Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19 Daar nu Jozef, haar man, wetsgetrouw was en haar niet algemeen bekend wilde maken, was hij van zins, in stilte van haar te scheiden.

20 Toen die overweging bij hem opkwam, zie, daar verscheen een engel des Heeren hem in den droom en zeide: Jozef, zone Davids, schroom niet, Maria, uwe vrouw, tot u te nemen; want haar kind is ontvangen uit den heiligen Geest.

21 En zij zal het leven schenken aan een zoon, en gij zult hem den naam Jezus geven, want hij is het, die zijn volk behouden zal van hunne zonden.

22 Dit alles is geschied, opdat in vervulling zoude gaan des Heeren woord, door den profeet gesproken:

23 Zie, de maagd zal zwanger worden en zal het leven schenken aan een zoon, en men zal hem noemen: Immanuël, hetgeen beteekent: God met ons.

24 Toen nu Jozef uit dan slaap ontwaakt was, deed hij gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en hij nam zijne vrouw tot zich.

25 En hij leefde niet met haar als echtgenoot, totdat zij het leven geschonken had aan een zoon. En hij noemde diens naam Jezus.

19 Daar Josef, haar man, een rechtvaardige was, en haar niet te schande wilde maken, besloot hij, in stilte van haar te scheiden.

20 Terwijl hij met die gedachte omging, zie, daar verscheen hem in een droom een engel des Heren, en sprak: Josef, zoon van David, vrees niet, Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want wat in haar is geboren, is van den Heiligen Geest.

21 Ze zal een zoon baren, en ge zult Hem Jesus noemen; want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden.

22 Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door den profeet, die zegt:

23 „Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; en men zal Hem Emmanuël noemen"; dat is vertaald: God met ons.

Jes. 7 :14.

24 Toen Josef uit de slaap was ontwaakt, deed hij zoals de engel des Heren hem had bevolen; en

mj nam zijn vrouw tot zien.

25 Maar hij bekende haar niet, totdat zii een zoon had gebaard¬

en hij noemde Hem Jesus.

19 Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.

20 Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in den droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is ontvangen uit den heiligen Geest.

21 Zij zal een zoon baren en gij zult Hem den naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.

Luc. l : 3!.

22 Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door den profeet gesproken heeft, toen hij zeide:

23 Zie, de maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem den naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.

Jes. 7 : 14.

24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich.

25 En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zii een zoon gebaard had. En hij gaf Hem den naam Jezus.

Jezus de Christus naar zijn geboorteplaats.

1 Toen nu Jezus te Betlehem in Judea geboren was, in de dagen van koning Herodes, zie, daar kwamen wijzen uit het Oosten te Jeruzalem; en zij vroegen:

2 Waar is de pasgeboren koning der Joden? want wij hebben in het Oosten zijne ster gezien en zijn nu gekomen om hem hulde te bewijzen.

3 Toen dit koning Herodes ter oore kwam, ontstelde hij, en geheel Jeruzalem met hem.

4 En hij deed al de overpriesters en schriftgeleerden des volks bijeenkomen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus zou geboren worden.

5 Zij zeiden tot hem: Te Betlehem in Judea; want alzoo staat er geschreven bij den profeet:

6 En gij, Betlehem, land van Juda, gij zijt geenszins de geringste onder Juda's vorsten; want uit u zal een heerscher voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal.

7 Toen ontbood Herodes de wijzen heimelijk, en deed bij hen nauwkeurig navraag naar den tijd, waarop de ster zich had vertoond.

8 En hen naar Betlehem zendende, zeide hij: Gaat heen en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en wanneer gij het gevonden hebt, boodschapt het mij, opdat ook ik kome om het hulde te bewijzen.

De Wijzen uit het oosten. 1 Toen Jesus nu geboren was te Betlehem van Juda in de dagen van koning Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het oosten te Jerusalem.

6 „En gij, Betlehem, land van Juda, zijt zeker de minste niet onder de hoofdplaatsen van Juda; want uit u zal een vorst voortkomen, die mijn volk Israël leiden zal."

Mik. 5 : l.

7 Toen ontbood Herodes heimelijk de Wijzen, en ondervroeg ze nauwkeurig over de tijd, waarop hun de ster was verschenen.

8 Hij zond ze naar Betlehem en sprak: Gaat, en doet zorgvuldig navraag naar het Kind: en als gij Het gevonden hebt, meldt het me dan, opdat ook ik Het ga aanbidden.

De wijzen uit het Oosten.

1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa, in de dagen *• van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen:

6 En gij, Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israël hoeden zal.

Micha 5 : 1.

7 Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar den tijd, dat de ster geschenen had.

8 En hij liet hen naar Bethlehem gaan, en zeide: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; .en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.

2 Ze zeiden: Waar is de Koning der Joden, die zo juist geboren moet zijn? Want we hebben zijn ster in het oosten gezien, en zijn gekomen, om Hem te aanbidden.

3 Toen koning Herodes dit hoorde. werd hij ontsteld, en heel Jerusalem met hem.

4 Hij riep alle opperpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen, en vroeg ze, waar de Christus zou worden geboren.

5 Ze zeiden hem: In Betlehem van Juda; want zo is er geschreven door den profeet:

2 Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.

3 Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem.

4 En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden des volks vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hem:

5 Te Bethlehem in Judéa, want aldus staat geschreven door den profeet:

Sluiten