Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gevangenneming van Jezus.

47 En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem eene groote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.

Mark. 14 : 43. Luk. 22 : 47. Joh. 18 : 3.

48 En die Hem verried, had hun een teeken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.

49 En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.

2 Sam. 20 : 9.

50 Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus, en grepen Hem.

51 En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hoogepriesters, hieuw zijn oor af.

52 Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijne plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan. Gen. 9 : 6. Openb. 13 : 10.

53 Of meent gij, dat Ik Mijnen Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?

54 Hoe zouden dan de. Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzoo geschieden moet?

Ps. 22 : 7. 69 : 2, 10. Luk. 24 : 25.

55 Ter zelf der ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen eenen moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, leerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;

56 Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.

Job 19 : 13. Ps. 88 : 9.

Jezus voor Kajafas.

57 Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hoogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.

Mark. 14 : 53. Luk. 22 : 54. Joh. 18 : 12.

58 En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hoogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om hel einde te zien.

59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de geheele groote raad zochten valsche getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem dooden mochten; en vonden niet.

Mark. 14 : 55. Hand. 6 : 13.

60 En hoewel er vele valsche getuigen toegekomen waren, zoo vonden zij toch niet.

61 Maar ten laatste kwamen twee valsche getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dager denzelven opbouwen. Joh. 2 :19

62 En de hoogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gi; niets? Wat getuigen dezan tegei: u ? Mark 14 : 60

De gevangenneming.

47 En terwijl hij nog sprak, zie, toen kwam Judas, een der twaalven, en met hem een groote schare, met zwaarden en met stokken, van de Hoogepriesters en Oudsten des volks.

48 En de verrader had hun een teeken gegeven, en gezegd: Wien ik kussen zal, die is het; grijpt dien.

49 En terstond trad hij tot Jezus, en zeide: Wees gegroet, Rabbi! en kuste hem.

50 Maar Jezus zeide tot hem: Vriend, waartoe zijt gij gekomen? Toen traden zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen hem.

51 En zie, een van degenen die bij Jezus waren, strekte de hand uit en trok zijn zwaard, en sloeg des hoogepriesters dienstknecht en hieuw hem het oor af.

52 Toen zeide Jezus tot hem: Steek uw zwaard in zijne plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard omkomen.

53 Of meent gij, dat ik mijnen Vader niet nu nog kan bidden, dat Hij mij meer dan twaalf legioenen Engelen toezende?

54 Maar hoe zou dan de Schrift vervuld worden, [die zegt] dat het alzoo geschieden moet ?

55 Te dier ure zeide Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tot een moordenaar, met zwaarden en met stokken, 0111 mij gevangen te nemen; ik heb immers dagelijks bij u gezeten en geleerd in den tempel, en gij hebt mij niet gegrepen.

56 Doch dit alles is geschied, opdat de schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen verlieten hem al de jongeren en vloden.

Mare. 14 : 43—50; Luc. 22 : 47—53;

Joh. 18 : 2—11.

Voor Kdjafas.

57 Die Jezus nu gegrepen hadden, leidden hem naar den hoogepriester Kajafas, alwaar de Schriftgeleerden en de Oudsten vergaderd waren.

58 En Petrus volgde hem van verre tot aan het paleis des hoogepriesters, en ging binnen, en zette zich bij de dienaren, om te zien hoe het zou afloopen.

59 En de Hoogepriesters en de Oudsten en de geheele Raad zochten valsche getuigenis tegen Jezus, opdat zij hem konden dooden, maar zij vonden niets;

60 en hoewel er vele valsche getuigen voortraden, vonden zij toch niets.

61 Ten laatste kwamen er twee valsche getuigen voor, en zeiden: Hij heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en dien in drie dagen opbouwen. Joh. 2 : 19

62 En de Hoogepriester stond op en zeide tot hem: Antwoordt gi; niets op hetgeen dezen tegen u

. getuigen ?

47 Terwijl hij nog sprak, daar kwam Judas, een van de Twaalve, vergezeld van een talrijke, met zwaarden en stokken gewapende bende, door de overpriesters en oudsten des volks gezonden.

48 Zijn verrader had met hen een teeken afgesproken: Hij dien ik kus, die is het; grijpt hem.

49 En regelrecht op Jezus afgaande, zeide hij: Gegroet, rabbi! en kuste hem.

50 Jezus zeide tot hem: Vriend,

waarvoor gij hier zijt Toen

traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen hem.

51 Maar zie, een der metgezellen van Jezus stak zijn hand uit, trok zijn zwaard, trof den slaaf van den hoogepriester en hieuw hem een oor af.

52 Toen zeide Jezus tot hem: Steek uw zwaard op; want alwie naar het zwaard grijpen zullen door het zwaard omkomen.

53 Of meent gij dat mijn Vader mij niet, als ik Hem daarom bad, aanstonds twaalf legioenen engelen ter zijde zou stellen?

54 Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, volgens welke het zoo geschieden moet?

55 Terzelfder tijd zeide Jezus tot de bende: Zijt gij, als tegen een roover, met zwaarden en stokken uitgetrokken om mij gevangen te nemen? Dag aan dag zat ik in den tempel te leeren, en gij hebt mij niet gegrepen.

56 Maar dit alles is geschied opdat de schriften der profeten vervuld zouden worden. Toen lieten alle leerlingen hem aan zijn lot over en namen de vlucht.

Veroordeeling door den Grooten Baad

57 Zij die Jezus hadden gevangengenomen voerden hem naar den hoogepriester Kajafas, bij wien de schriftgeleerden en de oudsten vergaderd waren.

58 En Petrus volgde hem van verre tot het paleis van den hoogepriester, trad binnen en ging bij de dienaren zitten om den afloop te zien.

59 De overpriesters en de geheele Groote Raad zochten valsche beschuldigingen tegen Jezus om hem ter dood te veroordeelen;

60 maar hoewel vele valsche getuigen optraden, vonden zij er geen.

61 Eindelijk traden twee op, die zeiden: Hij heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken en binnen drie dagen weer opbouwen.

62 Nu stond de hoogepriester op en zeide tot hem: Antwoordt gij

. niets op hetgeen zij tegen u inbrengen ?

Sluiten