is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,

25 Den zoon van Mattathias, den zoon van Amos, den zoon van Naüm, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,

26 Den zoon van Maath, den zoon van Mattathïas, den zoon van Semeï, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,

27 Den zoon van Johannes, den zoon van Rhesa, den zoon van Zorobabel, den zoon van Salathiël, den zoon van Neri,

28 Den zoon van Melchi, den zoon van Addi, den zoon van Kosam, den zoon van Elmódam, den zoon van Er,

29 Den zoon van Joses, den zoon van Eliëzer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,

30 Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,

31 Den zoon van Meleas, den zoon van Maïnan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,

32 Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Boöz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,

33 Den zoon van Amin&dab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

34 Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

Gen. 11 : 10, enz.

35 Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,

36 Den zoon van Kaïnan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noë, den zoon van Lamech,

37 Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleël, den zoon van Kaïnan,

38 Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

Gen. 5 : 3.

Verzoeking van Jezus in de woestijn. 4 1 En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;

Matt. 4 : 1. Mark. 1 : 12.

2 En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gansch niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zoo hongerde Hem ten laatste.

Ex. 34 : 28. 1 Kon. 19 : 8.

3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.

4 En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mensch bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Deut. 8 : 3. Matt. 4 : 4.

24 den zoon van Matthat, den ï zoon van Levi, den zoon van Mei- 5 chi, den zoon van Jannas, den zoon c van Jozef, 1

25 den zoon van Mattathias, den 2 zoon van Amos, den zoon van : Nahum, den zoon van Esli, den 1 zoon van Naggaï, 1

26 den zoon van Maath, den zoon : van Mattathias, den zoon van i Simei, den zoon van Jozef, den ! zoon van Juda, :

27 den zoon van Johanan, den : zoon van Resa, den zoon van Ze- : rubbabel, den zoon van Sealtiël, 1 den zoon van Neri, :

28 den zoon van Melchi, den zoon ' van Addi, den zoon van Kosam, 1 den zoon van Elmodam, den zoon < van Er,

29 den zoon van Joses, den zoon : van Eliëzer, den zoon van Jorim, ' den zoon van Matthat, den zoon i van Levi,

30 den zoon van Simeon, den zoon : van Juda, den zoon van Jozef, den : zoon van Jonam, den zoon van . Eljakim,

31 den zoon van Meleas, den zoon ■ van Maïnan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David, den zoon van Isaï, :

32 den zoon van Obed, den zoon van Boas, den zoon van Salmon, den zoon van Nahesson,

33 den zoon van Amminadab, den zoon van Ram, den zoon van Hesron, den zoon van Peres, den zoon van Juda,

34 den zoon van Jakob, den zoon van Isaak, den zoon van Abraham, den zoon van Terah, den zoon van Nahor,

35 den zoon van Serug, den zoon van Rehu, den zoon van Peleg, den zoon van Heber, den zoon van Selah,

36 den zoon van Kaïnan, den zoon van Arpachsad, den zoon van Sem, den zoon van Noach, den zoon van Lamech,

37 den zoon van Methusalah, den zoon van Henoch, den zoon van Jered, den zoon van Mahalaleël, den zoon van Kenan,

38 den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

De verzoeking in de woestijn.

1 En Jezus, vol van den Heiligen Geest, kwam weder van den Jordaan, en werd door den Geest heengeleid in de woestijn,

2 en werd veertig dagen lang door den duivel verzocht. En hij at niet in die dagen; en toen zij ten einde waren, hongerde hem daarna.

3 En de duivel zeide tot hem: Zijt gij Gods Zoon, zoo zeg tot dien steen, dat hij brood worde.

4 En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er staat geschreven: ,,De mensch leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord van God." Deut. 8 : 3.

14 den zoon van Matthat, den ;oon van Levi, den zoon van Mel:hi, den zoon van Jannai, den zoon 'an Jozef,

15 den zoon van Mattathias, den :oon van Amos, den zoon van Naïum, den zoon van Esli, den zoon ran Naggai,

!6 den zoon van Maath, den zoon fan Mattathias, den zoon van üemeïn, den zoon van Josech, den soon van Joda,

17 den zoon van Johanan, den soon van Resa, den zoon van Zoronabel, den zoon van Salathiël, den loon van Neri,

28 den zoon van Melchi, den zoon /an Addi, den zoon van Kosam, ien zoon van Elmadam, den zoon /an Er,

29 den zoon van Jezus, den zoon /an Eliëzer, den zoon van Jorim, ien zoon van Matthat, den zoon /an Levi,

50 den zoon van Symeon, den zoon van Juda, den zoon van lozef, den zoon van Jonam, den zoon van Eljakim,

51 den zoon van Melea, den zoon van Menna, den zoon van Mattatha, den zoon van Natham, den zoon van David,

32 den zoon van Jessaï, den zoon van Jobed, den zoon van Boös, 3en zoon van Sala, den zoon van Naasson,

33 den zoon van Aminadab, den zoon van Admin, den zoon van Arni, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

34 den zoon van Jakob, den zoon van Izaak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

35 den zoon van Seruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Eber, den zoon van Sala,

36 den zoon van Kaïnam, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noach, den zoon van Lamech,

37 den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jaret, den zoon van Malaleël, den zoon van Kaïnam,

38 den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

Verzoeking in de woestijn.

1 Jezus keerde, vol van heiligen geest, van den Jordaan terug en werd door den Geest in de woestijn rondgevoerd,

2 waar hij veertig dagen lang door den Duivel in verzoeking gebracht werd. Hij at die dagen niets en had aan het eind er van honger.

3 Nu zeide de Duivel tot hem: Indien gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen brood te worden.

4 Maar Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven dat de mensch niet bij brood alleen zal leven.