Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeren; en velen, die» Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijne handen geschieden ?

3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijne zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geërgerd.

Joh. 6 : 42.

4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd, dan in zijn vaderland, en onder zijne magen, en in zijn huis.

Matt. 13 : 57. Luk. 4 : 24. Joh. 4 : 44.

5 En Hij kon aldaar geene kracht doen; dan Hij legde weinige zieken de handen op, en genas hen.

Matt. 13 : 58.

6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, leerende.

Matt. 9 : 35. Luk. 13 : 22.

De uitzending der twaalven.

7 En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine ge.esten.

Matt. 10 : 1. Luk. 6 : 13. 9:1.

8 En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk eenen staf, geene male, geen brood, geen geld in den gordel;

9 Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.

Hand. 12 : 8.

10 En Hij zeide tot hen: Zoo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.

11 En zoo wie u niet zullen ontvangen, noch u hooren, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uwe voeten is, hun tot eene getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom of Gomórra verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan dezelve stad.

Matt. 10 : 14. Luk. 9 : 5. Hand. 13 : 51. Hand. 18 : 6. Matt. 10 : 15. Luk. 10 : 12.

12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeeren.

13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen geizond.

Jakob. 5 : 14.

Dood van Johannes den Dooper.

14 En de koning Heródes hoorde het (want Zijn naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de dooden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.

Matt. 14 : 1. Luk. 9 : 7.

15 Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.

16 Maar als het Heródes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de dooden opgewekt.

17 Want dezelve Heródes, eenigen uitgezonden hebbende, had Johan-

velen, die hem hoorden, verwonderden zich, zeggende: Vanwaar komt dezen dit alles, en wat wijsheid is het, die hem gegeven is, dat zulke daden door zijne handen geschieden ?

3 Is hij niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon ? Zijn ook niet zijne zusters hier bij ons? En zij ergerden zich aan hem.

4 Doch Jezus zeide tot hen: Een profeet geldt nergens minder dan in zijn vaderland en te huis bij de zijnen.

5 En hij kon aldaar geen enkele daad doen, behalve dat hij weinigen zieken de handen oplegde en hen genas.

6 En hij verwonderde zich over hun ongeloof; en hij ging in de omliggende vlekken rond en leerde.

Matth. 13 : 53—58. Luc. 4 : 16—30.

De twaalf worden uitgezonden. 7 En hij riep de twaalve, en begon hen uit te zenden, telkens twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.

8 En hij gebood hun, dat zij niets bij zich zouden dragen op den weg, dan alleen een staf; geen reiszak, geen brood, geen geld in den gordel;

9 maar dat zij zouden geschoeid zijn, en geen twee rokken aantrekken.

10 En hij zeide tot hen: Waar gij in een huis zult gaan, blijft daarin, totdat gij van daar vertrekt.

11 En wie u niet zullen aannemen noch hooren, gaat van daar uit, en schudt het stof van uwe voeten af, tot eene getuigenis over hen. Voorwaar, ik zeg: Het zal Sodom en Gomorra ten dage des oordeels draaglijker zijn dan zulk een stad.

12 En zij gingen uit, en predikten, dat men boete zou doen;

13 en zij dreven vele duivelen uit, en zalfden vele zieken met olie, en maakten hen gezond.

Matth. 10 : 1, 5—15. Luc. 9 : 1—6.

De meeningen over Jezus.

14 En het kwam koning Herodes ter oore — want zijn naam was nu openbaar geworden —, en hij zeide: Johannes de Dooper is van de dooden opgestaan, en daarom werken zulke krachten in hem.

15 Anderen zeiden: Hij is Elia; anderen: Hij is een profeet, als een der profeten.

Herodes en Johannes de Dooper.

16 Maar toen Herodes dat hoorde, zeide hij: Het is Johannes, dien ik onthoofd heb;

17 die is van de dooden opgestaan. Want hij, Herodes, had uit¬

zijn talrijke hoorders stonden versteld en zeiden: Van waar heeft hij dat? En wat een wijsheid is hem gegeven! En welke wonderen worden door hem verricht!

3 Is hij niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jacobus, Jozes, Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons? — Zoo was hij hun een aanstoot.

4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is alleen ongeëerd in zijn vaderland, onder zijn bloedverwanten en in zijn huis.

5 Hij kon daar geen wonder verrichten, behalve dat hij door handoplegging eenige weinige zieken genas,

6a en hij verwonderde zich over hun ongeloof.

Uitzending der Twaalve. 6b Nu trok hij de omliggende dorpen al leerend rond.

7 Eens riep hij de Twaalve tot zich en begon hen twee aan twee uit te zenden; waarbij hij hun macht gaf over de onreine geesten.

8 Hij beval hun niets op weg mee te nemen dan alleen een stok: geen brood of reiszak, geen koper in den gordel;

9 zij mochten schoenen aandoen, maar geen twee stuks onderkleederen dragen.

10 Ook zeide hij hun: Wanneer gij een huis binnentreedt, blijft dan daar totdat gij de plaats verlaat.

11 En waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, schudt daar bij het heengaan het stof dat aan uw voeten hangt af, hun tot een getuigenis.

12 Zij gingen heen, predikten dat men zich bekeeren zou,

13 wierpen veel duivelen uit en genazen veel zieken door hen met olie te zalven.

Dood van Johannes den Dooper.

14 Koning Herodes nu hoorde van hem; want zijn naam werd bekend, en men zeide: Johannes de Dooper is uit de dooden opgewekt; daarom werken die krachten in hem.

15 Anderen zeiden: Hij is Elia — anderen: Een gewone profeet.

16 Maar Herodes dacht, toen hij van hem hoorde: Het is Johannes, dien ik heb onthoofd; die is opgewekt!

17 Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geketend in

Sluiten