is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19 Jozef nu, haar man, alzoo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.

20 En alzoo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uwe vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest.

21 En zij zal eenen Zoon baren, en gij zult Zijnen naam heeten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hunne zonden.

Luk. 1 : 31. Hand. 4 : 12

22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende;

23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en eenen Zoon baren, en gij zult Zijnen naam heeten Emmanuël; hetwelk is, overgezet ziinde. God met ons.

Jes. 7 : 14.

24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijne vrouw tot zich genomen;

25 En bekende haar niet, totdat zij dezen haren eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijnen naam Jezus.

Luk. 2 : 21.

De Wijzen uit het Oosten.

1 Toen nu Jezus geboren was te 2 Bethlehem, gelegen in Judéa, in

de dagen van den koning Heródes, ziet, eenige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen, Luk. 2 : 4.

2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijne ster in het Oosten, en zijn gekomen, om Hem te aanbidden.

3 De koning Heródes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem met hem.

4 En bijeenvergaderd hebbende al de Overpriesters en Schriftgeleerden des volks, vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden.

5 En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judéa gelegen; want alzoo is geschreven door den profeet:

6 En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.

Micha 5 : 1. Joh. 7 : 42

7 Toen heeft Heródes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was;

8 En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij Het zult ge¬

vonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve aanbidde.

19 Maar Jozef, haar man, was rechtvaardig, en haar niet willende te schande maken, besloot hij haar heimelijk te verlaten.

20 Toen hij dat nu alzoo bij zichzelven overdacht, zie, toen verscheen hem een Engel des Heeren in den droom, en sprak: Jozef, zoon van David, vrees niet Maria,

nwp vrouw, tot u te nemen: want

hetgeen in haar geboren is, dat is van den Heiligen Geest;

21 en zij zal een zoon baren; diens naam zult gij Jezus noemen, want hij zal zijn volk zalig maken van hunne zonden.

22 En dit alles is geschied, opdat vervuld werd hetgeen de Heei gesproken heeft door den profeet, die zegt:

23 „Zie, eene maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zullen zijnen naam noemen Immanuël", hetwelk vertaald is: ,,God met ons".

Jes. 7 : 14.

24 Toen nu Jozef uit den slaap wakker werd, deed hij zooals de Engel des Heeren hem bevolen had, en nam zijne vrouw tot zich,

25 en hii bekende haar niet. tot¬

dat zij haren eerstgeboren zoon gebaard had; en hij noemde zijnen naam Jezus.

Luc. 1 : 26—35.

De Wijzen uit het Oosten.

1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa, in de dagen van koning Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het Oosten te Jeruzalem, en zeiden:

2 Waar is de [nieuw]-geboren koning der Joden ? Wij hebben zijne ster gezien in het Oosten, en zijn gekomen om hem te aanbidden.

3 Toen nu koning Herodes dat hoorde, ontstelde hij, en met hem geheel Jeruzalem;

4 en hij liet vergaderen alle Hoogepriesters en Schriftgeleerden des volks, en vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden.

5 En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judéa;

6 want aldus staat geschreven door den profeet: ,,En gij, Bethlehem, in het land van Juda, gij zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal een heerscher voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal".

Micha 5:1.

7 Toen ontbood Herodes de Wijzen heimelijk tot zich, en onderzocht nauwkeurig van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was.

8 En hij zond hen naar Bethlehem, en zeide: Gaat heen en vraagt nauwkeurig naar het kind; en als gij het vindt, zoo zegt het mij weder, opdat ik ook kome en het aanbidde.

19 Jozef nu, haar echtgenoot, daar hij een rechtschapen man was en haar niet wilde tentoonstellen, was van plan in stilte van haar te scheiden;

20 maar terwijl hij met die gedachte omging, daar verscheen hem in een droom een engel des Heeren en zeide: Jozef, zoon Davids, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want het in haar verwekte is vrucht van den Heiligen Geest.

21 Zij zal een zoon baren dien gij Jezus moet noemen; hij toch zal ziin volk verlossen van hun zonden.

22 Dit alles is geschied opdat

vervuld zou worden wat de Heer

door den profeet heeft gesproken:

23 Zie, de maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem Immanuël noemen, waarvan de vertaling is: God met ons.

24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij wat de engel des Heeren hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.

25 Maar hij hield geen gemeenschap met haar voordat zij een zoon had gebaard; en hij noemde hem Jezus.

De wijzen uit het Oosten.

1 Toen dan Jezus te Bethlehem in Judea ten tijde van koning Herodes geboren was, kwamen eenige sterrenwichelaars uit het Oosten te Jeruzalem,

2 met de vraag: Waar bevindt zich de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem te huldigen.

3 Toen koning Herodes dat hoorde ontroerde hij, en gansch Jeruzalem ontroerde mee;

4 hij riep al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk samen, en vroeg hun, waar de Christus geboren zou worden.

5 Zij zeiden hem: Te Bethlehem in Judea; want zoo is geschreven door middel van den profeet:

6 En gij, Bethlehem, land van Juda, geenszins de minste zijt gij onder de vorsten van Juda; want uit u zal een heerscher voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal.

7 Toen liet Herodes in het geheim de wichelaars bij zich komen, en nauwkeurig opgeven wanneer de ster was verschenen.

8 Daarna zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: Gaat nauwkeurig onderzoek doen naar het kind, en als gij het gevonden hebt, bericht het mij; dan wil ook ik het gaan huldigen.