Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eeuwige leven een genadegift, voor allen gelijk. 30 Doch vele eersten zullen laatsten zijn en vele laatsten eersten.

1 Het koninkrijk der hemelen toch is te vergelijken met een heer, die in den vroegen morgen uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.

2 Hij kwam met de arbeiders overeen voor een dagloon van een zilverstuk, en zond hen daarop naar zijn wijngaard.

3 Toen hij omtrent de derde ure uitging, zag hij anderen werkloos staan op de markt;

I en tot dezen zeide hij: gaat ook gij naar den wijngaard, en wat billijk is zal ik u geven. Zoo gingen zij ook heen.

5 Toen hij wederom uitging omtrent de zesde en de negende ure, deed hij desgelijks.

S En toen hij omtrent de elfde ure uitging, vond hij er nog staan; en hij zeide tot hen: wat staat gij hier den ganschen dag werkloos?

7 Zij antwoordden: niemand heeft ons in dienst genomen. Hij zeide tot hen: gaat ook gij naar den wijngaard.

B Toen het nu avond geworden was, zeide de eigenaar van den wijngaard tot zijn opzichter: roep de arbeiders en betaal het loon uit, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten toe.

9 Toen nu degenen van de elfde ure kwamen, zoo ontvingen zij elk een zilverstuk:

L0 toen daarna de eersten kwamen, zoo meenden dezen, dat zij meer zouden ontvangen; maar ook zij ontvingen elk een zilverstuk.

II Toen zij dat in ontvangst namen, morden zij tegen den heer en zeiden:

12 deze laatsten hebben één uur gewerkt, en gij hebt hen gelijk gesteld met ons, die den last van den dag en de middaghitte gedragen hebben.

13 Doch hij antwoordde een hunner: vriend, ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor een zilverstuk?

14 neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan dezen laatsten hetzelfde geven als aan u;

15 staat het mij niet vrij, met het mijne te doen wat ik wil? of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

16 Zoo zullen de laatsten eersten zijn en de eersten laatsten.

Lijden en dienen de eenige weg

tot heerschappij Laatste aankondiging van lijden en heerlijkheid. 17 Toen nu Jezus

30 Veel eersten zullen laatsten, en laatsten zull-en eersten zijn.

Mark. 10 : 17—31. Luk. 18 : 18—30.

De werklieden in de wijngaard.

1 Het rijk der hemelen toch is gelijk aan een heer des huizes, die in de vroege morgen uitging, om arbeiders voor zijn wijngaard te huren.

2 Nadat hij met de arbeiders was overeengekomen voor één tienling per dag, stuurde hij ze naar zijn wijngaard.

3 En tegen het derde uur ging hij uit, en zag anderen werkeloos staan op de markt.

4 Hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard; en wat billijk is, zal ik u geven.

5 Ze gingen er heen. Opnieuw ging hij tegen het zesde en het negende uur, en deed eveneens.

6 Ook tegen het elfde uur ging hij uit, en vond er nog anderen staan. En hij sprak tot hen: Waarom staat gij hier de hele dag werkeloos?

7 Ze zeiden hem: Omdat niemand ons heeft gehuurd. Hij zei hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard.

8 Toen het nu avond geworden was, sprak de heer van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon: te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.

9 Zij die op het elfde uur waren gekomen, ontvingen ieder een tienling.

10 Toen nu ook de eersten kwamen, dachten ze meer te zullen ontvangen; maar ook zij kregen ieder een tienling.

11 Ze namen hem aan, maar begonnen tegen den heer des huizes te mopperen,

12 en zeiden: Dezen hier, die hat laatst zijn gekomen, hebben slechts één uur gewerkt; en ge stelt ze gelijk met ons, die de last en de hitte van de dag hebben gedragen.

13 Maar hij antwoordde aan één van hen: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt ge niet voor een tienling met mij overeengekomen?

14 Neem dus het uwe, en ga heen. Ik wil aan hem, die het laatst is gekomen, evenveel geven als aan u.

15 Of staat het me niet vrij, met het mijne te doen wat ik wil? Of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben ?

16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Derde lijdensvoorspelling.

17 Toen Jesus naar Jerusalem ging, nam Hij onderweg de twaalf

30 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

Mare. 10 : 28—31. Luc. 18 : 28—30.

De gelijkenis van de arbeiders in den wijngaard.

1 Want het Koninkrijk der heme- 20 len is gelijk aan een heer des huizes, die des morgens vroeg arbeiders voor zijn wijngaard ging huren.

2 Toen hij het met de arbeiders eens geworden was voor een schelling 's daags, zond hij hen in zijn wijngaard.

3 En omstreeks de derde ure ging hij naar buiten en zag nog anderen werkloos op de markt staan,

4 en hij zeide tot hen: Gaat ook gij in den wijngaard en wat billijk is zal ik u geven. En zij gingen.

5 Omstreeks de zesde en de negende ure ging hij wéér naar buiten en handelde evenzo.

6 Toen hij omstreeks de elfde ure naar buiten ging, vond hij nog anderen staan en zeide tot hen: Waarom staat gij hier den gehelen dag werkloos ?

7 Zij zeiden tot hem: Omdat niemand ons gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij in den wijngaard.

8 Toen de avond viel, zeide de heer des wijngaards tot zijn opzichter: Roep de arbeiders ien betaal het loon uit, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten.

9 Toen zij, die omstreeks de elfde ure gehuurd waren, kwamen, ontvingen zij ieder een schelling.

10 En toen de eersten kwamen, meenden dezen, dat zij meer zouden ontvangen. En zij ontvingen eveneens ieder een schelling.

11 Toen zij die ontvingen, morden zij tegen den heer des huizes,

12 en zij zeiden: Deze laatsten hebben één uur gewerkt en gij hebt hen met ons gelijk gesteld, die een zwaren dag en de hitte hebben doorstaan.

13 Maar hij antwoordde een van hen en zeide: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt gij het niet met mij eens geworden voor een schelling?

14 Neem het uwe en ga heen; ik wil dezen laatsten hetzelfde geven als u.

15 Staat het mij niet vrij met het mijne te doen, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

16 Alzo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.

Matth. 19 : 30. Mare. 10 : 31.

Luc. 13 : 30.

De derde aankondiging van het lijden.

17 Toen Jezus zou opgaan naar Jeruzalem, nam Hij de twaalven

Sluiten