is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 Doch Petrus bleef kloppen. En toen zij hem open hadden gedaan, zagen zij hem en stonden verbaasd.

17 Maar hij wenkte met de hand, om hen tot stilte te manen; en hij verhaalde hun, hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid. En hij zeide: Boodschapt dit aan Jakobus en aan de broeders. En hij vertrok en ging naar een andere plaats.

18 En toen het dag was geworden, was er geen geringe opschudding onder de soldaten, die zich afvroegen, wat er wel van Petrus was geworden.

19 En toen Herodes naar hem zocht en hem niet vond, stelde hij een onderzoek in en liet de wachters vonnissen.

De plotselinge dood van Herodes. 19 En Herodes vertrok uit Judea naar Cesaréa, en bleef aldaar.

20 Hij nu had een heftig geschil met de Tyriërs en Sidoniërs. En zij kwamen gezamenlijk hun opwachting bij hem maken; en nadat zij Blastus, den koninklijken kamerheer, voor zich hadden gewonnen, vroegen zij om vrede, omdat hün land zijn levensmiddelen betrok uit des konings land.

21 En op een vastgestelden dag nam Herodes, in koninklijk gewaad, plaats op zijn troon: en hij hield tot hen een redevoering.

22 En het volk juichte hem toe: Het is een god die spreekt, en niet een mensch!

23 En van stonde aan sloeg hem een engel des Heeren, omdat hij niet aan God de eer had gegeven; en hij werd door wormen verteerd en gaf den geest.

24 Doch het woord des Heeren verbreidde zich steeds verder en vond steeds meer gehoor.

25 Nadat Barnabas en Saulus zich van hun dienstbetoon gekweten hadden, keerden zij uit Jeruzalem terug; en Johannes, die den bijnaam Markus droeg, namen zij mede.

16 Maar toen Petrus bleef kloppen, deden ze open, zagen hem en stonden versteld.

17 Met de hand gaf hij hun een teken, dat ze zouden zwijgen. Hij verhaalde hun, hoe de Heer hem uit de gevangenis geleid had, en sprak: Vertelt het aan Jakobus en aan de broeders. Toen ging hij heen, en vertrok naar een andere plaats.

18 Maar toen het dag' was gewor¬

den, overviel de soldaten een ontzettende angst; waar toch Petrus gebleven kon zijn.

19 Herodes liet naar hem zoeken, maar vond hem niet. Nu riep hij de wachters ter verantwoording, en liet hen ter dood brengen. Hijzelf vertrok uit Judea naar Cesarea en hield daar zijn verblijf.

Dood van Herodes Agrippa.

20 Nu was hij zeer verbitterd geweest op de Tyriërs en Sidoniërs. En omdat hun land zijn levensmiddelen betrok uit dat van den koning, gingen ze gezamenlijk bij hem hun opwachting maken; ze wisten Blastus, den kamerheer van den koning, voor zich te winnen, en smeekten om vrede.

21 Op de vastgestelde dag zat Herodes in vorstelijk gewaad op de troon, en hield een toespraak tot hen.

22 En het volk juichte hem toe: Dat is taal van een god, en niet van een mens.

23 Maar op hetzelfde ogenblik sloeg hem een engel des Heren, omdat hij aan God niet de eer had gegeven; hij werd door de wormen verteerd, en stierf.

24 Maar het woord des Heren groeide aan, en breidde zich uit.

Paulus en Barnabas tot het missiewerk geroepen.

25 Intussen waren Barnabas en Saül, na hun taak te hebben volbracht, uit Jerusalem teruggekeerd, en hadden Johannes, ook Markus geheten, met zich mee gebracht.

16 Maar Petrus bleef kloppen en toen zij opengedaan hadden, zagen zij hem en waren verbijsterd.

17 En hij wenkte met zijn hand, dat zij zwijgen moesten en verhaalde hun, hoe de Here hem uit de gevangenis had geleid en hij zeide: Bericht dit aan Jacobus en de broeders. En hij vertrok en reisde naar een andere plaats.

18 En toen het dag geworden was, kwam er geen kleine opschudding onder de soldaten, wat er toch met Petrus geschied was.

19 En toen Herodes nasporingen naar hem had laten doen, doch hem niet vond, nam hij de schildwachten in verhoor en liet hen wegleiden; en hij vertrok van Judéa naar Caesaréa en vertoefde aldaar.

De dood van Herodes.

20 En hij had oorlogsplannen tegen de Tyriërs en de Sidoniërs; maar zij kwamen als één man tot hem en wisten Blastus, den kamerheer van den koning, voor zich te winnen en zij verzochten om vrede, daar hun land voor zijn voeding van dat des konings afhankelijk was.

21 En op een bepaalden dag hield Herodes, in een koninklijk kleed op den troon gezeten, een rede tot hen;

22 en het volk juichte hem toe: De stem van een god en niet van een mens!

23 En terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij Gode de eer niet gaf; en hij werd door wormen gegeten en blies den

adem uit.

De uitzending van Barnabas en Paulus. 24 En het woord des Heren wies en verbreidde zich.

25 Barnabas nu en Saulus keerden terug uit Jeruzalem na hun liefdedienst te hebben volbracht, en namen ook Johannes, bijgenaamd Marcus, mede.

De eerste zendingsreis van Paulus. De uitzending van Barnabas en Saulus. 1 Nu waren er te Antiochië, bij de plaatselijke gemeente, profeten en leeraars: Barnabas, Simeon, genaamd Niger, Lücius, de Cyrenéër, Manaën, een vertrouwde van Herodes, den viervorst, en Saulus.

2 En terwijl zij godsdienstoefening hielden en vastten, sprak de heilige Geest: Zondert mij Barnabas en Saulus af tot het werk, waartoe ik hen geroepen heb.

1 Er waren nu in de Kerk te Antiochië de volgende profeten en leraars: B&rnabas; Simon, bijgenaamd Niger; Lücius, de Cyreneër; M&nahen, de zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saül.

2 Terwijl ze nu eens de dienst des Heren vierden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert mij Saül en B&rnabas af voor het werk, waartoe Ik ze geroepen heb.

1 Nu waren er te Antiochië in de <•» gemeente aldaar profeten en leraars, namelijk: Barnabas, Simeon, genaamd Niger, Luciusvan Cyrene, Manaën, de zoogbroeder van Herodes, den viervorst, en Saulus.

2 En terwijl zij vastten bij den dienst des Heren, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb.

3 Toen vastten en baden zij, legden hun de handen op en lieten ze gaan.

3 Toen legde men hun, na vasten en bidden, de handen op, en zond hen uit.

3 Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan.