Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•ib zegt gij dan tot mij, dien de Vader heeft geheiligd en in de wereld heeft gezonden: gij lastert God omdat ik zeide: ik ben de zoon van God —?

37 Indien ik niet de werken mijns Vaders doe, gelooft mij dan niet;

38 maar indien ik ze doe, — al zoudt gij mij niet gelooven, zoo gelooft de werken; opdat gij tot het inzicht komt en weet, dat de Vader in mij is, en ik in den Vader ben.

39 Toen zochten zij hem wederom te grijpen, maar hij onttrok zich aan hun bereik.

De overwinning van het leven over den dood. Veler geloof. 40 En hij vertrok wederom naar de overzijde van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes in den aanvang gedoopt had; en hij verbleef aldaar.

41 En velen kwamen tot hem en zeiden: Johannes heeft wel geen enkel teeken verricht; maar alles wat Johannes van dezen zeide, was waar.

42 En velen kwamen aldaar tot geloof in hem.

Opwekking van Lazarus.

1 Nu was er iemand krank, namelijk Lazarus, uit Bethanië, het dorp van Maria en hare zuster Martha.

2 Maria nu was het, die den Heer met reukolie heeft gezalfd en zijn voeten met heur haren heeft afgedroogd; en haar broeder Lazarus was krank.

3 Daarom zonden de zusters tot Jezus de boodschap: Heer, zie, hij dien gij liefhebt, is krank.

4 En toen Jezus dat hoorde, zeide hij: Die krankheid is niet ten doode, maar tot heerlijkheid Gods, opdat de zoon Gods er door verheerlijkt worde.

5 Jezus nu had Martha en hare zuster en Lazarus lief.

6 Toen Jezus dan gehoord had, dat Lazarus krank was, bleef hij wel nog twee dagen ter plaatse, waar hij zich bevond;

7 maar daarna zeide hij tot zijn discipelen: Laten wij wederom naar Judea gaan.

8 De discipelen zeiden tot hem: Rabbi, de Joden zochten pas u te steenigen, en gaat gij toch wederom derwaarts?

9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand bij dag wandelt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht dezer wereld ziet.

10 Maar indien iemand bij nacht wandelt, stoot hij zich, omdat hij het licht niet heeft.

11. Zoo sprak hij en daarna zeide hij tot hen: Lazarus, onze vriend, is ingeslapen; maar ik ga heen, om hem uit den slaap te wekken.

12 Toen zeiden de discipelen tot hem: Heer, indien hij is ingeslapen, zal hij genezen.

ób hoe zegt gij dan tot Hem, dien de' Vader heeft geheiligd en in de wereld gezonden: Gij lastert; omdat Ik gezegd heb: Ik ben God3 Zoon ?

37 Wanneer Ik de werken van mijn Vader niet doe, gelooft Mij dan niet;

38 maar doe Ik ze wel, gelooft dan de werken, ook al zoudt ge Mij niet geloven; dan zoudt ge erkennen en weten, dat de Vader in Mij is, en Ik in den Vader ben.

39 Weer zochten ze Hem nu te grijpen; maar Hij ontkwam aan hun handen.

Verblijf in Perea.

40 Nu begaf Hij Zich weer naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats, waar Johannes vroeger had gedoopt; en Hij bleef daar.

41 Velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes heeft wel geen enkel teken verricht; maar alles was waar, wat Johannes van Hem heeft gezegd.

42 En velen geloofden daar in Hem.

Te Betdnië. De opwekking van Lazarus.

1 Nu was er een zieke, zekere Lazarus van Betanië, uit het dorp van Maria en van Marta, haar zuster.

2 Het was die Maria, welke den Heer met reukwerk gezalfd en zijn voeten met de haren heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer.

3 De zusters lieten Hem dus berichten: Zie, Heer; hij, dien Gij liefhebt, is ziek.

4 Toen Jesus dit vernam, zeide Hij: Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar ze dient tot glorie van God, en om Gods Zoon te verheerlijken.

5 Jesus had Marta met haar zuster en Lazarus lief.

6 Toen Hij had vernomen, dat hij ziek was, bleef Hij toch nog twee dagen ter plaatse, waar Hij Zich bevond.

7 Nu eerst sprak Hij tot de leerlingen: Laat ons weer naar Judea gaan.

8 De leerlingen zeiden Hem: Rabbi, kort geleden zochten de joden U te stenigen, en gaat Gij nu opnieuw daarheen?

9 Jesus antwoordde: Heeft de dag geen twaalf uren?

10 Zo iemand wandelt bij dag, dan stoot hij zich niet, omdat hij het licht dezer wereld ziet; maar als hij wandelt bij nacht, dan stoot hij zich, omdat hij geen licht heeft.

11 Zo sprak Hij. Daarna zei Hij tot hen: Onze vriend Lazarus is

ingeslapen; maar Ik ga hem wek¬

ken.

12 Ziin leerlingen zeiden Hem:

Heer, als hij slaapt, zal hij genezen.

36 zegt gij dan tot Hem, dien de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon ?

37 Indien Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet;

3® doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in den Vader.

39 Zij trachtten Hem dan weder te grijpen, maar Hij ontkwam uit hun handen.

In Perêa.

40 En Hij vertrok weer naar de overzijde van den Jordaan, naar de plaats, waar Johannes de eerste maal doopte, en Hij bleef daar.

41 En velen kwamen tot Hem en zeiden: Johannes deed wel geen enkel teken, maar al wat Johannes van dezen zeide, was waar.

42 En velen daar geloofden in Hem.

De opwekking van Lazarus.

1 Er was iemand ziek, Lazarus .. van Bethanië, het dorp van Maria " en haar zuster Martha.

2 Maria was het, die den Here gezalfd had met olie en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. En haar broeder Lazarus was ziek.

3 De zusters dan zonden Hem bericht: Here, zie, dien Gij liefhebt, is ziek.

4 Toen Jezus het hoorde, zeide Hij: Deze ziekte is niet ten dode, doch ter ere Gods, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt worde.

5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief.

6 Toen Hij dan hoorde, dat hij ziek was, bleef Hij daarop nog twee dagen ter plaatse, waar Hij was;

7 daarna echter zeide Hij tot zijn discipelen: Laten wij weder naar Judéa gaan.

8 De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi, onlangs trachtten de Joden U te stenigen en gaat Gij weder daar heen?

9 Jezus antwoordde: Gaan er geen twaalf uren in een dag ? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien;

10 maar wanneer iemand bij nacht loopt stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.

11 Zo sprak Hij en daarna zeide

Hij tot hen: Lazarus, onze vriend,

is ingeslapen, maar Ik ga daar heen om hem uit den slaap te

wekken.

12 De disciüelen zeiden dan tot-

Hem: Here, als hij slaapt, zal hij herstellen.

Sluiten