Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.

Jezus geneest een verlamde. 2 1 En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapérnaüm gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.

Matt. 9 : 1. Luk. 5 : 17.

2 En terstond vergaderden daar velen, alzoo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hem niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.

3 En er kwamen sommigen tot Hem, brengende eenen geraakte, die van vier gedragen werd.

Matt. 9 : t. Luk. 5 : 18.

4 En niet kunnende tot Hem genaken overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was, en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.

5 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte; Zoon! uwe zonden zijn u vergaven..

6 En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hunne harten:

7 Wat .spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?

Ps. 32 : 5. 51 : 3. Jes. 43 : 25.

8 En Jezus, terstond ln Zijnen geest bekennende, dat zij alzoo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uwe harten?

9 Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel ?

10 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des menschen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte) :

11 Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

12 En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zoodat zij zich allen ontzetten, en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

13 En Hij ging wederom uit naar de zee, en de geheele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.

Matt. 9 : 9. Luk. 5 : 27.

Roeping van Levi.

14 En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alféüs zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

15 En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aan-

hij voortaan niet meer openlijk in de stad kon komen; maar hij was buiten in de woeste plaatsen, en zij kwamen tot hem van alle kanten.

Luc. 4 : 42—44. Matth. 8 : 1—4.

Luc. 5 : 12—16.

Een verlamde te Kapérnaüm genezen.

1 En na eenige dagen ging hij wederom naar Kapérnaüm, en het werd ruchtbaar, dat hij te huis was.

2 En terstond vergaderden er velen, zoodat zij geen ruimte hadden, zelfs niet buiten voor de deur; en hij sprak het woord tot hen.

3 En er kwamen eenigen tot hem, die een verlamde brachten, welke door vier gedragen werd.

4 En toen zij niet tot hem konden komen, vanwege het volk, openden zij het dak, waar hij was, braken er door, en lieten het bed neder, waarop de verlamde lag.

5 Toen nu Jezus hun geloof zag, zeide hij tot den verlamde: Mijn zoon, uwe zonden zijn u vergeven.

6 Er waren nu eenige Schriftgeleerden, die aldaar zaten, en in hunne harten dachten:

7 Hoe spreekt deze zulke godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven dan God alleen?

8 En Jezus erkende terstond in zijnen geest, dat zij zoo dachten bij zichzelven, en zeide tot hen: Wat denkt gij aldus in uwe harten?

9 Wat is lichter, tot den verlamde te zeggen: Uwe zonden zijn u vergeven; of: Sta op, neem uw bed op, en wandel?

10 Maar opdat gij weet, dat des Menschen Zoon macht heeft om de zonden te vergeven op de aarde, — zeide hij tot den verlamde:

11 Ik zeg u, sta op, neem uw bed op, en ga naar huis.

12 En dadelijk stond hij op, nam zijn bed op, en ging uit in de tegenwoordigheid van allen, zoodat zij zich allen ontzetten, en God prezen, zeggende: Wij hebben zoo iets nog nooit gezien.

Matth. 9 : 1—8. Luc. 5 : 17—26.

Levi (Mattheüs) geroepen.

13 En hij ging weder uit langs de zee, en al het volk kwam tot hem, en hij leerde hen.

14 En toen hij voorbijging, zag hij Levi, den zoon van Alfeüs, in het tolhuis zitten; en hij zeide tot hem: Volg mij. En hij stond op en volgde hem.

15 En het geschiedde, toen hij aan tafel zat in zijn huis, dat zich ook vele tollenaars en zondaars met

zoodat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar daarbuiten in eenzame plaatsen vertoefde. Doch van alle kanten kwam men tot hem.

Aanstoot door schuldvergeving, eten met tollenaars en zondaars, het vrijlaten van vasten en sabbatsgebod en genezing op sabbat.

1 Toen hij weer te Kapérnaüm was gekomen en men na eenige dagen hoorde dat hij binnenshuis was,

2 stroomden zoo velen samen dat vóór de deur geen plaats meer was. Terwijl hij tot hen sprak,

3 bracht men tot hem een verlamde — vier mannen droegen hem.

4 En daar zij vanwege de menigte niet bij hem konden komen, braken zij het dak op waar hij was, maakten er een opening in en lieten de baar waarop de verlamde lag neer.

5 Toen Jezus hun geloof zag, zeide hij tot den verlamde: Mijn zoon, uw zonden zijn vergeven.

6 Nu zaten daar sommige schriftgeleerden bij, en die zeiden bij zichzelf i

7 Hoe durft hij dat zeggen? Dat is godslastering. Wie kan zonden vergeven behalve God ?

8 En Jezus werd dadelijk door den geest die in hem was gewaar dat dit in hen omging en zeide tot hen: Wat denkt gij daar bij uzelf?

9 Wat is lichter, tot den verlamde te zeggen: Uw zonden zijn vergeven, of te zeggen: Sta op, neem uw baar op en ga?

10 Opdat gij dan moogt weten dat de Menschenzoon bevoegd is op aarde zonden te vergeven — toen zeide hij tot den verlamde:

11 Ik zeg u, sta op, neem uw baar op en ga naar uw huis.

12 Toen stond hij op, nam dadelijk de baar op en ging voor aller oog heen; zoodat allen ontzet waren, God prezen en zeiden: Zoo iets hebben wij nooit gezien!

13 Toen hij op een anderen tijd naar het meer uitging en de geheele schare tot hem kwam, leerde hij haar.

14 In het voorbijgaan zag hij Levi den zoon van Alfeüs aan het belastingkantoor zitten en zeide tot hem: Volg mij. Hij stond op en volgde hem.

15 Toen Jezus nu in zijn huis aanlag en vele tollenaren en zondaren met hem en zijn leerlingen

Sluiten