is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvoor zoo weinig gelijkwaardigs in de plaats is gegeven — laten wij 't maar eeflijk bekennen, dat wij zoo iemand in zijn vast geloof benijden, met onbegrijpende oogen naar hem opzien, en dat, als er nog een geluk voor onze ziel in een hiernamaals is, wij dat toekomstgeluk zouden overhebben voor de uitverkorenheid om tijdens ons leven van het Christelijk Geloof zoo'n hoog en schoon gebouw van menschengeluk te kunnen optrekken!"

We staan nog te dicht bij deze figuur, om haar naar waarde te kunnen beoordeelen.

Maar we zijn vast overtuigd, dat er in zijn geestelijke nalatenschap nog schatten liggen, die ook in de toekomst groote waarde zullen blijken te bezitten.

Aaneensluiting, trouw, volharding is noodig, meer dan te voren. Per slot van rekening zijn Paulus en Apollos niets dan dienaars. Noch hij die plant, noch hij die nat maakt, is iets; maar God die den wasdom geeft. De voorgangers vallen weg en wij worden geroepen hun geloof na te volgen.

Maar alleen Christus blijft.

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

Daarom en daardoor alleen worden we niet moedeloos. „Ons staat de sterke Held terzij, Dien God ons heeft verkoren."

En we gaan voort in de zekerheid:

„De zege is ons beschoren."

(P. BERGMEIJER).

„Ref. Kirchenzeitung" Nov. 1920.

In de Ref. Kirchenzeitung schrijft Ds. Kolfhaus:

„Op S Nov. is deze machtige strijder voor Jezus Christus ingegaan tot zijn rust. Na moeilijke lange lijdensdagen, die een geloofssterking waren voor alle huisgenooten, heeft hij zijn wensch om bij den Heere te zijn, verkregen. Reeds in de feestelijke Octoberdagen, toen de Vrije Universiteit, Zijn levenswerk, haar 40-jarig bestaan herdacht, waren de harten der deelnemers aan het feest vervuld met de gedachte, dat een der grooten zijns volks zich gereed maakte om het aardsche deel voor het hemelsche te verwisselen.

Tot in zijn tachtigste jaar was het Kuyper verleend zijn vollen arbeid te verrichten. Hij verheugde zich er op, dat zijn God hem op zijn post vinden zou tot het laatst toe. maar in de laatste weken kreeg de lichaamszwakte de overhand. Deze gedwongen rust was voor den onvermoeiden strijder een smartelijke beproeving".

Na vermelding wat Dr. Kuyper's dochter in De Standaard aan de