Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vasten.

16 En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hunne aangezichten, opdat zij van de menschen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.

Jes. 58 : 3. Matt. 9 : 14. Mark. 2 : 18. Luk. 5 : 33.

17 Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wascht uw aangezicht;

Over het vasten. 16 Desgelijks als gij vast, zoo ziet niet treurig, gelijk de huichelaars; want zij mismaken hun aangezicht, opdat zij door de menschen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, ik zeg u: Zij hebben hun loon weg.

17 Maar als gij vast, zoo zalf uw hoofd en wasch uw aangezicht,

16 Wanneer gij vast, zet geen somber gezicht, zooals de huichelaars; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar om den menschen te toonen dat zij vasten. Voorwaar, ik zeg u, zij hebben hun loon ontvangen.

17 Maar gij, als gij vast, doe olie op uw hoofd en wasch uw aangezicht;

18 Opdat het van de menschen niet gezien worde, als gij vast, maar van uwen Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Welke schatten te vergaderen.

19 Vergadert u geene schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;

Spr. 23 : 4. Hebr. 13 : 5. Jakob. 5 : 1

20 Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch c;tplpn *

Luk. 12 : 33. 1 Tira. 6 : 19.

21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

22 De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zoo zal uw geheele lichaam verlicht wezen; Luk. li : 34.

23 Maar indien uw oog boos is, zoo zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien dan het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal de duisternis zelve zijn!

24 Niemand kan twee heeren dienen; want of hij zal den eenen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den eenen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.

Luk. 16 : 13

25 Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleeden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleeding?

Ps. 37 : 5. 55 : 23. Luk. 12 : 22. Filip. 4 : 6. 1 Tim. 6 : 8. 1 Petr. 5 : 7.

26 Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelsche Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij, dezelve niet zeer veel te boven ?

Job 39 : 3. Ps. 147 : 9. 27' Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, eene el tot zijne lengte toedoen?

28 En wat zijt gij bezorgd voor de kleeding? Aanmerkt de leliën des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

29 En Ik zeg u, dat ook S&lomo, in al zijne heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk eene van deze.

18 opdat het door de menschen niet gezien worde, als gij vast, maar door uwen Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Over aardschgezindheid en wereldsche bezorgdheid.

19 Vergadert u geen schatten op de aarde, waar de motten en de roest ze eten, en waar de dieven graven en stelen;

20 maar vergadert u schatten in den hemel, waar noch motten noch roest ze eten, en waar de dieven niet graven noch stelen.

21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Luc. 12 : 33—34.

22 De lamp des lichaams is het oog. Indien nu uw oog gezond is, zoo zal uw geheele lichaam licht zijn;

23 maar indien uw oog krank is, zoo zal uw geheele lichaam duister zijn. Indien dus het licht, dat in u is, duisternis is, hoe groot zal dan de duisternis zijn!

Luc. 11 : 34—36.

24 Niemand kan twee heeren dienen; want hij zal öf den éénen haten en den anderen liefhebben, öf den éénen aanhangen en den anderen verachten. Gij kunt niet God dienen en den Mammon.

Luc. 16 : 13.

25 Daarom zeg ik u, weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en drinken zult, noch voor uw lichaam, wat gij aantrekken zult. Is het leven niet meer dan de spijs, en het lichaam niet meer dan de kleeding?

26 Aanschouwt de vogelen des hemels: zij zaaien niet, zij maaien niet, zij vergaderen niet in schuren, en uw hemelsche Vader voedt ze nochtans; zijt gij niet veel meer dan zij ?

Matt. 10 : 31.

27 Wie onder u kan door te zorgen aan zijne lengte ééne el toevoegen ?

28 En wat zijt gij bezorgd voor de kleeding? Aanschouwt de lelian op het veld, hoe zij groeien: zij arbeiden niet, en spinnen niet,

29 en ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijne heerlijkheid niet bekleed is geweest als een van deze.

18 opdat de menschen niet bemerken dat gij vast, maar uw Vader, die in het verborgene is. En uw Vader, die het verborgene doorziet, zal het u vergelden.

Aardsche en hemelsche schatten.

19 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest vernielen en dieven inbreken en stelen.

20 Maar verzamelt u schatten in den hemel, waar mot noch roest vernielt en dieven inbreken noch stelen.

21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

22 Het oog is de lamp van het lichaam. Is dus uw oog gezond, dan is uw geheele lichaam verlicht;

23 maar is het ziek, dan is uw geheele lichaam in het duister. Indien dan uw inwendig licht verduisterd is, hoe groot moet die duisternis zijn!

24 Niemand kan twee heeren dienen; want hij moet öf den eenen haten en den anderen liefhebben, öf den eenen aanhangen en den anderen minachten. Gij kunt niet God dienen en den Mammon.

Hemelsche onbezorgdheid,

25 Daarom zeg ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten of drinken, noch voor uw lichaam, waarmee gij u kleeden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleeding?

26 Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien noch maaien en zamelen niet in schuren op, en uw hemelsche Vader voedt ze. Zijt gij niet veel meer waard?

27 Wie van u kan door bezorgd te zijn éen el aan zijn lengte toevoegen ?

28 En wat zijt gij bezorgd voor kleeding! Let er op, hoe de leliën des velds wassen: zij arbeiden noch spinnen,

29 en ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn luister niet gekleed was als een van deze.

Sluiten