is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 Welk vader onder u, dien zijn zoon om een visch vraagt, zal hem voor een visch een slang geven?

12 of ook, zoo hij om een ei vraagt, zal hem een schorpioen geven ?

13 Indien dan gij, die boos zijt, goede gaven weet te geven aan uwe kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit den hemel heiligen Geest geven aan hen die hem

maden.

Jezus door de tegenstanders aangevallen.

Jezus' werk beschouwd als werk van den satan. 14 En hij bande een boozen geest uit, die stom was; en het geschiedde, toen de booze geest was uitgevaren, dat de stomme sprak.

15 En de scharen waren vol bewondering; doch sommigen hunner zeiden: Hij werpt de booze geesten uit door Beëlzebul, den vorst der booze geesten.

16 En anderen wilden hem in de val lokken en verzochten van hem een teeken uit den hemel.

17 Doch daar hij hun gedachten verstond, zeide hij tot hen: Ieder koninkrijk, dat innerlijk verdeeld

is, verwoest zien zen; en eiK nuis, dat tegen zich zelf gekeerd is, valt.

18 Indien ook de satan tegen zichzelf gekeerd is, hoe zal zijn rijk dan stand houden? want gij zegt, dat ik door Beëlzebul de booze geesten uitban.

19 En indien ik door Beëlzebul de booze geesten uitban, door wien doen uwe medestanders het dan? daarom zullen zij uwe rechters zijn.

20 Maar indien ik door den vinger Gods de booze geesten uitban, zoo is dus Gods koningschap over u gekomen.

21 Wanneer een sterke, wel bewapend, zijn eigen hof bewaakt, dan is zijn eigendom in veiligheid.

22 Maar wanneer een sterkere dan hij optreedt en hem overwint, dan neemt die zijn wapenrusting weg, waarop hij zijn vertrouwen had gevestigd, en verdeelt zijn buit.

11 Welke vader is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt; of als hij om vis vraagt, hem in plaats van een vis, een slang zal geven;

12 of als hij vraagt om een ei, hem een schorpioen geven zal?

13 Als gij dan, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoewel gij boos zijt, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader den Heiligen Geest geven aan wie tot Hem bidden!

Jesus' zelfverdediging. 14 Eens dreef Hij een duivel uit, die stom was; en toen de duivel was uitgegaan, sprak de stomme. En het volk stond verbaasd.

15 Maar sommigen hunner zeiden: Door Beëlzebub, den vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.

16 Anderen vroegen Hem een teken uit de hemel, om Hem op de proef te stellen.

17 Maar Hij kende hun gedachten, en sprak tot hen: Ieder rijk, dat inwendig verdeeld is, zal worden verwoest." het ene huis zal er on

het andere vallen.

18 Wanneer dus de satan tegen zichzelf is verdeeld, hoe zal zijn rijk dan stand kunnen houden ? Toch zegt gij, dat Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf.

19 Maar als Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf, door wien drijven dan uw zonen ze uit ? Daarom zullen zijzelf uw rechters zijn.

20 Maar als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is ook het koninkrijk Gods onder u gekomen.

21 Wanneer de sterke in volle wa¬

penrusting zijn erf bewaakt, dan is zijn have in veiligheid.

22 Maar wanneer een, die sterker is dan hij, hem overvalt en overwint, dan ontneemt hij hem zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.

11 Is er soms een vader onder u, die, als zijn zoon hem om een vis vraagt, hem voor een vis een slang zal geven?

12 Of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen zal geven?

13 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit den hemel den heiligen Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

Matth. 7 : 7—11.

Jezus en de boze geesten.

14 En Hij was bezig een bozen geest uit te werpen en deze was stom. En het geschiedde, toen de geest uitgevaren was, dat de stomme sprak. En de scharen verwonderden zich.

15 Doch sommigen van hen zeiden: Door Beëlzebul, den overste der boze geesten, drijft Hij de geesten uit.

Matth. 9 : 32—34, 12 : 24. Mare. 3 : '22.

16 Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit den hemel.

17 Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere.

18 Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden? Want gij zegt, dat Ik door Beëlzebul de boze geesten uitwerp.

19 Indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitwerp, door wien doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.

20 Maar indien Ik door den vinger Gods de boze geesten uitwerp, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.

21 Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid.

22 Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn gehele wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.

Tegen de Joodsche geestenbanners.

23 Wie niet met mij is, die is tegen mij; en wie met mij niet vergadert, die verstrooit.

24 Wanneer een onreine geest uit een mensch is gevaren, zoo trekt hij rond, door dorre plaatsen, om rust te zoeken; en daar hij die niet vindt, zoo zegt hij: ik zal wederkeeren naar mijn woning, die ik verlaten heb.

25 En wanneer hij daar komt,, vindt hij haar gereinigd en versierd.

26 Dan gaat hij heen en brengt zeven andere geesten mede, die boosaardiger zijn dan hij; en zij nemen daar hun intrek en blijven

23 Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij verzamelt, verstrooit.

Matt. 12 : 22—30. Mark. 3 : 22—27.

Hun einde erger dan hun begin.

24 Wanneer de onreine geest van iemand is uitgegaan, zwerft hij rond in dorre oorden; hij zoekt naar rust, en vindt ze niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren in mijn huis, waar ik ben uitgegaan.

25 En bij zijn komst vindt hij het geveegd en versierd.

26 Dan gaat hij heen, en neemt zeven andere geesten met zich mee, die bozer zijn dan hijzelf; ze komen binnen, en gaan er wonen.

23 Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeen brengt, die verstrooit.

Matth. 12 : 25—30. Mare. 3 : 23—27.

24 Zodra de onreine geest van den mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik uit ben gevaren.

25 En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde.

26 Dan trekt hij heen en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf. En zij komen binnen en wonen daar en het