Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HANDELINGEN DER HEILIGE APOSTELEN BESCHREVEN DOOR LUKAS.

Inleiding.

1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Théofilus! van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leeren;

2 Tot op den dag, in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven. Mark. 16 :19.

Luk. 9 : 51. 1 Tim. 3 : 16. Joh. 20 : 21.

3 Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kenteekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.

Mark. 16 : 14. Joh. 20 : 19. 21 : 1.

1 Kor. 15 : 5.

De hemelvaart.

4 En als Hij met hen vergaderd v/as, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt. Luk. 24 : 48, 49.

Joh. 14 : 26. 15 : 26. 16 : 7.

5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.

Matt. 3 : 11. Mark. 1 : 8. Luk. 3 : 16 Joh. 1 : 26. Hand. 11 : 16. 19 : 4. Jes. 44 : 3. Joël 2 : 28. Hand. 2 : 4. 11 : 15.

6 Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere! zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten ?

Matt. 24 : 3.

7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijne eigene macht gesteld heeft;

Matt. 24 : 36.

8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijne getuigen zijn, zoo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.

Hand. 2 : 4. Jes. 2 : 3. Luk. 24 : 48.

Joh. 15 : 27. Hand. 2 : 32.

9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en eene wolk nam Hem weg van hunne oogen.

Mark. 16 : 19. Luk. 24 : 51.

10 En alzoo zij hunne oogen naaiden hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleeding;

Matt. 28 : 3.

11 Welke ook zeiden: Gij Galilésche mannen! wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzoo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.

Dan. 7 : 13.

Matt. 24 : 30. Mark. 13 : 26. Luk. 21 : 27. 1 Thess. 1:10. 2 Thess. 1:10. Openb. 1:7.

12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar eene sabbatsreize.

13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal,

DE HANDELINGEN DER APOSTELEN, BESCHREVEN DOOR LUKAS.

Voorrede.

1 Het eerste verhaal heb ik gedaan, o Théofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leeren,

2 tot op den dag dat hij opgenomen werd, nadat hij den apostelen, die hij verkoren had, door den Heiligen Geest zijne bevelen gegeven had;

3 aan wie hij ook zichzelven, na zijn lijden, als den levende getoond heeft met menigerlei kenteekenen, en veertig dagen lang verscheen hij hun en sprak van het rijk Gods.

De hemelvaart.

4 En toen hij hen vergaderd had, beval hij hun, dat zij van Jeruzalem niet zouden wijken, maar wachten op de belofte des Vaders, die gij (zeide hij) van mij gehoord hebt.

LUC. 24 : 29.

5 Want Johannes heeft met water gedoopt, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.

6 Die nu samengekomen waren vraagden hem, en zeiden: Heer, zult gij in dezen tijd Israël het rijk wederoprichten ?

7 Maar hij zeide tot hen: Het betaamt u niet tijd of ure te weten, welke de Vader zijner macht heeft voorbehouden;

8 maar gij zult kracht ontvangen, als de Heilige Geest op u komen zal, en gij zult mijne getuigen zijn, te Jeruzalem en in geheel Judéa en Samarië, en tot aan het einde der aarde.

Luc. 24 : 48, 49.

9 En toen hij dit gezegd had, werd hij opgenomen, dat zij het zagen, en eene wolk nam hem weg voor hunne oogen.

10 En toen zij hem nazagen, terwijl hij ten hemel voer, zie, toen stonden bij hen twee mannen in witte kleederen, die ook zeiden:

11 Gij mannen van Galiléa, wat staat gij en ziet naar den hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is ten hemel, zal komen, gelijk gij hem ten hemel hebt zien varen.

De discipelen in afwachting.

12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg genaamd de Olijfberg, die nabij Jeruzalem is, liggende van daar eene sabbatsreis.

13 En toen zij binnenkwamen, klommen zij naar de opperzaal,

DE HANDELINGEN DER APOSTELEN.

Opdracht en inleiding.

1 In mijn eerste boek, Théofilus, handelde ik over alwat Jezus deed en leerde, van den aanvang af

2 tot op den dag waarop hij, na aan de apostelen die hij uitverkoren had door den Heiligen Geest zijn bevelen gegeven te hebben, werd opgenomen.

3 Hun ook vertoonde hij zich na zijn lijden, op vele wijzen latend zien dat hij leefde; veertig dagen lang verscheen hij hun en besprak met hen de aangelegenheden van het Koninkrijk Gods.

Hemelvaart.

4 Toen hij eens met hen den maaltijd gebruikte, gelastte hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte des Vaders af te wachten, die gij, zeide hij, van mij vernomen hebt;

5 want Johannes doopte wel met water, maar gij zult na niet veel dagen met heiligen geest gedoopt worden.

6 Eens kwamen zij bij, hem en vroegen hem: Heer, zult gij in dezen tijd het koninkrijk over Israël weer oprichten?

7 Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te kennen die de Vader vrijmachtig bepaald heeft;

8 maar gij zult, wanneer de Heilige Geest op u komt, kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, geheel Judea en Samarië, ja, tot het uiteinde der aarde.

9 Zoo sprekend, steeg hij, terwijl zij het zagen, omhoog, en een wolk onttrok hem aan hun oogen.

10 Toen zij nog naar den hemel staarden, terwijl hij opvoer, daar stonden twee mannen in blinkende kleederen bij hen,

11 die zeiden: Galileërs, wat staat gij naar den hemel op te zien? Deze Jezus, die van u heengegaan en ten hemel gevaren is, zal op dezelfde wijze waarop gij hem ten hemel hebt zien gaan terugkomen.

Matthias in Judas' plaats apostel.

12 Toen keerden zij van den berg die de Olijfberg heet, die dicht bij Jeruzalem is, zoover men op sabbat gaan mag, naar Jeruzalem terug.

13 Daar gekomen, gingen zij naar de bovenkamer waar zij gewoon-

Sluiten