is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijkenis van het onkruid.

24 Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mensch, die goed zaad zaaide in zijn akker.

25 En als de menschen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.

26 Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.

27 En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uwen akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?

28 En hij zeide tot hen: Een vijandig mensch heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen?

29 Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt,

30 Laat ze beide te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijne schuur. Matt. 3 : 12.

Gelijkenis van het mosterdzaad, en het zuurdeeg.

31 Eene andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een inensch heeft genomen en in zijnen akker gezaaid;

Mark. 4 : 30. Luk. 13 : 18.

32 Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het

meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzoo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijne takken.

33 Eene andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan eenen zuurdeesem, welken eene vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

Luk. 13 : 20, 21.

34 Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet;

Mark. 4 : 33.

35 Opdat vervuld zoude worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijnen mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

Ps. 78 : 2.

Verklaring van de gelijkenis van het onkruid.

36 Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijne discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.

Gelijkenis van het onkruid tusschen de tarwe. 24 Hij stelde hun eene andere gelijkenis voor, en zeide: Het hemelrijk is gelijk een mensch, die goed zaad in zijnen akker zaaide.

25 Doch terwijl de lieden sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tusschen de tarwe, en ging van daar.

26 Toen nu het kruid wies en vrucht voortbracht, vond men ook het onkruid.

27 Toen traden de knechten tot den huisvader en zeiden: Heer, hebt gij niet goed zaad in uwen akker gezaaid? Vanwaar heeft hij dan dit onkruid?

28 En hij zeide tot hen: Een vijandig mensch heeft dit gedaan. Toen zeiden de knechten: Wilt gij dan dat wij heengaan en het uitwieden ?

29 Maar hij zeide: Neen, opdat gij niet misschien de tarwe mede uittrekt, als gij het onkruid uitwiedt.

30 Laat ze beide te zamen wassen tot den oogst; en ten tijde van den oogst zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst het onkruid en bindt het in bundels, opdat men het verbrande; maar vergadert de tarwe in mijne schuur.

De gelijkenis van het mosterdzaad

en het zuurdeeg.

31 Eene andere gelijkenis stelde hij hun voor, en zeide: Het hemelrijk is gelijk een mostaardzaad, dat een mensch nam en in zijnen akker zaaide:

32 hetwelk wel het kleinste is onder alle zaden, maar, als het opwast, het grootste is onder de moeskruiden, en een boom wordt, zoodat de vogelen des hemels komen en wonen in zijne takken.

33 Eene andere gelijkenis sprak

hij tot hen: Het hemelrijk is gelijk een zuurdeeg, hetwelk eene vrouw nam en vermengde onder drie maten meel, totdat het geheel gezuurd werd.

34 Dit alles sprak Jezus door gelijkenissen tot het volk, en zonder gelijkenissen sprak hij niet tot hen;

35 opdat vervuld werd hetgeen gezegd is door den profeet, zeggende: ,,Ik wil mijnen mond opendoen in gelijkenissen, en wil uitspreken de verborgenheden van het begin der wereld."

Mare. 4 : 31, 32. Luc. 13 : 19. 13 : 21.

Mare. 4 : 33, 34. Ps. 78 : 2.

De verklaring der gelijkenis van het onkruid onder de tarwe.

36 Toen liet Jezus het volk van zich, en ging naar huis. En zijne jongeren traden tot hem, en zeiden: Verklaar ons deze gelijkenis van het onkruid op den akker.

Het onkruid op den akker, en mosterdzaad en zuurdeeg

24 Een andere gelijkenis hield hij hun aldus voor: Het gaat met het Koninkrijk der hemelen als met een mensch die goed zaad in zijn akker zaaide:

25 maar toen de menschen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tusschen de tarwe en ging heen.

26 Toen nu het graan ontkiemde en vrucht begon te krijgen, vertoonde zich ook het onkruid.

27 De slaven van den eigenaar kwamen bij hem en zeiden: Heer, hebt gij niet goed zaad op uw akker gezaaid; hoe komt hij dan aan dat onkruid?

28 Hij zeide: Een vijandig mensch heeft dat gedaan. Nu vroegen de slaven hem: Wilt gij dan dat wij het gaan uitwieden?

29 Maar hij zeide: Neen. Gij mocht eens bij het uitwieden van het onkruid tegelijk de tarwe uittrekken.

30 Laat ze beide opgroeien tot aan den oogst; en in den oogsttijd zal ik aan de maaiers zeggen: Brengt eerst het onkruid bijeen en bindt het aan bossen om het te verbranden, maar brengt de tarwe in mijn schuur.

31 Een andere gelijkenis hield hij hun aldus voor: Het gaat met het Koninkrijk der hemelen als met een mosterdzaadje, dat iemand nam en op zijn akker zaaide.

32 Het is wel het kleinste van alle zaden, maar wanneer het opwast, is het grooter dan de moeskruiden en wordt een boom; zoodat de vogelen des hemels in zijn takken komen nestelen.

33 Een andere gelijkenis verhaalde hij hun: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeesem, door een vrouw in drie schepels meel gemengd, totdat die geheel was gegist.

34 Dit alles sprak Jezus voor de scharen in gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak hij tot hen niet;

35 opdat vervuld zou worden wat door den profeet gezegd is: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, uitbrengen wat van den beginne verborgen is.

36 Toen liet hij de scharen van zich gaan en ging naar huis.^ Nu kwamen zijn leerlingen tot hem met het verzoek: Leg ons de gelijkenis van het onkruid op den akker uit.