is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.

26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar aen Olijfberg.

Petrus gewaarschuwd.

27 En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.

Matt. 26 : 31. Joh. 16 : 32. Zach. 13 : 7.

28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galiléa.

Matt. 26 : 32. 28 : 10. Mark. 16 : 7.

29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd wierden, zoo zal ik toch niet geërgerd worden.

30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.

Matt. 26 : 34. Luk. 22 : 34. Joh. 13 : 38.

31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zoo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.

Joh. 13 : 37.

Gethsémané.

32 En zij kwamen in eene plaats, welker naam was Gethsémané, en Hij zeide tot Zijne discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.

Matt. 26 : 36. Luk. 22 : 39. Joh. 18 : 1.

33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;

34 En zeide tot hen: Mijne ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt.

Joh. 12 : 27.

35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zoo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.

Luk. 22 : 41.

36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg! doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt. Joh. 6 : 38.

37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij ? Kunt gij niet één uur waken?

Matt. 26 : 40. Luk. 22 : 45.

38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. Gal. 5 : 17.

39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.

40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hunne oogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.

41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des menschen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

dag, wanneer ik het nieuw zal drinken in het rijk Gods.

Matth. 26 : 26—29. LUC. 22 : 15—'20.

1 Cor. 11 : 23—25.

27 En Jezus zeide tot hen: In dezen nacht zult gij u allen aan mij ergeren; want er staat geschreven: „Ik zal den herder slaan, en de schapen zullen zich verstrooien".

28 Maar daarna, als ik zal opgestaan zijn, zal ik voor u heen gaan naar Galiléa.

29 Maar Petrus zeide tot hem: Al ware het, dat zij zich allen ergerden, zoo zal ik mij toch niet ergeren.

30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, ik zeg u: Heden, in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij mij driemaal verloochenen.

31 Maar hij zeide nog meer: Ja, al ware het, dat ik ook met u sterven moest, ik zou u niet verloochenen. Desgelijks zeiden zij allen. Matth. 26 : 30—35. Zach. 13 : 7.

Luc. 22 : 31—34. Joh. 13 : 36—38.

De gebedsstrijd in Gethsémané.

32 En zij kwamen aan een hof, genaamd Gethsémané; en hij zeide tot zijne jongeren: Zit hier neder, totdat ik zal gebeden hebben.

33 En hij nam met zich Petrus, Jakobus en Johannes, en begon te beven en zeer beangst te worden,

34 en zeide tot hen: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe; vertoeft hier en waakt.

35 En hij ging een weinig verder, viel op de aarde en bad, dat, zoo het mogelijk ware, die ure mocht voorbijgaan,

36 en zeide: Abba, mijn Vader! u is alles mogelijk. Neem dezen kelk van mij; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.

37 En hij kwam en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet één uur waken?

38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt! De geest is gewillig, maar het vleesch is zwak.

39 En hij ging wederom heen, en bad, sprekende dezelfde woorden.

40 En hij kwam weder, en vond hen wederom slapende, want hunne oogen waren vol slaap; en zij wisten niet wat zij hem antwoorden zouden.

41 En hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Wilt gij nu slapen en rusten? Het is genoeg; de ure is gekomen. Ziet, des Menschen Zoon wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

waarop ik ze nieuw zal drinken in het Godsrijk.

27 En Jezus zeide tot hen: Gij allen zult mij ontrouw worden; want er staat geschreven: Ik zal den herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.

28 Maar nadat ik opgestaan ben zal ik u voorgaan naar Galilea.

29 Petrus zeide tot hem: Al worden ook allen u ontrouw, ik niet.

30 Maar Jezus zeide hem: Voorwaar, ik zeg u, gij zult mij vandaag nog, in dezen zelfden nacht, voordat de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.

31 Hij zeide nog nadrukkelijker: Al moest ik met u sterven, ik zal u niet verloochenen. Desgelijks spraken ook de anderen.

32 Toen gingen zij naar een plaats Gethsemane genaamd, en hij zeide tot zijn leerlingen: Blijft hier totdat ik gebeden heb.

33 Hij nam Petrus, Jacobus en Johannes mede, begon ontroerd en beangst te worden

34 en zeide tot hen: Mijn ziel is doodelijk beangst; blijft hier en waakt.

35 Hij ging een klein eind verder, viel ter aarde en bad, dat, indien het mogelijk was, deze ure voor hem mocht voorbijgaan.

36 En hij zeide: Abba, Vader, alles is voor u mogelijk; neem dezen beker van mij weg; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.

37 Nu ging hij heen, vond hen slapend en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een enkel uur wakker blijven?

38 Waakt en bidt niet in verzoeking te komen. De geest is wel gewillig, maar het vleesch zwak.

39 Wederom ging hij heen en bad in dezelfde woorden.

40 Opnieuw vond hij hen slapend; want hun oogen waren bezwaard, en zii wisten niet hem te antwoorden.

41 Toen hij ten derden male kwam, zeide hij: Slaapt nu voort en rust; het is genoeg; de ure is gekomen; zie, de Menschenzoon wordt in de handen der zondaren overgeleverd.

Petrus' verloochening voorspeld. 26 En toen zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Gethsemane. 26 Na den lofzang gezongen te hebben, gingen zij de stad uit naar den Olijfberg.