is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal Ik in die dagen van Mijnen Geest uitstorten, en zij zullen profeteeren.

19 En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en teekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp.

20 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de groote en doorluchtige dag des Heeren komt.

21 En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.

Joel 2 : 32. Rom. 10 : 13.

22 Gij Israëlietisehe mannen! hoort deze woorden: Jezus den Nazaréner, eenen Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en teekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelve weet;

23 Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood;

Hand. 4 : 28. Hand. 5 : 30.

24 Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzoo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.

Hand. 10 : 40.

25 Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijne rechterhand, opdat ik niet bewogen worde.

Ps. 16 : 8.

26 Daarom is mijn hart verblijd, en mijne tong verheugt zich; ja, ook mijn vleesch zal rusten in hope;

27 Want Gij zult mijne ziel in de hel niet verlaten, noch zult uwen Heilige overgeven, om verderving te zien.

28 Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vervullen met verheuging door Uw aangezicht.

29 Gij mannen broeders! het is mij geoorloofd vrij uit tot u te spreken van den patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op dezen dag.

1 Kon. 2 : 10. Hand. 13 : 36.

30 Alzoo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met eede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lenden, zooveel het vleesch aangaat, den Christus verwekken zou, om Hem op zijnen troon te zetten;

2 Sam. 7 : 12. Ps. 132 : 11. Luk. 1 : 32. Hand. 13 : 23. Rom. 1 : 3. 2 Tim. 2 : 8.

31 Zoo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijne ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vleesch verderving heeft gezien.

Ps. 16 : 10. Hand. 13 : 35.

32 Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn.

Joh. 15 : 27. Hand. 1 : 8.

33 Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort. Hand. 5 : 31.

Fillpp. 2 : 9. Hand. 1 : 4. Hand. 10 : 45.

in die dagen van mijnen Geest uitstorten, en zij zullen profeteeren.

19 En Ik zal wonderen geven boven aan den hemel, en teekenen beneden op de aarde, bloed en vuur en rookdamp.

20 De zon zal in duisternis en de maan in bloed veranderd worden, eer de groote en luisterrijke dag des Heeren komt.

21 En het zal geschieden, dat wie den naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden".

Joël 2 : 28—32.

22 Gij mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus van Nazaret, een man. aan wien God onder u getuigenis heeft gegeven door daden en wonderen en teekenen, die God door hem gedaan heeft in het midden van u, gelijk gij ook zelve weet:

23 dezen, nadat hij volgens Gods bepaalden raad en voorkennis overgegeven was, hebt gij genomen en door de handen van onrechtvaardigen aangehecht en gedood.

24 Hem nu heeft God opgewekt, en ontbonden van de smarten des doods, nademaal het onmogelijk was, dat hij door dezen zou worden vastgehouden.

25 Want David zegt van hem: „Ik heb den Heer altijd gesteld voor mijn aangezicht; want hij is aan mijne rechterhand, opdat ik niet wankele.

30 Dewijl hij echter een profeet was, en wist, dat God hem beloofd had met een eed, dat de vrucht zijner lende op zijnen troon zou zitten.

2 Sam. 7 : 12—16. Ps. 89 : 4, 5.

32 Dezen Jezus heeft God opgewekt; daarvan zijn wij allen getuigen.

33 Nu hij door de rechterhand Gods verhoogd is, en ontvangen heeft de belofte des Heiligen Geestes van den Vader, heeft hij uitgestort hetgeen gij nu ziet en hoort.

mijn geest uit, en zij zullen profeteeren.

•in „ i TI . J j •„

uuk z.zll ih. wuxiuereii uuen 111

den hemel daar boven en teeke¬

nen op de aarde hier beneden geven. bloed, vuur, rookwalm'.

ue zon zaï in duisternis veranderen, de maan in bloed, eer de groote en doorluchte dag des Heeren komt.

21 En alwie den naam des Hee¬

ren aanroept zaï Denoucien worden.

22 Israëlieten, luistert naar deze woorden: Jezus den Nazoreër, een man u van God aangewezen door

de Kracntige werKen, wonderen en teekenen die God onder u door hem gedaan heeft, zooals gijzelf weet,

23 hem, die naar het bepaalde raadsbesluit en de voorkennis van God overgeleverd was, hebt gij door middel van menschen die de wet niet kennen aan het kruis geslagen en gedood;

24 maar God heeft de smarten des doods gebroken en hem opgewekt, omdat het niet mogelijk was dat hii door den dood vastgehouden werd.

25 Want David zegt met het oog op hem: Ik zag den Heer voortdurend vóór mij; hij toch is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankele.

30 Dus, daar hij een profeet was en wist dat God hem bij eede beloofd had een der vruchten zijner lenden op zijn troon te plaatsen,

32 Dezen Jezus nu heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn,

33 en hij, aan de rechterhand Gods verhoogd, heeft de belofte van den Heiligen Geest ontvangen van den Vader en hem nu uitgestort, zooals gij ziet en hoort.

26 Daarom is mijn hart vroolijk, en mijne tong verheugt zich; ja ook mijn vleesch zal rusten in hope.

27 Want gij zult mijne ziel niet in het doodenrijk laten, ook niet toelaten, dat uw Heilige het bederf zie.

28 Gij hebt mij de wegen des levens bekendgemaakt; gij zult mij vervullen met vreugde voor uw aangezicht".

Ps. 16 : 8—11.

29 Gij, mannen broeders, laat mij vrij tot u spreken van den aartsvader David. Hij is gestorven en begraven en zijn graf is bij ons tot op dezen dag.

l Kon. 2 : 10.

26 Daarom was mijn hart verblijd en jubelde mijn tong; ook zal mijn vleesch in hope rusten;

27 omdat Gij mijn ziel niet aan het doodenrijk zult overlaten, noch toestaan dat uw heilige het verderf ziet.

28 Gij hebt mij den weg ten leven bekend gemaakt en zult mij vervullen met vreugde bij het zien van U. —-

29 Broeders, men mag onbewimpeld tot u spreken over den aartsvader David; hij is èn gestorven èn begraven; zijn graf is tot den huidigen dag toe onder ons.

31 zoo heeft hij het voorzien, en gesproken van de opstanding van Christus, dat zijne ziel niet gelaten is in het doodenrijk, en zijn vleesch het bederf niet heeft gezien.

31 heeft hij, in de toekomst ziende, over de opstanding van Christus gezegd dat God hem niet aan het doodenrijk overlaten, en zijn vleesch het verderf niet zien zou.