Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Idigers gerekend; want ook mijn levensroeping vindt haar voleinding-.

38 En zij zeiden: Heer, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zeide tot hen: Het is genoeg.

Jezus'

gebedsstrijd in Gétsemane.

39 En hij verliet de stad en ging, als naar gewoonte, naar den Olijfberg; en hem volgden ook zijn discipelen.

40 En als hij aan die plek gekomen was, zeide hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.

41 En hij verwijderde zich van hen, op ongeveer een steenworp afstand; hier knielde hij en bad:

42 Vader, mocht het u behagen, dezen drinkbeker aan mij voorbij te laten gaan; doch niet mijn wil, maar uw wil geschiede.

43 (En hem verscheen een engel uit den hemel, die hem sterkte.

44 En in angst des doods gerakende, bad hij te vuriger; en zijn zweet werd gelijk groote droppelen bloed, die op de aarde vielen.)

45 En toen hij uit zijn gebed opstond en bij zijn discipelen kwam, vond hij hen slapende van droefenis.

46 En hij zeide tot hen: Wat slaapt gij ? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

Jezus gevangen genomen.

47 En terwijl hij nog sprak, zie, daar kwam een volksmenigte. En de man, die Judas genaamd werd, een der twaalven, liep vóór hen uit; en hij naderde Jezus, om hem te kussen.

I 48 Maar Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den zoon des menschen met een kus?

49 Toen nu zij die hem omringden, zagen wat er gebeuren ging, zeiden zij: Heer, zullen wij met het zwaard slaan?

50 En een van hen sloeg den slaaf van den hoogepriester en hieuw hem het rechter oor af.

51 Doch Jezus antwoordde: Laat af, niet meer. En hij raakte zijn oor aan en genas hem.

52 En Jezus zeide tot de overpriesters en hoofdlieden des tempels en oudsten, die op hem afgekomen waren: Zijt gij er op uitgetrokken, als tegen een roover, met zwaarden en stokken?

53 Toen ik dag aan dag met u was, in den tempel, hebt gij de hand tegen mij niet uitgestoken. Maar dit is uw uur en de macht der duisternis.

I Jezus, de Christus, door leidslieden en volk verworpen, door God

verheerlijkt.

Jezus door Petrus verloochend.

54 En zij grepen hem en leidden hem weg, en brachten hem naar het huis van den hoogepriester. En Petrus volgde van verre.

gers gerekend. "Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.

38 Ze zeiden: Heer, zie, hier zijn twee zwaarden. Hij zei hun: Genoeg.

Getsemani.

39 Nu ging Hij naar buiten, en begaf Zich volgens gewoonte naar de Olijfberg; ook zijn leerlingen gingen met Hem mee.

40 Daar aangekomen, sprak Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in bekoring komt.

41 Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp ver, viel op zijn knieën neer,

42 en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.

43 Toen verscheen Hem een engel uit de hemel, die Hem sterkte.

44 En door doodsangst bevangen, bad Hij nog vuriger, en zijn zweet droop als bloeddruppels neer op de grond.

45 Toen Hij opstond van zijn gebed, en naar de leerlingen ging, vond Hij ze van droefheid in slaap.

46 Hij zeide hun: Hoe kunt gij slapen? Staat op, en bidt, dat gij niet in bekoring komt.

47 Terwijl Hij nog sprak, zie, daar kwam een bende aan; en één van de twaalf, Judas genaamd, ging voor hen uit, en trad op Jesus toe, om Hem te kussen.

48 Jesus zei hem: Judas, verraadt ge den Mensenzoon met een kus?

49 Toen zij, die bij Hem waren, zagen, wat er gebeuren ging, zeiden ze Hem: Heer, willen we met hët zwaard er op inslaan?

50 En één van hen trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af.

51 Maar Jesus gaf ten antwoord: Houdt op; genoeg! Hij raakte het oor aan, en genas het.

52 Nu sprak Jesus tot de opperpriesters, de bevelhebbers van de tempel en de oudsten, die op Hem waren afgekomen: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover, met zwaarden en stokken.

53 Dag aan dag was Ik bij u in de tempel, en gij hebt geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur, en dit is de macht der duisternis.

Matt. 26 : 36—56. Mark. 14 : 32—52.

Joh. 18 : 1—11.

De verloochening van Petrus.

54 Toen namen ze Hem gevangen, en voerden Hem weg naar het huis van den hogepriester, terwijl Petrus van verre bleef volgen.

onder de misdadigers gerekend. Want wat over Mij geschreven is, komt tot een einde.

Jes. 53 : 12.

38 Zij zeiden: Here, zie, hier zijn twee zwaarden! Hij zeide tot hen: Het is voldoende.

Gethsémane.

39 En Hij verliet de stad en ging, zoals Hij gewoon was, naar den Olijfberg. En ook zijn discipelen volgden Hem.

Joh. 18 : l.

40 En toen Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.

41 En Hij zonderde zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden:

42 Vader, indien Gij wilt, neem dezen beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede !

43 En Hem verscheen een engel uit den Hemel om Hem kracht te geven.

44 En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.

45 En Hij stond op van het gebed en ging tot zijn discipelen en Hij vond hen slapende van droefheid.

46 En Hij zeide tot hen: Waarom slaapt gij? Staat op, bidt, dat gij niet in verzoeking komt.

Matth. 26 : 36—46. Mare. 14 : 32—42.

De gevangenneming.

47 Terwijl Hij nog sprak, zie, daar kwam een schare en hij, die Judas genoemd wordt, één van de twaalven, liep voor hen uit en hij naderde Jezus om Hem te kussen.

48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?

49 Toen zij, die bij Hem waren, zagen wat er ging gebeuren, zeiden zij: Here, willen wij met het zwaard er op slaan?

50 En iemand van hen trof den slaaf van den hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af.

51 Maar Jezus antwoordde en zeide: Laat het hierbij. En Hij raakte het oor aan en genas hem.

52 Jezus dan zeide tot de overpriesters en hoofdlieden van den tempel en oudsten, die op Hem af gekomen waren: Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken?

53 Terwijl Ik dagelijks bij u was in den tempel, hebt gij geen hand naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw ure en de macht der duisternis.

Matth. 26 : 47—56. Mare. 14 : 43—50.

Joh. 18 : 2—11.

Jezus door Petrus verloochend.

54 Toen zij Hem gevangen genomen hadden, voerden zij Hem weg en leidden Hem naar het huis van den hogepriester. En Petrus volgde van verre.

Sluiten