is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Doch al de menigte riep gelijkelijk, zeggende: Weg met Dezen! en laat ons Bar-abbas los.

Hand. 3 : 14.

19 Dewelke was om zeker oproer, dat in de stad geschied was, en om eenen doodslag, in de gevangenis geworpen.

20 Pilatus dan riep hun wederom toe, willende Jezus loslaten.

21 Maar zij riepen daartegen, zeggende: Kruis Hem, kruis Hem!

22 En hij zeide ten derden male tot hen: Wat heeft Deze dan kwaads gedaan? Ik heb geene schuld des doods in Hem gevonden. Zoo zal ik Hem dan kastijden en loslaten.

23 Maar zij hielden aan met groot geroep, eischende, dat Hij zou gekruist worden; en hun en der overpriesteren geroep werd geweldiger. „ t ,

24 En Pilatus oordeelde, dat hun eisch geschieden zou.

Matt. 27 : 26. Mark. 15 : 15. Joh. 19 : 16.

25 En hij liet hun los dengene, die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welken zij geëischt hadden: maar Jezus gaf hij over tot hunnen wil.

Jesus op weg naar Golgotha.

26 En als zij Hem wegleidden, namen zij eenen Simon van Cyréne, komende van den akker, en leiden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.

Matt. 27 : 32. Mark. 15 : 21.

27 En eene groote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.

28 En Jezus, Zich tot haar keerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uwe kinderen.

29 Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal: Zalig- zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.

30 Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons.

Jes. 2 : 19. Hos. 10 : 8. Openb. 6 : 16. 9 : 26.

31 Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden ?

Jer. 25 : 29. 1 Petr. 4 : 17.

32 En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.

Joh. 19 :18.

De kruisiging.

33 En toen zij kwamen op de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den eenen ter rechter-, en den anderen ter linkerzijde.

Matt. 27 : 33, 38. Mark. 15 : 22. Joh. 19 : 18.

34 En Jezus zeide: Vader! vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdeelende Zijne kleederen, wierpen zij het lot.

Hand. 7 : 60. 1 Kor. 4 : 12. Ps. 22 : 19. Matt.. 27 : 35. Mark. 15 : 24. Joh. 19 : 23.

18 Toen schreeuwde de geheele 1 menigte, zeggende: Weg met dezen r en geef ons Barabbas los!, 1

19 een die om een oproer, dat in ] de stad geschied was, en om een c moord in de gevangenis was ge- i worpen. ^

20 Toen riep Pilatus hun wederom i toe, en wilde Jezus loslaten. i

\

21 Maar zij riepen, zeggende: S Kruis, kruis hem!

22 En hij zeide ten derde male tot ; hen: Wat kwaads heeft deze dan 1 gedaan? Ik vind geen schuld des ; doods in hem: ik zal hem dan 1 kastijden en loslaten.

23 Maar zij hielden aan met groot : geroep, en eischten, dat hij zou t gekruisigd worden, en hun en der i Hoogepriesteren geroep nam de 1 overhand.

24 En Pilatus oordeelde, dat hun ! eisch geschieden zou; <

25 en hij liet dengene los, die om : oproer en moord in de gevangenis i was geworpen, dien zij geëischt ' hadden; maar Jezus gaf hij over ; aan hunnen wil. Matth. 27 : 15—26. .

Mare. 15 : 6—15. Joh. 18 : 38—40. ;

Op weg naar Golgotha.

26 En toen zij hem wegleidden, grepen zij zekeren Simon van Cyrene, die van het veld kwam, en legden het kruis op hem, opdat hij het Jezus zou nadragen.

27 En eene groote menigte van volk volgde hem, en van vrouwen, die hem beklaagden en beweenden.

28 En Jezus keerde zich tot haar en zeide: Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over uzelve en over uwe kinderen.

29 Want zie, de tijd zal komen, in welken men zeggen zal: Zalig de onvruchtbaren en de schooten, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.

30 Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons! — en tot de heuvelen: Bedekt ons!

31 Want indien men dit doet aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?

32 En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, uitgeleid om met hem gedood te worden. Matth. 27 : 31, 32. Mare. 15 : 20, 21.

Joh. 19 : 16, 17.

Aan het kruis.

33 En toen zij kwamen aan de plaats, die genaamd is Hoofdschedelplaats, kruisigden zij hem aldaar, en ook de kwaaddoeners, den een ter rechter- en den ander ter linkerzijde.

34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En zij deelden zijne kleederen, en wierpen het lot daarover.

8 Maar zij riepen eenparig: Weg net hem! Laat ons Barabbas os! —

9 een die om een oproer dat in le stad had plaats gehad en een noord in de gevangenis was gevorpen.

;0 Pilatus, die gezind was Jezus n vrijheid te stellen, riep hun vederom toe;

!1 maar zij schreeuwden: Kruisig, cruisig hem!

!2 Ten derden male zeide hij tot ïen: Wat kwaads heeft hij dan gedaan? Ik heb niets in hem geronden dat den dood verdient. Dus zal, ik hem tuchtigen en losaten.

!3 Maar zij drongen met luid geschreeuw er op aan dat hij gekruisigd zou worden, en hun geroep verd geweldig.

>4 Toen besliste Pilatus dat hun ;isch ingewilligd zou worden.

25 Hij stelde den man die om oproer en doodslag in de gevangenis ivas geworpen, wiens loslating zij geëischt hadden, in vrijheid, en Jezus gaf hij naar hun begeerte prijs.

Kruisweg en kruisiging.

26 Toen zij hem uitleidden, grepen zij zekeren Simon uit Cyrene, die ran buiten kwam, en legden hem iet kruis op om het achter Jezus te dragen.

27 Een groote menigte volks volgde hem, waaronder vrouwen, 3ie zich op de borst sloegen en tiem beklaagden.

28 En Jezus wendde zich tot haar en zeide: Dochters van Jeruzalem, weent niet over mij; maar weent over uzelf en uw kinderen;

29 want zie, er komen dagen waarop men zeggen zal: Zalig de onvruchtbaren, de schoot die niet gebaard heeft en de borsten die niet hebben gezoogd.

30 Dan zal men tot de bergen gaan zeggen: Valt op ons! en tot de heuvelen: Bedekt ons!

31 want als men dit doet aan het groene hout, wat zal dan aan het dorre overkomen?

32 Twee misdadigers werden nog met hem weggeleid om ter dood gebracht te worden,

33 en aan de plaats die Schedel heet gekomen, kruisigden zij aldaar hem en de boosdoeners, den eenen ter rechter-, den anderen ter linkerzijde.

34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen. Zij verdeelden zijn kleederen bij het lot,