Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den rechtschapenen Abel af tot het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, toe, dien gij vermoord hebt tusschen tempel en altaar.

36 Voorwaar, ik zeg u: dit alles zal komen over dit geslacht! . . .

37 Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt en steenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb ik verlangd, uwe kinderen te vergaderen, gelijk een hen hare kiekens vergadert onder de vleugelen, en gij hebt niet gewild ....

den rechtvaardigen Abel af, tot het bloed van Zakarias, den zoon van Barakias, dien gij gedood hebt tussen de tempel en het altaar.

36 Voorwaar, Ik zsg u: neerkomen zal dit alles op dit geslacht.

37 Jerusalem, Jerusalem, dat de profeten doodt, en dat stenigt, die tot u zijn gezonden: hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt; maar gij hebt niet gewild.

van Abel, den rechtvaardige, tot het bloed van Zacharia, den zoon van Berechja, dien gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.

36 Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.

Luc. 11 : 39—52.

37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.

38 Zie, uw Huis wordt aan u prijsgegeven.

39 Want ik zeg u: van nu aan zult gij mij niet meer zien, totdat gij zeggen zult: gezegend is hij die komt in den naam des Heeren !

38 Zie, uw huis zal in puin blijven liggen.

39 En Ik zeg u: Van nu af zult gij Mij niet meer zien, totdat gij roept: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren.

Mark. 12 : 38—40. Luk. 11 : 37—54.

Luk. 20 : 45—47.

38 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.

Jes. 22 : 5.

39 Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, voordat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in den naam des Heren!

Luc. 13 : 34, 35. Ps. 118 : 26.

Het oordeel voorzegd in de verwoesting des tempels en het einde der wereld.

1 En Jezus verliet den tempel en ging heen. En zijne discipelen kwamen tot hem, om hem opmerkzaam te maken op de tempelgebouwen.

2 Toen antwoordde hij hun: Ziet gij dat alles niet? Voorwaar, ik zeg u: hier zal niet een steen op den anderen gelaten worden, die niet zal worden afgebroken.

3 Nadat hij zich nu op den Olijfberg had nedergezet, kwamen zijne discipelen tot hem, in besloten kring, en vraagden: Zeg ons, wanneer zal dat zijn? en wat is het teeken van uw komst en van de voleinding der wereld?

4 En Jezus antwoordde hun: Ziet toe, dat niemand u misleide;

De verwoesting van tempel en stad.

1 Toen verliet Jesus de tempel, en ging heen. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe, en wezen Hem op de tempelgebouwen.

2 Maar Hij antwoordde hun: Ziet gij dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: Hier zal geen steen op de andere blijven, maar alles zal worden verwoest.

3 Terwijl Hij neerzat op de Olijfberg, kwamen de leerlingen alleen naar Hem toe, en zeiden: Zeg ons, wanneer dit gebeuren zal, en wat het teken zal zijn van uw komst en van het einde der wereld?

4 Jesus antwoordde hun: Past op, dat niemand u misleidt.

Rede over de laatste dingen.

1 En Jezus ging den tempel uit 24 en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van den tempel te wijzen.

2 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op den anderen gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.

3 Toen Hij op den Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld ?

4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide!

5 want velen zullen komen onder mijnen naam en zeggen: ik ben de Christus, — en zij zullen velen misleiden.

6 Ja, gij zult hooren van oorlogen en geruchten van oorlogen; ziet dan toe, dat gij u niet in verwarring laat brengen; want het is noodzakelijk dat die komen, maar het einde is het nog niet.

7 Want volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk; en er zullen hongersnooden en aardbevingen zijn op onderscheidene plaatsen.

5 Want velen zullen met mijn Naam optreden, en zeggen: Ik ben de Christus; en ze zullen er velen misleiden.

6 En gij zult horen van oorlogen en van oorlogsgeruchten. Past op, verschrikt er niet van, want dit moet allemaal gebeuren, maar het is het einde nog niet.

7 Volk zal opstaan tegen volk, en rijk tegen rijk; en er zal hongersnood zijn en aardbevingen hier en elders.

5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.

6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar dat is nog niet het einde.

7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn.

8 Dat alles evenwel is het begin der weeën.

9 Dan zal men u overleveren ter verdrukking en u dooden en gij zult bij alle volkeren gehaat zijn om mijns naams wil;

10 dan zullen velen tot afval worden gebracht, en zij zullen elkander overleveren en elkander haten;

8 Maar dit alles is slechts het begin van de weeën.

9 Dan zal men u overleveren, om u te mishandelen en te doden; en gij zult een voorwerp zijn van haat bij alle volken ter wille van mijn Naam.

10 Dan zullen velen zich ergeren, elkander verraden en haten.

8 Doch dat alles is maar een begin der weeën.

9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult den haat van alle volken te verduren hebben om mijns naams wil.

10 En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten.

Sluiten