Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts! en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.

Matt. 21 : 21. Luk. 17 : 6.

21 Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.

Tweede aankondiging van het lijden.

22 En als zij in Galiléa verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des menschen zal overgeleverd worden in de handen der menschen;

Matt. 16 : 21. 20 : 18. Mark. 8 : 31. 9 : 31. Mark. 10 : 33. Luk. 9 : '22, 44. 18 : 31.

23 En zij zullen Hem dooden, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En zij werden zeer bedroefd.

Jezus betaalt de tempelbelasting.

24 En als zij te Kapérnaüm ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw meester, betaalt Hij de didrachmen niet?

25 Hij zeide: Jk. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hunne zonen, of van de vreemden ?

Matt. 22 : 21. Rom. 13 : 7.

26 Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zoo zijn dan de zonen vrij.

27 Maar opdat wij hun geenen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten visch, die opkomt, neem, en zijnen, mond geopend hebbende, zult gij eenen stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.

De grootste in het hemelrijk. .O 1 Te dierzelfder ure kwamen de 10 discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?

Mark. 9 : 34. Luk. 9 : 46. 22 : 24.

2 En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;

3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.

Matt. 19 : 14. 1 Kor. 14 : 20. 1 Petr. 2 : 2.

4 Zoo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen. 1 Petr. 5 : 6.

een geloof hebt als een mostaardkorrel, zult gij tot dezen berg kunnen zeggen: Hef u van hier op derwaarts, en hij zal zich opheffen; en niets zal u onmogelijk zijn.

21 [Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten].

Mare. 9 : 14—'29. Luc. 9 : 37—42.

Matth. 21 : 21. Luc. 17 : 6.

Tweede lijdensaankondiging. 22 Toen zij nu in Galiléa vertoefden, zeide Jezus tot hen: Des Menschen Zoon zal overgeleverd worden in de handen der menschen,

23 en zij zullen hem dooden, en ten derden dage zal hij weder opstaan. En zij werden zeer bedroefd.

De tempelbelasting.

24 Toen zij nu te Kapérnaüm kwamen, gingen degenen, die den cijnspenning ontvingen, tot Petrus, en zeiden: Pleegt uw meester den cijnspenning niet te geven? Hij zeide: Ja.

25 En toen hij in het huis kwam, voorkwam Jezus hem en zeide: Wat dunkt u, Simon? Van wie nemen de koningen der aarde tol of cijns, van hunne zonen of van de vreemdelingen?

26 Toen zeide Petrus tot hem: Van de vreemdelingen. Jezus zeide tot hem: Zoo zijn dan de zonen vrij.

27 Maar opdat wij hen niet ergeren, zoo ga heen aan de zee, en werp den angel uit; en den eersten visch die opkomt, neem dien; en als gij zijnen mond opendoet, zult gij een stater vinden; neem dien en geef hem aan hen voor mij en u.

De kleinen en de ergernissen.

1 Terzelfder ure traden de jongeren tot Jezus en zeiden: Wie is toch de grootste in het hemelrijk?

2 En Jezus riep een kind tot zich, en stelde het in het midden van hen, en zeide:

3 Voorwaar, ik zeg u: indien gij u niet omkeert en wordt als de kinderen, zoo zult gij in het hemelrijk niet komen.

4 Wie nu zichzelven vernedert gelijk dit kind, die is de grootste in het hemelrijk;

een mosterdzaadje, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier naar daar! en hij zou heengaan, en niets zou u onmogelijk zijn.

22 Toen zij zich in Galiléa ophielden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des menschen zal overgeleverd worden in menschenhanden.

23 Men zal hem dooden; maar ten derden dage zal hij opgewekt worden. Zij werden zeer bedroefd.

Over de tempelbelasting.

24 Eens, toen zij te Kapérnaüm kwamen, zeiden zij die de tempelbelasting ophaalden tot Petrus: Eetaalt uw meester den halven sikkel niet?

25 Hij zeide: Ja. En toen hij thuis kwam, voorkwam Jezus hem door te vragen: Wat dunkt u, Simon, van wie heffen de koningen der aarde belasting of cijns, van hun zonen of van de vreemden?

26 En toen hij hierop antwoordde: Van de vreemden — zeide Jezus tot hem: Dan zijn de zonen vrij.

27 Maar om hun geen aanstoot te geven, ga naar de zee, werp den angel uit, neem den eersten visch dien gij ophaalt en open zijn bek; gij zult er een sikkel in vinden; betaal daarmee voor mij en u.

De grootste in het Koninkrijk der hemelen

1 Te dier ure kwamen de leerlingen tot Jezus en vroegen: Wie is toch de grootste in het Koninkrijk der hemelen?

2 En hij riep een kind, plaatste het in hun midden

3 en zeide: Voorwaar, zeg ik u, indien gij u niet verandert en als kinderen wordt, komt gij niet in het Koninkrijk der hemelen.

4 Wie dan zichzelf zal vernederen als dat kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.

5 En zoo wie zoodanig een kindeken ontvangt in Mijnen Naam, die ontvangt Mij.

Mark. 9 : 37. Luk. 9 : 48. Joh. 13 : 20.

6 Maar zoo wie een van deze kleinen, die in Mij gelooven, ergert, het ware hem nutter, dat een mo-

" lensteen aan zijnen hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.

Mark. 9 : 42. Luk. 17 : 2.

5 en wie zulk een kind aanneemt in mijnen naam, die neemt mij aan.

6 Maar wie één van deze kleinen, die in mij gelooven, ergert, dien ware het beter, dat een molensteen aan zijnen hals gehangen, en hij verdronken werd in de zee, waar zij het diepst is.

Luc. 17 : l, 2.

5 En wie zulk een kind ontvangt met vermelding van mijn naam ontvangt mij,

6 en wie een dezer kleinen die in mij gelooven verleidt, het ware hem beter dat een molensteen aan zijn hals gehangen en hij in de diepte der zee verdronken werd.

Sluiten