is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 De scharen nu, die dit zagen, werden door vrees bevangen; en zij verheerlijkten God, die zoodanige macht den menschen had gegeven.

8 De menigte die het zag, werd door vrees bevangen, en verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf.

Mark. 2 : 1—12. Luk. 5 : 17—26.

8 Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten God, die zulk een macht aan de mensen gegeven had.

Mare. 2 : 1—12. Luc. 5 : 18—26.

9 En Jezus, vandaar verder gaande, zag iemand aan het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en hij zeide tot hem: Volg mij. En hij stond op en volgde hem.

De ro&ping van Matteüs. 9 Toen Jesus vandaar verder ging, zag Hij een man, Matteüs genaamd, bij het tolhuis zitten. Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op, en volgde Hem.

De roeping van Matthéüs. 9 En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Matthéüs genaamd, en Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.

10 Terwijl hij nu in zijn woning aanlag, geschiedde het, zie, dat daar vele tollenaren en zondaren kwamen en mede aanlagen met Jezus en zijn discipelen.

11 En toen de Farizeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw meester met de tollenaren en zondaren?

12 Hij hoorde het en zeide: Niet zij die sterk zijn, hebben een geneesheer noodig, maar zij die ziek zijn.

13 Gaat dan heen en leert wat het zeggen wil: barmhartigheid wil ik en geen offerande. Want ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaren.

10 En zie, terwijl Jesus in het huis aan tafel aanlag, kwamen vele tollenaars en zondaars met Hem en zijn leerlingen aanliggen.

11 Toen de farizeën dit zagen, zeiden ze tot zijn leerlingen: Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?

12 Jesus hoorde het, en sprak: De gezonden hebben geen geneesheer nodig, w-el de zieken.

13 Gaat, en leert wat het zeggen wil: „Barmhartigheid wil Ik, en geen offerande." Ik ben niet gekomen, om de rechtvaardigen, maar om de zondaars te roepen.

Mark. '2 : 13—17. Luk. 5 : 27—32.

10 En het gebeurde, toen Hij in het huis aanlag, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen en lagen mede aan met Jezus en zijn discipelen.

11 En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars?

12 Hij hoorde het en zeide: Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn.

13 Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.

Mare. 2 : 14—17. Luc. 5 : 27—32. 1 Sam. 15 : 22. Hos. 6 : 6.

Matth. 12 : 7.

De vraag naar het vasten.

14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot hem met de vraag: Waarom plegen wij en de Farizeën wel te vasten, maar doen uwe discipelen het niet?

15 Jezus zeide tot hen: Kunnen dan de bruiloftsgasten rouw bedrijven, zoolang de bruidegom bij hen is ? Er zullen echter dagen komen, waarin de bruidegom van hen zal weggenomen zijn; dan zullen zij vasten.

16 Niemand zet een stuk ongevolde stof in een oud kleedingstuk; want de ingezette lap scheurt af van het kleed en er ontstaat een ergere scheur.

17 Ook giet men geen jongen wijn in oude lederen zakken; anders bersten de zakken en de wijn vloeit weg en de zakken gaan verloren; maar men giet jongen wjjn in nieuwe zakken, en beiden blijven te zamen bewaard.

Waarom Jesus' leerlingen niet vasten.

14 Nu kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe, en zeiden: Waarom vasten wij en de farizeën, en vasten uw leerlingen niet?

15 Jesus sprak tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen dat de bruidegom van hen wordt weggenomen; dan zullen ze vasten.

16 Niemand zet een lap nieuw laken op een oud kleed; want de opgezette lap trekt het kleed uiteen, en er ontstaat nog groter scheur.

17 Ook doet men geen nieuwe wijn in oude zakken; anders bersten de zakken, de wijn loopt weg, en de zakken gaan verloren. Maar nieuwe wijn doet men in nieuwe zakken; dan blijven beide behouden.

Mark. 2 : 18—22. Luk. 5 : 33—39.

Het vasten.

14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wél, maar uw discipelen, niet?

15 Jezus zeide tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, terwijl de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten.

16 En niemand zet een hietgekrompen lap op een oud kledingstuk; want de ingezette lap scheurt iets af van het kledingstuk en de scheur wordt erger.

17 Ook doet men. jongen wijn niet in oude zakken; want anders barsten de zakken en de wijn loopt weg en de zakken gaan verloren; maar men doet jongen wijn in nieuwe zakken en beide blijven samen behouden.

Mare. 2 : 18—7:2. Luc. 5 : 33—39.

Genezing eener vrouw.

Opwekking eener doode. 18 Terwijl hij over deze dingen tot hen sprak, zie, daar kwam een aanzienlijk man tot hem; en hij viel voor hem op de knieën, en zeide: Mijn dochter is zoojuist gestorven; maar kom en leg uwe hand op haar, dan zal zij leven.

Het dochtertje van Jaïrus. 18 Terwijl Hij zo tot hen sprak, zie, daar kwam een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo juist is mijn dochter gestorven; maar kom, leg haar de hand op, en ze zal leven.

Het dochtertje van Jaïrus. 18 Terwijl Hij dit tot hen sprak, zie, een overste (der synagoge) kwam tot Hem en viel voor Hem neder, en. zeide: Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven.

19 En Jezus stond van tafel op en volgde hem met zijn discipelen.

20 En zie, een vrouw, die twaalf jaren lang aan bloedverlies had

19 Jesus stond op, en volgde hem met zijn leerlingen.

20 En zie, een vrouw, die twaalf jaar lang aan een bloedvloeiing

19 En Jezus stond op en volgde hem met zijne discipelen.

20 En zie, een vrouw, die reeds twaalf jaren aan bloedvloeiingen