Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en

. Hij bleef aldaar twee dagen.

41 En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

42 En zeiden tot de vrouw: Wij gelooven niet meer om uws zeggens wil; want wij zeiven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld. Joh. 17 : 8.

De zoon van den koninklijken hoveling genezen.

43 En na de twee dagen ging Hij van daar en ging heen naar Galiléa;

44 Want Jezus heeft Zelf getuigd, dat een profeet in zijn eigen vaderland geene eer heeft.

Matt. 13 : 57. Mark. 6 : 4. Luk. 4 : 24.

45 Als Hij dan in Galiléa kwam, ontvingen Hem de Galiléërs, gezien hebbende al de dingen, die Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren tot het feest gegaan.

46 Zoo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galiléa, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapérnaüm.

Joh. 2 : l, li.

47 Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judéa in Galiléa kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijnen zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.

48 Jezus dan zeide tot hem: Tenzij dat gijlieden teekenen en wonderen ziet, zoo zult gij niet gelooven.

1 Kor. 1 : 22.

49 De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere! kom af, eer mijn kind sterft.

50 Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mensch geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.

51 En als hij nu afging, kwamen hem zijne dienstknechten tegemoet, en boodschapten, zeggende: Uw kind leeft!

52 Zoo vraagde hij dan van hen de ure, in welke het beter met hem geworden was. En zij zeiden tot hem: Gisteren te zeven ure verliet hem de koorts.

53 De vader bekende dan, dat het in dezelve ure was, in dewelke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft. En hij geloofde zelf, en zijn geheele huis.

54 Dit tweede teeken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judéa in Galiléa gekomen was.

40 Toen nu de Samaritanen tot hem kwamen, verzochten zij hem, dat hij bij hen zou blijven; en hij bleef daar twee dagen.

41 En nog velen meer geloofden om zijns woords wil, en zeiden tot de vrouw:

42 Wij gelooven nu voortaan niet meer om uw zeggen, want wij hebben zelve gehoord en erkend, dat deze waarlijk de Christus, de Heiland der wereld is.

40 Toen de Samaritanen dan tot hem kwamen, verzocht zij hem bij hen te blijven. En hij bleef daar twee dagen.

41 Toen geloofden er op zijn woord veel meer,

42 en zij zeiden tot de vrouw: Wij gelooven niet meer op uw zeggen; want zelf hebben wij het gehoord en weten dat deze inderdaad de Heiland der wereld is.

De zoon van een hofbeambte te Kapérnaüm genezen.

43 En na twee dagen ging hij vandaar, en trok naar Galiléa;

Matth. 13 : 57. Mare. 6 : 4. Luc. 4 : 24.

44 want Jezus getuigde zelf, dat een profeet in zijn eigen vaderland niet wordt geëerd.

45 Toen hij nu in Galiléa kwam, namen de Galiléërs hem aan, daar zij gezien hadden al wat hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want zij waren ook op het

feest gekomen.

" " '•»" ' I

46 En Jezus kwam wederom te Kana in Galiléa, waar hij het water tot wijn gemaakt had.

En er was een zeker koninklijk [hoveling], wiens zoon krank lag, te Kapérnaüm.

Joh. 2 : l—io.

47 Deze hoorde, dat Jezus kwam uit Judéa in Galiléa, en ging heen tot hem, en bad hem, dat hij zou afkomen en zijnen zoon gezondmaken; want die was doodkrank.

48 En Jezus zeide tot hem: Indien gijlieden geen teekenen en wonderen ziet, zoo gelooft gij niet.

49 De koninklijke [hoveling] zeide tot hem: Heer, komt af, eer mijn kind sterft.

50 Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mensch geloofde het woord, hetwelk Jezus tot hem zeide, en ging heen.

51 Toen hij nu heenging, ontmoetten hem zijne knechten en berichtten hem, zeggende: Uw kind leeft.

52 Toen vraagde hij hun in welke ure het beter met hem geworden was, en zij zeiden tot hem: Gisteren omtrent de zevende ure verliet hem de koorts.

53 Toen merkte de vader, dat het op dezelfde ure was, in welke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft; en hij geloofde met zijn geheele huis.

54 Dit is nu het tweede teeken, hetwelk Jezus deed, toen hij uit Judéa in Galiléa kwam.

Ziekengenezing. Het geloof van een heiden.

43 Toen die twee dagen voorbij waren, vertrok hij van daar naar Galiléa;

44 want Jezus zelf getuigde dat een profeet in zijn eigen vaderland niet geëerd wordt.

45 Toen hij dan in Galiléa kwam, ontvingen hem de Galiléërs, daar zij al wat hij te Jeruzalem op het feest had gedaan hadden gezien; want ook zij waren voor het feest opgegaan.

46 Hij kwam dan opnieuw te Kana in Galiléa, waar hij het water in wijn veranderd had. Nu woonde te Kapérnaüm zeker koninklijk beambte, wiens zoon ziek lag.

47 Toen hij hoordé dat Jezus van Judea naar Galiléa gekomen was, ging hij tot hem en verzocht hem af te komen en zijn zoon te genezen; want die lag op sterven.

48 Jezus zeide tot hem: Als gijlieden geen teekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet.

49 De beambte zeide tot hem: Heer, kom voordat mijn kind sterft.

50 Jezus zeide tot hem: Ga heen; uw zoon leeft. De man geloofde wat Jezus tot hem zeide en ging heen.

51 Toen hij nog op weg was, kwamen zijn slaven hem tegen en boodschapten: Uw kind leeft.

52 Hij vroeg hun naar het uur waarop hij beter was geworden, en zij zeiden hem: Gisteren te zeven uur verliet hem de koorts.

53 De vader erkende dat Jezus op datzelfde uur tot hem had gezegd: Uw zoon leeft — en werd met zijn geheele gezin geloovig.

54 Dit tweede teeken deed Jezus toen hij uit Judea naar Galiléa was gegaan.

Genezing van den lamme te Bethesda. c 1 Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

Lev. 23 : 2. Deut. 16 : 1.

2 En er is te Jeruzalem aan de Schaapspoort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuwsch toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen.

3 In dezelve lag eene groote me-

De kranke van Bethesda.

1 Daarna was er een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

2 En er is te Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater, dat in het Hebreeuwsch genaamd is Bethesda, en het heeft vijf galerijen,

3 in welke vele kranken, blinden,

Genezing in Bethesda.

1 Daarna was er een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

2 In Jeruzalem is, bij de Schaapspoort, een vijver, in het Hebreeuwsch Bethesda genaamd, met vijf zuilengangen.

3 Hierin lagen een menigte zie-

Sluiten