Democraat" 13 Nov. 1920.

Met Kuyper is een figuur heengegaan, die in onze staatkundige geschiedenis een rol van beteekenis heeft gespeeld.

Vraagt men, waaraan de groote invloed, dien hij heeft geoefend, was toe te schrijven, dan kan het antwoord niet zijn, dat hij een staatsman van den eersten rang is geweest. Dat was hij geenszins. Daarvoor ontbrak hem de noodige concrete kennis.

Zijn invloed op de geesten van een belangrijk deel van ons volk was gevolg van zijne gave, om de broeders te raken in het hart. Hij liet den inhoud van het Evangelie leven in dezen tijd, hij moderniseerde de taal van den Bijbel.

Zijn verbeeldingskracht was zijn sterke, maar ook zijn zwakke zijde. Hij was vindingrijk als niemand anders bij het kiezen van zijn woorden