is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15 En na hun de handen te hebben opgelegd, vertrok hij vandaar.

Aardsche goederen en eeuwig leven

Rijkdom een belemmering voor liet eeuwige leven. 16 En zie, daar kwam iemand tot hem en zeide: Meester, wat goeds moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven ?

17 Hij antwoordde hem: Wat vraagt gij mij naar het goede ? één is de Goede. Indien gij dan tot het leven wilt ingaan, onderhoud de geboden.

18 Hij vroeg hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: gij zult niet dooden, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen valsche getuigenis spreken,

19 eer uwen vader en uwe moeder; kortom, gij zult uwen naaste liefhebben als uzelf.

20 De jonge man zeide tot hem: Dit alles heb ik in acht genomen; wat ontbreekt mij nog?

21 Jezus antwoordde hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uwe bezittingen en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen: en

j kom herwaarts, volg mij.

I 22 Toen de jonge man dit woord I hoorde, ging hij bedroefd heen; | want hij had groote bezittingen.

23 Jezus nu zeide tot zijne discipelen: Voorwaar, ik zeg u: een I rijke zal bezwaarlijk ingaan in het koninkrijk der hemelen.

| 24 Wederom zeg ik u: het is lichter dat een kemel ga door het [ oog eener naald, dan dat een rijke [ inga in het koninkrijk Gods. | 25 Toen de discipelen dit hoorI den, stonden zij geheel verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden I worden ?

26 Doch Jezus zag hen aan en | zeide: Bij menschen is dat onmoI gelijk, maar bij God zijn alle dinI gen mogelijk.

Het eeuwige leven als vergoeding.

27 Toen antwoordde Petrus hem: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd; wat zal ons dan geworden ?

28 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar. ik zeg u: gij die mij gevolgd zijt, gij zult, bij de herschepping, wanneer de zoon des menschen zich nederzet op den troon zijner heerlijkheid, ook zelf gezeten zijn op twaalf tronen, om te richten de twaalf stammen Israëls.

29 En een ieder die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of landerijen verlaten - heeft om mijns naams wil, hij zal het veelvoudige ontvangen en eeuwig leven beërven.

15 En na hun de handen te hebben opgelegd, ging Hij heen.

Mark. 10 : 13—16. Luk. 18 : 15—17.

15 En hij legde hun de handen op en vertrok vandaar.

Mare. 10 : 13—16. Luc. 18 : 15—17.

De rijke jongeling.

16 En zie, daar trad iemand op Hem toe, die tot Hem sprak: Goede Meester, wat goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen ?

17 Hij zeide hem: Waarom vraagt ge Mij naar het goede; Eén is er goed. Wilt ge dus het leven binnengaan, onderhoud dan de geboden.

18 Hij zei Hem: Welke? En Jesus sprak: Ge zult niet doden; ge zult geen overspel doen; ge zult niet stelen; ge zult geen valse getuigenis geven;

19 eer uw vader en moeder; heb uw naaste lief als uzelf.

20 De jonge man zeide tot Hem: Dat alles heb ik onderhouden; wat ontbreekt me nog?

21 Jesus zeide hem: Zo ge volmaakt wilt zijn, ga dan verkopen wat ge bezit, geef het aan de armen, en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.

22 Maar toen de jongeling dit woord vernam, ging hij treurig heen; want hij had veel bezittingen.

23 Nu sprak Jesus tot zijn leerlingen: Voorwaar, Ik zeg u: het is voor een rijke moeilijk, het rijk der hemelen binnen te gaan.

24 En nog eens zeg Ik u: Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk der hemelen.

25 Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze zeer verwonderd, en zeiden: Wie kan dan zalig worden?

26 Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is dit onmogelijk; maar bij God is alles mogelijk.

27 Nu nam Petrus het woord, en zeide Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd; wat zullen wij dan ontvangen?

28 En Jesus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de - Mensenzoon zal zetelen op de troon zijner majesteit, dan zult ook gij, die Mij zijt gevolgd, op twaalf tronen gezeten zijn, en de twaalf stammen van Israël oordelen.

29 En al wie zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw of kinderen of akkers verlaat om miin Naam, hij zal het honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven verwerven.

De rijke jongeling.

16 En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?

17 Hij zeide tot hem: Wat- ura a p"f

gij Mij naar het goede ? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.

18 Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven,

Ex. 20 : 12—16. Deut. 5 : 16—20.

19 eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naasten liefhebben als uzelf.

Lev. 19 : 18.

20 De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?

21 Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier volg Mij.

22 Toen de ions-eline- Mitl wnnrri

hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.

23 Jezus zeide tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.

24 Wederom zeg Ik u, een kameel gaat gemakkelijker door het oog ener naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.

25 Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden worden ?

26 Jezus zag hen aan en zeide: Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

Mare. 10 : 17—27. Luc. 18 : 18—27.

Het loon voor het volgen van Jezus.

27 Daarop antwoordde Petrus en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn ?

28 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op den troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.

29 En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven.