is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarschuwing tot waakzaamheid. 33 Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.

'Matt. 24 : 42. 25 : 13. Luk. 12 : 40. 21 : 36.

1 Thess. 5 : 6.

34 Gelijk een mensch, buiten 's lands reizende, zijn huis verliet, en zijnen dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;

35 Zoo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond) ;

36 Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.

37 En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.

De zalving te Bethanië. |4 1 En het pascha, en het feest dei' ongehevelde brooden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en dooden zouden;

Matt. 26 : 2. Luk. 22 : 1. Joh. 11 : 55. 13 :1. 2 Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.

3 En als hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatsche, daar Hij aan tafel zat, kwam eene vrouw, hebbende eene albasten flesch met zalf van onvervalschten nardus, van grooten prijs; en de albasten flesch gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.

Matt. 26 : 6. Luk. 7 : 37. Joh. 11 : 2. 12 :3.

4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?

5 Want dezelve had kunnen boven de drie honderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.

6 Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.

7 Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.

Deut. 15 :11.

8 Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot eene voorbereiding ter begrafenis.

9 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de geheele wereld, daar zal ook tot hare gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.

10 En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. Matt. 26 :14. Luk. 22 : 4.

De makende dienstknechten.

33 Ziet toe, waakt en bidt, want gij weet niet, wanneer de tijd daar is.

Mare. 9 : 1. Matth. 24 : 36. Matth. 24 : 42. 25 : 13, 14. LUC. 12 : 40. Luc. 12 : 28.

34 Gelijk een mensch, die buitenslands trok en zijn huis verliet, en aan zijne dienstknechten het beheer gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken:

35 Zoo waakt nu, want gij weet niet, wanneer de heer van het huis komen zal, des avonds, of te middernacht, of omtrent het hanengekraai, of des morgens;

36 opdat hij niet plotseling kome en u slapende vinde.

37 En wat ik ü zeg, dat zeg ik allen: waakt!

De zalving en het verraad.

1 En na twee dagen was het Paschen en de dagen der ongezuurde brooden. En de Hoogepriesters en Schriftgeleerden zochten, hoe zij hem met list grijpen en dooden zouden.

2 Maar zij zeiden: Vooral niet op het feest, opdat er geen oproer kome onder het volk.

3 En toen hij te Bethanië was in het huis van Simon den melaatsche, en aan tafel zat, kwam eene vrouw, die eene albasten flesch had met onvervalschte en kostelijke narduszalf olie; en zij brak de albasten flesch in stukken, en goot ze op zijn hoofd.

4 Toen waren er sommigen, die misnoegd werden, en zeiden: Waartoe dient toch deze verkwisting?

5 Men had die zalfolie voor meer dan driehonderd penningen kunnen verkoopen, en die den armen gegeven hebben. En zij murmureerden tegen haar.

6 Maar Jezus zeide: Laat haar met vrede! Wat doet gij haar moeite aan ? Zij heeft een goed werk aan mij gedaan.

7 Armen hebt gij altijd bij u, en als gij wilt, kunt gij hun goeddoen; maar mij hebt gij niet altijd.

8 Zij heeft gedaan wat zij kon: zij heeft mijn lichaam bij voorbaat gezalfd tot mijne begrafenis.

9 Voorwaar, ik zeg u: Waar dit evangelie gepredikt wordt in de geheele wereld, daar zal men ook zeggen tot hare gedachtenis hetgeen zij gedaan heeft.

10 En Judas Iskariot, een der twaalve, ging heen tot de Hoogepriesters, om hem te verraden.

33 Ziet toe, waakt; want gij weet niet wanneer de tijd daar is.

34 Het is als met een mensch die op reis is gegaan; hij heeft zijn huis overgegeven en het beheer aan zijn slaven opgedragen; aan ieder gaf hij zijn werk, en den deurwachter beval hij te waken.

35 Waakt dan; want gij weet niet wanneer de heer des huizes komt, 's avonds laat of te middernacht of bij het hanengekraai of 's morgens vroeg.

36 Laat hij niet onverwachts komen en u slapend vinden.

37 Wat ik u zeg zeg ik allen: Waakt.

Het besluit Jezus te dooden.

1 Twee dagen later zou het Pascha zijn en het feest der ongezuurde brooden. En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten een middel om zich listig van hem meester te maken en hem te dooden.

2 Want zij zeiden: Niet op het feest; het volk mocht eens in oproer komen.

Zalving te Bethanië. Verraad van Judas.

3 En toen Jezus in Bethanië, in het huis van Simon den melaatsche, was, kwam, terwijl hij aanlag, een vrouw met een flesch echte, zeer dure reukolie, die zij, na de flesch gebroken te hebben, over zijn hoofd uitgoot.

4 Er waren er die hierover bij zichzelf morden: Waartoe dient deze verspilling van reukwerk?

5 Dit had voor meer dan driehonderd zilverlingen kunnen verkocht zijn; dat had men aan de armen kunnen geven. Zij gaven haar harde woorden te hooren.

6 Maar Jezus zeide: Laat haar met vrede. Wat valt gij haar lastig. Zij heeft een goed werk aan mij gedaan.

7 Want de armen hebt gij altijd bij u, en gij kunt hun weldoen wanneer gij wilt; maar mij hebt gij niet altijd.

8 Zij heeft gedaan wat zij kon: zij heeft bij voorbaat mijn lichaam ter begrafenis gezalfd.

9 Voorwaar, ik zeg u, alwaar de Blijde boodschap zal verkondigd worden waar ter wereld ook, daar zal ook, tot een aandenken aan haar, gesproken worden van hetgeen zij heeft gedaan.

10 Toen ging Judas Iskariot, een van de Twaalve, naar de overpriesters, om hem aan hen over te leveren.