Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.

Joh. 14 : 26. 15 : 26. 16 : 7. Hand. 1 : 4. Hand. 1 : 4.

De hemelvaart.

50 En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijne handen opheffende, zegende Hij hen.

Hand. 1 : 12.

51 En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.

Mark. 16 : 19. Hand. 1 : 9.

52 En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met groote blijdschap.

53 En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

HET HEILIG EVANGELIE NAAR DE BESCHRIJVING VAN JOHANNES.

Het vleesch geworden Woord. | 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

Spr. 8 : 22. 1 Joh. 1 : 1. 1 Joh. 1 : 2.

2 Dit was in den beginne bij God.

Joh. 17 : 5.

3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

Gen. 1 : 3. Ps. 33 : 6. Efez. 3 : 9.

Kol. 1 : 16. Hebr. 1 : 2.

4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der men-

cphpn

Joh. 5 : 26. 1 Joh. 5 : 11. Joh. 8 : 12. 9 : 5. 12 : 46.

5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

Joh. 3 : 19.

6 Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Johannes.

Mal. 3 : 1. Matt. 3 : 1. Mark. 1 : 2, 4.

Luk. 3:3. 7 : 27. Joh. 1 : 33.

7 Deze kwam tot eene getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem gelooven zouden.

8 Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou.

9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mensch, komende in de wereld.

Joh. 8 : 12. 9:5. 12 : 46.

10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.

Hebr. 1:2. 11 : 3.

11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

12 Maar zoo velen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijnen Naam gelooven ;

Jes. 56 : 5. Rom. 8 : 15. Gal. 3 : 26.

2 Petr. 1 : 4. 1 Joh. 3 : 1.

13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

moet in de stad Jeruzalem blijven, totdat gij aangedaan wordt met kracht uit de hoogte.

Hand. 1 : 4.

Opgenomen in den hemel.

50 En hij leidde hen uit tot aan Bethanië toe, en hief zijne handen op en zegende ze.

51 En het geschiedde, toen hij hen zegende, dat hij van hen scheidde en opgevoerd werd in den hemel.

52 En zij aanbaden hem, en keerden weder naar Jeruzalem met groote vreugde.

53 En zij waren altijd in den tempel, en prezen en loofden God.

Mare. 16 : 19. Hand. 1 : 9 en 12.

HET EVANGELIE VAN JOHANNES.

De vleeschwording des Woords. 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord.

2 Dit was in den beginne bij God.

3 Alle dingen zijn door hem geworden, en zonder hem is niets geworden, dat geworden is.

Col. 1 : 16. Hebr. 1 : 2.

4 In hem was het leven, en het leven was het licht der menschen;

5 en het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet begrepen.

6 Er was een mensch van God gezonden, genaamd Johannes.

Matth. 3 : 1. Mare. 1 : 4. Luc. 3 : 2.

7 Deze kwam tot eene getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat zij allen door hem gelooven zouden.

8 Hij was het licht niet, maar opdat hij van het licht getuigen zou.

9 Dit was het waarachtige licht, dat, in de wereld komende, alle menschen verlicht.

10 Hij was in de wereld, en de wereld is door hem gemaakt; en de wereld kende hem niet.

11 Hij kwam tot zijn eigendom, en de zijnen namen hem niet aan.

12 Maar zoovelen hem aannamen, dien gaf hij macht Gods kinderen te worden, die in zijnen naam gelooven;

13 die niet uit het bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn.

totdat gij met kracht uit den Hooge zult toegerust zijn.

50 Toen leidde hij hen uit tot bij Bethanië, hief de handen op en zegende hen.

51 En terwijl hij hen zegende, scheidde hij van hen.

52 En zij keerden in groote blijdschap naar Jeruzalem terug

53 en bleven voortdurend in den tempel, God lovend.

HET EVANGELIE VOLGENS JOHANNES

Het Woord werd vleesch. 1 Van den aanvang af bestond het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God.

2 Ja, het Woord was van den aanvang af bij God;

3 alles is door zijn bemiddeling geworden, en buiten hem om is volstrekt niets geworden van wat geworden is.

4 In hem was het leven, en het leven was het licht der menschen.

0 Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet in zich op.

6 Er stond een mensch op, van God gezonden, Johannes genaamd;

7 deze kwam tot een getuigenis om van het licht te getuigen; opdat allen door hem tot geloof zouden komen.

S Hij zelf was het licht niet, maar hij moest getuigen van het licht.

9 Het ware licht, dat alle menschen verlicht, kwam juist in de wereld.

10 Het was in de wereld, de wereld was door hem ontstaan, en de wereld kende hem niet.

11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen namen hem niet aan.

12 Maar zoovelen hem aannamen, hun gaf hij de macht kinderen Gods te worden, hun die in zijn naam geloofden,

13 die niet uit bloed, uit den wil des vleesches of den wil eens mans verwekt zijn, maar uit God.

Sluiten