Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I 46 En het geschiedde na drie : dagen, dat zij hem in den tempel i vonden zitten te midden der leeraren, terwijl hij naar hen luisterde : en hun vragen stelde, i 47 En allen die hem hoorden, wat ren verbaasd over zijn inzicht en i zijn antwoorden.

; 48 En toen zij hem zagen, ston: den zij verslagen; en zijn moeder ; zeide tot hem: Kind, waarom hebt I gij ons dit gedaan? zie, uw vader f en ik zoeken u in grooten angst.

; 49 En hij zeide tot hen: Waarom t toch hebt gij mij gezocht? wist ! gij dan niet, dat ik moet zijn in i het huis mijns Vaders? ! 50 En zij verstonden het woord i niet, dat hij tot hen gesproken had.

i 51 En hij ging met hen huiswaarts c en kwam te Nazaret, en was hun i onderdanig. En zijn moeder be-

■ waarde al deze dingen in haar 1 hart.

I 52 En Jezus nam toe in wijsheid

i en in grootte en in gunst bij God

■ en bij menschen.

Het optreden van Johannes den dooper.

1 In het vijftiende jaar van de regeering van keizer Tiberius —

f toen Pontius Pilatus landvoogd was over Judea, en Herodes viervorst over Galilea, en Filippus, zijn broeder, viervorst over Iturea en Trachonitis, en Lysanias viervorst over Abiléne,

2 onder den hoogepriester Annas en Kajafas, — kwam het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de wildernis.

3 En hij kwam in al het omliggende land van de Jordaan, en predikte een doop van bekeering tot vergeving van zonden,

4 gelijk geschreven staat in het boek der woorden van Jesaja, den profeet: De stem van een die roept in de wildernis: bereidt den weg des Heeren, maakt zijne

I paden recht;

5 iedere kloof worde gedempt, elke berg en heuvel zinke neder; de kromme Daden zullen recht ge¬

maakt worden, de ruwe wegen tot ' effene banen;

6 en al wat leeft zal Gods heil aanschouwen.

7 En hij sprak tot de scharen, die uittogen, om door hem te worden gedoopt: Adderengebroed! wie heeft u overreed, den komenden toorn te ontvlieden ?

8 Brengt dan vruchten voort, waaruit uwe bekeering blijkt, en begint niet, met bij uzelf te zeggen: wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God bij machte is, uit deze steenen voor Abraham kinderen te verwekken.

9 Thans ligt de bijl zelfs aan den wortel der boomen, alle boom dan, die geen goede vrucht voort-

46 Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel, terwijl Hij te midden der leraars zat, naar hen luisterde en hen ondervroeg;

47 allen, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn schranderheid en over zijn antwoorden.

48 Ze stonden versteld van dal schouwspel. Maar zijn moeder zei tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken in doodsangst naar U.

49 Hij sprak tot hen: Waarom hebt gij Mij gezocht? Wist gij dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moet zijn?

50 Maar ze begrepen niet, wat Hij tot hen sprak.

51 Nu ging Hij met hen naar Nazaret terug. En Hij was hun onderdanig. Zijn moeder bewaarde dit alles in haar hart.

52 En Jesus nam toe in wijsheid en jaren, en in welgevallen bij God en de mensen.

Prediking en gevangenneming van Johannes den Doper. 1 In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tibérius, toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broer Filippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abile-

ne,

2 onder den hogepriester Annas en Kaifas, kwam Gods woord tot Johannes, den Zoon van Zakarias, in de woestijn.

3 Toen trad hij op in heel de omtrek van de Jordaan, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden;

4 zoals geschreven staat in het boek der voorspellingen van den profeet Isaias: „De stem van een roepende in de woestijn. Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden.

Is. 40 : 3—5.

5 Elk ravijn zal worden gedempt, Iedere berg en heuvel worden geslecht; De kronkelpaden zullen recht, De oneffene wegen effen worden.

6 En alle vlees zal zien Gods heil."

7 Hij sprak dus tot de scharen, die uitliepen, om door hem te worden gedoopt: Adderenbroed, wie heeft u geleerd, de komende wraak te ontvluchten?

8 Brengt dus waardige vruchten van boetvaardigheid voort; en gaat niet zeggen bij uzelf: We hebben Abraham tot vader. Want ik zeg u, dat God de macht heeft, om uit deze stenen voor Abraham kinderen te verwekken.

9 Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom, die geen goede vruchten draagt, wordt

46 En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde.

47 Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden.

48 En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zeide tot Hem: Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan ? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!

49 En Hij zeide tot hen: Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?

50 En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak.

01 En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.

52 En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en bij de mensen.

Johannes de Doper.

1 In het vijftiende jaar van de 3 regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd over Judéa was, en Herodes viervorst over Galiléa, en zijn broeder Philippus viervorst over Ituréa en het land Trachonitis, en Lijsanias viervorst over Abiléne,

2 onder de hogepriesters Annas en Kajafas, kwam het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de woestijn.

3 En hij kwam in den gehelen omtrek van den Jordaan en predikte den doop der bekering tot vergeving der zonden,

4 gelijk geschreven staat in het boek der woorden van den profeet Jesaja: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt den weg des Heren, maakt recht zijn paden.

5 Alle kloof zal gevuld worden en alle berg en heuvel zal geslecht worden, en, de krommingen zullen recht en de oneffene wegen vlak worden,

6 en alle vlees zal het heil Gods zien.

7 Hij sprak dan tot de scharen, die uitliepen om zich door hem te laten dopen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om den komenden toorn te ontgaan ?

8 Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden. En gaat niet bij uzelf zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.

9 Reeds ligt de bijl aan den wortel der bomen. Elke boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt,

Sluiten