Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verantwoording van de Uitgever

DEZE uitgave van Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse Vertalingen zal voorzien in een reeds lang door velen gevoelde behoefte. De verschillende vertalingen, die de laatste 50 jaren zijn verschenen, gevoegd bij de dikwijls zeer gevarieerde opvattingen van de vertalers, noodzaakten immers hen, die de Bijbel regelmatig voor studie gebruikten, steeds diverse vertalingen na te slaan, om een helder beeld van de betreffende tekst te kunnen verkrijgen.

Door de hier gekozen vorm van zes vertalingen in zes kolommen gelijklopend naast elkaar, worden alle daaraan verbonden bezwaren opgeheven. Het is nu mogelijk in één oogopslag te zien hoe de opvattingen ten opzichte van de gezochte tekst zijn, zonder het zeer tijdrovende opzoeken in andere boeken. Door bovendien van elke vertaling het eigene, dat spreekt uit pericopen-indeling en opschriften te handhaven is het karakter van de verschillende vertalingen volkomen bewaard gebleven.

Over de opzet en de uitvoering enkele ophelderingen.

Als volgorde van de vertalingen is de chronologische gekozen, gerekend naar de datum van verschijnen in Nederland. Hierdoor is de Lutherse vertaling na de Statenvertaling van 1637 gekomen; deze toch is de vertaling van Ds. Adolphus Visscher, predikant van de Lutherse Kerk te Amsterdam, verschenen in 1648.

Door het gebruik van de chronologische volgorde is tevens bereikt dat de oude- en nieuwe spelling niet door-, maar naast elkaar zijn komen te staan. Zo staat als nummer drie in de volgorde de Leidse vertaling van 1912 en als nummer vier de vertaling van Prof. Dr. A. M. Brouwer van 1925. Deze beide vertalingen staan eveneens in de oude spelling. Alleen de beide laatst verschenen vertalingen, de Petrus Canisiusvertaling, die in 1929 voor het eerst compleet verscheen, en de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap, die in 1939 verscheen, staan in de nieuwe spelling. Voor de tekst gebruikten wij echter wat betreft de beide laatste vertalingen de uitgaven van 1948.

De verwijsteksten zijn, naar het voorbeeld van de Statenvertaling, steeds direct bij de betrokken tekst of pericoop geplaatst. Daar de vertalingen hierin nog al verschil gaven, was verplaatsing soms niet te vermijden. Wat de Statenvertaling betreft kan hierbij nog worden vermeld, dat de verwijsteksten alle opnieuw zijn gecontroleerd, en nu weer volkomen gelijk zijn aan die in de uitgave van 1637.

In de Lutherse vertaling moest bovendien, terwille van de vergelijkingsmogelijkheid de volgorde der laatste boeken gewijzigd worden en aangepast worden aan die van de andere vertalingen. Volledigheidshalve vermelden we de Lutherse volgorde. Deze is na Titus: Filémon, De brieven

Sluiten