is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft aalmoes. Maakt uzelven i

buidels, die niet verouden, eenen i

schat, die niet afneemt, in de i

hemelen, daar de dief niet bij- i

komt, noch de mot verderft. j Matt. 19 : 21. Luk. 16 : 9. Matt. 6 : 20.

1 Tim. 6 : 19.

34 Want waar uw schat is, aldaar : zal ook uw hart zijn. :

Weest waakzaam.

35 Laat uwe lenden omgord zijn, en de kaarsen brandende.

Efez. 6 : 14. 1 Petr. 1 : 13.

36 En zijt gij den menschen gelijk, die op hunnen heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.

37 Zalig zijn die dienstknechten, welke de heer, als hij komt, zal wakende vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, en zal hen doen aanzitten, en bijkomende, zal hij hen dienen.

38 En zoo hij komt in de tweede nachtwake, en komt in de derde wake, en vindt hen alzoo, zalig ziin dezelve dienstknechten.

Matt. 24 : 42

39 Maar weet dit, dat, indien de heer des huizes geweten had, in welke ure de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.

Matt. 24 : 43. 1 Thess. 5 : 2. 2 Petr. 3 : 10. Openb. 3 : 3. 16 : 15.

40 Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des menschen komen.

Matt. 24 : 44. 25 : 13. Mark. 13 : 33. Luk. 21 : 34. 1 Thess. 5 : 6.

De getrouwe en ontrouwe dienstknecht.

41 En Petrus zeide tot Hem: Heere! zegt Gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?

42 En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijne dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven?

Matt. 24 : 45. 25 : 21. 1 Kor. 4 : 2.

43 Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzoo doende.

44 Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijne goederen zetten zal.

45 Maar indien dezelve dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; en zou beginnen de knechten en de dienstmaagden te slaan, en te eten en te drinken, en dronken te worden;

46 Zoo zal de heer deszelven dienstknechts komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; en zal hem afscheiden, en zal zijn deel zetten met de ontrouwen.

47 En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijnen wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden.

Jakob. 4 : 17.

48 Maar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waardig zijn, die zal met weinige slagen geslagen

lalmoezen. Maakt u beurzen, die liet verouderen, een schat, die limmer afneemt, in den hemel, vaar geen dief bijkomt en dien jeen motten eten.

54 Want waar uw schat is, daar :al ook uw hart zijn.

Matth. 6 : 25—33. Matth. 6 : 19—21.

Weest bereid.

55 Laat uwe lendenen omgord sijn, en uwe lichten branden;

56 en zijt gelijk aan menschen, die Dp hunnen heer wachten, wanneer [lij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, wanneer hij komt en lanklopt, zij hem terstond opendoen.

57 Zalig zijn die knechten, die de lieer, als hij komt, wakende vindt. Voorwaar, ik zeg u: Hij zal zich gorden, en zal hen doen aanzitten, en tot hen gaan en hen dienen.

38 En als hij komt in de tweede nachtwaak, en in de derde nachtwaak, en het alzoo zal vinden, zalig zijn deze dienstknechten.

39 Maar dit zult gij weten, dat, indien een huisheer geweten had in welke ure de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet in zijn huis hebben laten inbreken.

40 Daarom weest gij ook bereid; want des Menschen Zoon zal komen in de ure, waarin gij het niet denkt.

De getrouwe en de ontrouwe dienstknecht.

41 Toen zeide Petrus tot hem: Heer zegt gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?

42 En de Heer zeide: Wie is dan de getrouwe en verstandige huishouder, dien zijn heer over zijn huisgezin zal stellen, opdat hij hun ter rechter tijde geve hetgeen hun toekomt ?

43 Zalig is die knecht, dien zijn heer, als hij komt, alzoo doende vindt.

44 Voorwaar, ik zeg u: Hij zal hem over al zijne goederen stellen.

45 Maar indien die knecht in zijn hart zeggen zal: Mijn heer vertoeft te komen, en beginnen zal de knechten en dienstmaagden te slaan, ook te eten en te drinken en dronken te worden,

46 zoo zal de heer van dezen knecht komen ten dage op welken hij het niet vermoedt, en ter ure die hij niet weet, en zal hem in stukken houwen, en zal hem zijn loon geven met de ontrouwen.

47 En de knecht, die den wil zijns heeren heeft geweten, en zich niet bereid, ook niet naar zijnen wil gedaan heeft, zal vele slagen moeten lijden;

48 maar die hem niet geweten, en gedaan heeft hetgeen slagen waardig is, zal weinig slagen lijden. Want wien veel gegeven is,

jeeft ze als aalmoes weg; maakt i onverslijtelijke buidels, een oniitputtelijken schat in de hemelen, waar geen dief bij komt en geen mot schade aanricht;

34 want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

35 Laat uw lenden omgord zijn en de lampen branden;

36 en weest gelijk aan menschen die op hun heer wachten, wanneer hij naar huis keert van een bruiloft om hem zoodra hij komt en aanklopt open te doen.

37 Zalig de slaven die de Heer bij zijn komst wakend vindt; voorwaar, ik zeg u, hij zal zich omgorden, hen doen aanliggen en hen komen bedienen.

38 Ingeval hij komt in de tweede of in de derde nachtwaak en hen zoo vindt, zalig zijn zij.

39 Gij begrijpt wel, indien de bewoner van een huis wist op welk uur een dief kwam, dan zou hij niet toelaten dat er ingebroken werd.

40 Weest ook gij bereid; want op een uur waarop gij het niet voorziet komt de Menschenzoon.

41 Petrus zeide tot hem: Heer, zegt gij die gelijkenis met het oog op ons of ook op allen?

42 De Heer zeide: Wie is dan een getrouw en verstandig hofmeester, dien zijn heer zal aanstellen over zijn bedienden om elk tijdig zijn onderhoud te geven?

43 Zalig de slaaf dien zijn heer zoo handelend aantreft.

44 Naar waarheid zeg ik u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen.

45 Maar als die slaaf bij zichzelf zeide: Mijn heer komt nog in lange niet — en hij begon de knechten en slavinnen te slaan, en te eten en te drinken en zich te bedrinken,

46 dan zal de heer van dien slaaf komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur waarvan hij niets weet, en zal hem in stukken houwen en hem het lot der ontrouwen doen ondergaan.

47 Een slaaf toch die den wil van zijn heer kent en zich niet bereid heeft noch volgens zijn wil handelt zal veel slagen ontvangen;

48 maar wie in onkunde doet wat een tuchtiging verdient zal weinig slagen ontvangen. Van ieder wien veel is gegeven zal veel worden