is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geenen. man bekenne?

35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

36 En zie, Elizabet, uwe nicht, is ook zelve bevrucht, met eenen zoon, in haren ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.

37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

Job 42 : 2. Jer. 32 : 17. Zaeh. 8 : 6. Matt. 19 : 26. Luk. 18 : 27.

38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.

Maria bezoekt Elizabet.

39 En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in eene stad van Juda;

40 En kwam in het huis van Zacharias, en groette Elizabet.

41 En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zoo sprong het kindeken op in haren buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest;

42 En riep uit met eene groote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!

43 En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt ?

44 Want zie, als de stem uwer groetenis in mijne ooren geschiedde, zoo sprong het kindeken van vreugde op in mijnen buik.

45 En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden. Luk. 11 : 28.

Lofzang van Maria.

46 En Maria zeide: Mijne ziel maakt groot den Heere;

47 En mijn geest verheugt zich in God, mijnen Zaligmaker;

48 Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten.

49 Want groote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn naam.

50 En Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vreezen.

Ex. 20 : 6.

51 Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijnen arm; Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten.

Jes. 51:9. 52:10. Ps. 33 :10. lPetr. 5 : 5.

52 Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd.

1 Sam. 2 : 8. Ps. 113 : 6.

53 Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Ps. 34 : 11.

34 Toen zeide Maria tot den Engel: Hoe zal dat toegaan, daar ik van geenen man weet?

35 De Engel antwoordde en zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat van u geboren zal worden, Gods Zoon genaamd worden.

Matth. 1 : 18, 20.

36 En zie, Elisabeth, uwe bloedverwante, is ook zwanger in haren ouderdom van eenen zoon; en zij, die onvruchtbaar genoemd werd, is nu in hare zesde maand.

37 Want bij God is geen ding onmogelijk.

38 En Maria zeide: Zie, ik ben des Heeren dienstmaagd; mij geschiede gelijk gij gezegd hebt. En de Engel verliet haar.

Maria en Elisabeth.

39 En Maria stond op in die dagen, en trok met haast naar het gebergte, naar eene stad van Juda,

40 en kwam in het huis van Zacharias, en groette Elisabeth.

41 En het geschiedde, toen Elisabeth de groetenis van Maria hoorde, dat het kind in haren schoot opsprong. En Elisabeth werd vol van den Heiligen Geest, en riep overluid, zeggende:

42 Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws schoots!

43 En vanwaar wedervaart mij

dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?

44 Zie, toen ik de stem uwer groetenis hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijnen schoot.

45 En zalig zijt gij, die geloofd hebt; want het zal vervuld worden hetgeen u gezegd is van den Heer.

Lofzang van Maria.

46 En Maria zeide: Mijne ziel verheft den Heer,

47 en mijn geest verheugt zich in God, mijnen Heiland:

48 want Hij heeft de geringheid zijner dienstmaagd aangezien. Zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten;

49 want Hij heeft groote dingen aan mij gedaan,

50 Hij, die machtig en wiens naam heilig is, en zijne barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht bij degenen die Hem vreezen.

51 Hij oefent macht met zijnen arm, en verstrooit wie hoovaardig zijn in den zin hunner harten;

52 Hij stoot machtigen van den troon, en nederigen verhoogt Hij;

53 hongerigen vervult Hij met goederen, en laat rijken ledig.

34 Maria zeide tot den engel: Hoe kan dit geschieden, terwijl ik geen man heb?

35 De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten u overschaduwen: daarom zal het heilige dat verwekt wordt Gods zoon heeten.

36 En zie, Elizabet, uw bloedverwant, is in haar ouderdom zwanger geworden van een zoon; zij, die onvruchtbaar heette, is nu in de zesde maand;

37 want geen woord dat van God komt kan krachteloos zijn.

38 Toen zeide Maria: Zie, ik ben des Heeren dienstmaagd; mij geschiede naar uw woord. En de engel verliet haar.

Ontmoeting van Maria en Elizabet. Lofzang van Maria.

39 In die dagen maakte Maria zich op en ging ijlings het gebergte in, naar een stad in Juda.

40 Zij kwam in het huis van Zacharja, en groette Elizabet.

41 Nauwelijks hoorde Elizabet Maria's groet, of het kind in haar schoot sprong op, en Elizabet werd met heiligen geest vervuld,

42 barstte los en sprak met luide

stem: Gezegend zijt gij onaer ae vrouwen! Gezegend de vrucht van uw schoot!

43 Vanwaar valt mij dit te beurt dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?

44 Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oor drong, sprong het kind van vreugde in mijn schoot op.

45 Zalig zij die geloofd heeft dat hetgeen haar vanwege den Heer gezegd is vervuld zal worden.

46 Toen zeide Maria: Mijn ziel maakt groot den Heer,

47 mijn geest verheugt zich in God mijn redder;

48 omdat Hij acht heeft geslagen op den lagen staat zijner dienstmaagd; want zie, van nu af zullen mij zalig prijzen alle geslachten;

49 omdat de Machtige iets groots aan mij gedaan heeft. Heilig is zijn naam,

50 en zijn barmhartigheid genieten van geslacht tot geslacht zij die Hem vreezen.

51 Getoond heeft Hij de kracht van zijn arm, verstrooid wie zich verheffen in trotschen waan:

52 machtigen zijn van den troon neergehaald en nederigen verhoogd,

53 hongerigen rijkelijk met goede gaven begiftigd en rijken ledig weggezonden.