is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ders voor de bestuurders der stad en schreeuwden: Die menschen, die de geheele wereld in opstand brengen, zijn nu ook hier!

7 en Jason heeft hen opgenomen! en zij allen handelen tegen de geboden des keizers, door te zeggen, dat er een andere koning is: Jezus!

8 Zoo brachten zij het volk en de bestuurders der stad, toen dezen dit hoorden, in onrust.

9 Maar nadat zij van Jason en de anderen de vereischte borgstelling ontvangen hadden, lieten zij hen vrij.

Paulus en Silas te Beréa. Einde van den arbeid aldaar.

10 Doch de broeders lieten terstond, in den nacht, zoowel Paulus als Silas naar Beréa vertrekken. En daar aangekomen, gingen dezen naar de Joodsche synagoge.

11 Deze Joden waren beter gezind dan die te Thessalonica en ontvingen het woord met volle bereidwilligheid, terwijl zij dagelijks de Schriften onderzochten, of deze dingen alzoo waren.

12 Velen hunner kwamen dan ook tot het geloof, en van de aanzienlijke Grieksche vrouwen en mannen niet weinigen.

13 Toen evenwel de Joden van Thessalonica te weten kwamen, dat door Paulus ook te Beréa het woord Gods gepredikt werd, kwamen zij ook daar het volk opruien en in onrust brengen.

Paulus te Athene.

Rede op den Areópagus.

14 Maar de broeders lieten Paulus toen terstond afreizen, alsof hij in de richting van de zeekust ging; Silas echter zoowel als Timótheüs bleven aldaar achter.

15 Degenen nu die Paulus ter plaatse zouden brengen, begeleidden hem tot Athene, en vertrokken met opdracht aan Silas en Timótheüs, om zich ten spoedigste bij Paulus te voegen.

16 Terwijl Paulus nu te Athene op hen wachtte, voelde hij zijn ge*moed in opstand komen, daar hij zag, dat de stad vol afgodsbeelden was.

17 Hij predikte daarom in de synagoge voor de Joden en voor hen die God vereerden, en op de markt eiken dag voor hen, die hij daar aantrof.

18 Zoo geraakten ook eenigen van de Epicureïsche en Stoïsche wijsgeeren met hem in twistgesprek. Sommigen zeiden: Wat zou deze praatsmaker toch willen zeggen? Maar anderen: Het schijnt een verkondiger van uitheemsche goden te zijn, — omdat hij Jezus en diens opstanding verkondigde.

19 En zij namen hem mede en leidden hem naar den Areópagus, en zeiden: Mogen wij ook vernemen, welke die nieuwe leer is, die door u wordt gebracht?

20 Gij brengt ons namelijk vreemde dingen ten gehoore. En daarom

broeders voor het stadsbestuur, en schreeuwden: Die mensen, die de hele wereld in opschudding brengen, zijn nu ook hier;

7 en Jason heeft ze in huis. Allen gaan ze tegen de bevelen van Cesar in; want ze zeggen, dat er een andere koning is: Jesus.

8 Zo brachten ze het volk in verwarring, maar ook het stadsbestuur, dat het hoorde.

9 Dit eiste een borgstelling van Jason en de overigen; toen liet men ze vrij.

Paulus en Silas te Berea.

10 Nog in dezelfde nacht zonden de broeders Paulus en Silas naar Berea. Zodra ze daar aankwamen, gingen ze naar de synagoge der joden.

11 Deze waren beter gezind dan die van Tessalonika. Ze ontvingen het woord met alle bereidwilligheid, en onderzochten dagelijks de Schriften, of dit alles zo was.

12 Velen van hen geloofden dan ook; en een groot aantal aanzienlijke heidense vrouwen en mannen eveneens.

13 Zodra echter de joden van Tessalonika vernamen, dat door Paulus ook te Berea het woord Gods werd verkondigd, kwamen ze ook daar het volk ophitsen en in opschudding brengen.

14 Maar terstond lieten de broeders Paulus toen naar zee vertrekken; Silas echter en Timóteüs bleven daar.

15 Zij, die Paulus begeleidden, brachten hem tot Athene; toen keerden ze terug, met een bevel voor Silas en Timóteüs, om zo spoedig mogelijk bij hem te komen.

Paulus te Athene.

16 Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, werd hij ten diepste bewogen, toen hij zag, dat de stad vol afgodsbeelden was.

17 Hij disputeerde dus in de synagoge met de joden en godvrezenden, en dagelijks op de markt met wie hij daar aantrof.

18 Ook enige epicurische en stoïsche wijsgeren vielen hem aan. Sommigen zeiden: Wat heeft die praatjesmaker eigenlijk te vertellen? Anderen: Hij schijnt een prediker van vreemde goden te zijn! Want hij had Jesus en de opstanding verkondigd.

19 Ze namen hem mee, brachten hem op de Areópagus, en zeiden: Mogen we weten, wat dit voor een nieuwe leer is, die ge verkondigt?

20 Want ge laat ons heel vreemde dingen horen. We willen dus

ders voor de stadsbestuurders, en schreeuwden: Dezen, die de wereld in opschudding gebracht hebben, zijn ook hier gekomen,

7 en Jason heeft hen in zijn huis opgenomen. En zij handelen allen in strijd met de geboden des keizers door te beweren, dat er een andere koning, Jezus, is.

8 En zij maakten de bevolking en de stadsbestuurders, die dit hoorden, ongerust.

9 Doch toen dezen van Jason en de anderen een borgtocht hadden ontvangen, lieten zij hen vrij.

10 Maar de broeders zonden terstond in den nacht Paulus en Silas naar Beréa, die, daar aangekomen, naar de synagoge der Joden gingen;

11 en dezen onderscheidden zich gunstig van die te Thessalonica, daar zij het woord met alle bereidwilligheid ontvingen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren.

12 Velen dan van hen kwamen tot het geloof, en van de aanzienlijke Griekse vrouwen en mannen niet weinigen.

13 Maar toen de Joden uit Thessalonica bemerkten, dat het woord Gods ook te Beréa door Paulus werd verkondigd, kwamen zij ook daar de scharen opzetten en verontrusten.

14 Doch de broeders lieten toen terstond Paulus vertrekken in de richting van de zee, maar Silas en Timótheüs bleven daar achter.

Paulus te Athene. 15 En Paulus' geleiders brachten hem te Athene en vertrokken met de opdracht aan Silas en Timótheüs om zo spoedig mogelijk bij hem te komen.

16 En terwijl Paulus te Athene op hen wachtte, werd zijn geest in hem geprikkeld, toen hij zag, dat de stad zo vol afgodsbeelden was.

17 Hij hield daarom in de synagoge samensprekingen met* de Joden en met hen, die God vereerden, en op de markt dagelijks met hen, die hij er aantrof.

18 En ook enigen van de Epicureïsche en Stoïcijnse wijsgeren redetwistten met hem en sommigen zeiden: Wat zou die betweter willen beweren? Maar anderen: Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden te zijn; want hij bracht het evangelie van Jezus en van de opstanding.

19 En zij namen hem mede en brachten hem naar den Areópagus en zeiden: Zouden wij ook mogen vernemen, wat dit voor een nieuwe leer is, waarvan gij spreekt ?

20 Want gij brengt ons enige vreemde dingen ten gehore; wij