is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengt, wordt uitgehouden, en in het vuur geworpen.

Matt. 3 : 10. 7 : 19.

10 En de scharen vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen ? Hand. 2 : 37.

11 En hij, antwoordende, zeide tot hen: Die twee rokken heeft, deele hem mede, die geen heeft; en die spijze heeft, doe desgelijks.

Jacob. 2 : 13, 15. 1 Joh. 3 : 17.

12 En er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden, en zeiden tot hem: Meester! wat zullen wij doen ?

13 En hij zeide tot hen: Eischt niet meer, dan hetgeen u gezet is.

14 En hem vraagden ook de krijgslieden, zeggende: En wij, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand overlast, en ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uwe bezoldigingen.

15 En als het volk verwachtte, en allen in hunne harten overleiden van Johannes, of hij niet mogelijk de Christus ware;

16 Zoo antwoordde Johannes aan allen zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben den riem van Zijne schoenen te ontbinden; Deze zal u doopen met den Heiligen Geest en met vuur; Matt. 3 : 11. Mark. 1 : 8.

Joh. 1 : 26. Hand. 1 : 5. 11 : 16. 19 : 4. Jes. 44 :3. Joël. 2 :28. Hand. 2 : 4. 11:15.

17 Wiens wan in Zijne hand is, en Hij zal Zijnen dorschvloer doorzuiveren, en de tarwe zal Hij in Zijne schuur samenbrengen; maar het kaf zal Hij met onuitblusschelijk vuur verbranden. Matt. 3 :12.

18 Hij dan, ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde den volke het Evangelie.

Johannes en Heródes.

19 Maar als Heródes, de viervorst, van hem bestraft werd, om Heródias' wil, de vrouw van Filippus, zijnen broeder, en over alle booze stukken, die Heródes deed,

Matt. 14 : 3. Mark. 6 : 18.

20 Zoo heeft hij ook dit nog boven alles daar toegedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft.

Jezus gedoopt.

21 En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd;

Matt. 3 : 13. Mark. 1 : 9. Joh. 1 : 32.

22 En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde, in lichamelijke gedaante, gelijk eene duif; en dat er eene stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!

Jes. 42 : 1. Matt. 17 : 5. Mark. 9 : 7. Luk. 9 : 35. Kol. 1 : 13. 2 Petr. 1 : 17.

Geslachtsregister van Jezus.

23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzoo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,

Matt. 13 : 55. Joh. 6 : 42.

voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

10 En het volk vraagde hem en zeide: Wat zullen wij dan doen?

11 En hij antwoordde en zeide tot hen: Wie twee rokken heeft, geve er een aan hem die er geen heeft, en wie spijs heeft doe desgelijks.

12 En er kwamen ook tollenaars om zich te laten doopen, en zeiden tot hem: Meester, wat zullen wij doen?

13 En hij zeide tot hen: Eischt niet meer dan hetgeen gezet is. Toen vraagden hem ook krijgslieden

14 en zeiden: Wat moeten wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand geweld noch onrecht, en vergenoegt u met uwe soldij.

Matth. 3 : 1—12. Mare. 1 : 1—8.

Joh. 1 : 15—18.

Johannes' getuigenis over den Christus.

15 Toen nu het volk in verwachting was, en zij in hunne harten van Johannes dachten, of hij niet misschien de Christus ware,

16 antwoordde Johannes en zeide tot allen: Ik doop u met water, maar er komt een, die sterker is dan ik, wiens schoenriemen ik niet waardig ben te ontbinden; die zal u met den Heiligen Geest en met vuur doopen;

17 in zijne hand is de wan, en hij zal zijnen dorschvloer vegen, en zal de tarwe in zijne schuur vergaderen, maar het kaf zal hij met onuitbluschbaar vuur verbranden.

18 En nog vele andere vermaningen gaf hij aan het volk en verkondigde hun het heil.

Johannes en Her odes.

19 Maar Herodes, de viervorst, toen hij door hem bestraft werd vanwege Herodias, zijns broeders vrouw, en over al het kwaad dat Herodes deed,

20 zette hij ook boven dit alles nog Johannes in de gevangenis.

Matth. 14 : 3—12. Mare. 6 : 17—29.

Jezus gedoopt.

21 En het geschiedde, toen al het volk zich liet doopen, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel zich opende,

22 en de Heilige Geest op hem nederdaalde in een lichamelijke gedaante, gelijk eene duif, en eene stem kwam uit den hemel, die zeide: Gij zijt mijn geliefde Zoon; in u heb Ik een welbehagen.

Matth. 3 : 13—17. Mare. 1 : 9—11.

Joh. 1 : 32—34

Geslachtsregister van Jezus. 23 En Jezus was, toen hij begon, omstreeks dertig jaar oud, en werd gehouden voor den zoon van Jozef, den zoon van Eli,

omgehouwen en in het vuur geworpen.

10 Toen vroegen hem de scharen: Wat moeten wij dan doen?

11 Hij gaf hun ten antwoord: Wie twee stuks onderkleeren heeft deele er van mee aan hem die er geen heeft, en wie spijs heeft doe desgelijks.

12 Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en zeiden tot hem: Meester, wat moeten wij doen ?

13 Hij zeide tot hen: Neemt niet meer dan u gelast is.

14 Ook soldaten vroegen hem: En wij, wat moeten wij doen? Hij zeide tot hen: Doet niemand overlast aan, berooft niemand en vergenoegt u met uw soldij.

15 Toen nu het volk in spanning was en allen zich afvroegen of Johannes niet wellicht de Christus was

16 gaf hij allen ten antwoord: Ik doop u wel met water maar er komt een die machtiger is dan ik,! wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. Hij zal u doopen met heiligen geest en meti vuur.

17 Zijn wan is in zijn hand om zijn dorschvloer te zuiveren en het graan in de schuur te verzamelen; maar het kaf zal hij met onuitbluschbaar vuur verbranden.

18 Zoo kondigde hij, nog met vele andere vermaningen, het volk de Heilmare aan.

19 Maar toen de viervorst Herodes door hem berispt werd ter zake van Herodias, de vrouw van zijn broeder, en van allerlei booze stukken die hij bedreef,

20 voegde hij er nog dit bij dat. hij Johannes in de gevangenis wierp.

Jezus' doop.

21 Toen de geheele menigte en ook Jezus gedoopt werd, daar ging, terwijl hij bad, de hemel open

22 en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op hem neer, terwijl uit den hemel een stem kwam: Gij zijt mijn geliefde zoon; in u heb Ik welbehagen.

Geslachtregister van Jezus. 23 Deze Jezus nu telde, toen hij optrad, ongeveer dertig jaren en was, naar men meende, de zoon van Jozef, den zoon van Eli,