Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19 Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

20 Toen verbood Hij met nadruk zijn discipelen aan iemand te zeggen: Hij is de Christus.

Mare. 8 : 27—30. Luc. 9 : 18—21.

De eerste aankondiging van het

lijden; bestraffing van Petrus. 21 Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en .schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden.

22 En Petrus nam Hem ter zijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen!

23 Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen.

24 Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.

25 Want een ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar een ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.

26 Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar zijn ziel er schade bij leed ? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders met zijn engelen en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.

28 Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die den dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij den Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid.

Mare. 8 : 31—9 : 1. Luc. 9 : 22—27.

19 J zal ik geven de sleutelen van het koninkrijk der hemelen; en al wa gij op de aarde bindt, zal in de hemelen gebonden zijn; en al wst gij op de aarde ontbindt, zal in de hemelen ontbonden zijn.

20 Toen gebood hij zijn discipelen streng, dat zij aan niemand zouden zeggen, dat hij de Christus was.

De aardschgezindheid der discipelen.

Slechts door lijden tot heerlijkheid. 21 Van toen aan begon Jezus Christus aan zijn discipelen duidelijk te maken, dat hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel moest lijden van de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden, en dat hij moest worden gedood en ten derden dage opgewekt.

22 En Petrus nam hem ter zijde en begon hem daarover te berispen, en zeide: Dat verhoede God, Heer! dit zal u geenszins geschieden!

23 Doch hij wendde zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter mij, satan! gij zijt mij een aanstoot, want gij bedenkt niet wat God wil, maar wat de menschen willen.

24 Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter mij wil komen die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge mij.

25 Want zoo wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar zoo wie zijn leven verliezen zal om mijnentwil, die zal het vinden.

26 Want wat zou het een mensch baten indien hij de geheele wereld won, maar zijn leven zou hij verliezen ? of wat zal een mensch geven in ruil voor zijn leven?

27 Want de zoon des menschen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijne engelen, en alsdan zal hij een ieder vergelden naar zijn doen.

28 Voorwaar, ik zeg u: van hen, die hier staan, zijn er sommigen die den dood niet zullen smaken, eer zij den zoon des menschen hebben zien komen als koning over zijn rijk.

Wet en profeten vervuld: door lijden tot heerlijkheid. 1 En zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broeder Johannes met zich mede en bracht hen op een hoogen berg, alleen.

2 En hij werd voor hun oogen van gedaante veranderd: zijn gelaat straalde gelijk de zon, en zijn kleederen werden wit gelijk het licht.

19 En u zal Ik de sleutels geven van het rijk der hemelen. En al wat ge op aarde zult binden, zal ook in de hemel gebonden zijn; en al wat ge op aarde zult ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn.

20 Toen gebood Hij zijn leerlingen, aan niemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

Mark. 8 : 27—30. Luk. 9 : 18—21.

Eerste lijdensvoorspelling. 21 Van toen af begon Jesus zijn leerlingen er op te wijzen, dat Hij naar Jerusalem moest gaan, dat Hij veel moest lijden van oudsten, opperpriesters en schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, en op de derde dag verrijzen.

22 Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken: Dat nooit, Heer; zo iets zal u niet overkomen.

23 Maar Hij keerde Zich om, en zei tot Petrus: Ga weg van Mij, satan; ge zijt Mij een ergernis. Want gij zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen.

Mark. 8 : 31—33. Luk. 9 : 22

De navolging van Jesus.

24 Toen sprak Jesus tot zijn leerlingen: Zo iemand mijn volgeling wil zijn, dan moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.

25 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie om Mij het leven verliest, zal het vinden.

26 Wat baat het den mens, zo hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel? Of wat zal de mens in ruil geven voor zijn ziel?

27 Want de Mensenzoon zal met zijn engelen komen in de heerlijkheid van zijn Vader, en dan zal Hij iedereen volgens zijn werken vergelden.

28 Voorwaar, Ik zeg u: daar zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen smaken, voordat ze den Mensenzoon zien komen in zijn koninkrijk.

Mark. 8 : 34—39. Luk. 9 : 23—27

Gedaanteverandering op de berg. 1 Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broer, alleen met Zich mee, en bracht za op een hoge berg.

2 En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; zijn aanschijn schitterde als de zon, en zijn klederen werden wit als sneeuw.

De verheerlijking op den berg. 1 En zes dagen later nam Jezus iy Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een, hogen berg op, in de eenzaamheid.

2 En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en. zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn kleding werd wit als het licht.

Sluiten