Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 En hij zeide tot hen: Hebt gij heiligen Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij antwoordden hem: Wij hebben zelfs niet eens gehoord, dat er heilige Geest is.

3 En hij zeide: Met welken doop zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: Met den doop van Johannes.

4 En Paulus zeide: Johannes heeft gedoopt met een bekeeringsdoop, en heeft tot het Volk gezegd, dat zij hun geloof moesten richten op dengene, die na hem kwam, dat is op Jezus.

5 Toen zij dat hoorden, lieten zij zich doopen in den naam van Jezus, den Heer.

6 En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige Geest op hen; en zij begonnen in geestes-talen te spreken, en te profeteeren.

7 Dit nu waren allen te zamen ongeveer twaalf man.

De cjroote invloed van Paulus te Èfeze. Tooverij bestreden.

8 En Paulus begaf zich naar de synagoge, en trad met vrijmoedigheid op, drie maanden lang, terwijl hij hen door zijn prediking aangaande het koninkrijk Gods trachtte te overtuigen.

9 Daar sommigen echter zich ontoegankelijk betoonden en zich niet lieten overtuigen, en in tegenwoordigheid der gemeente den Weg [des geloofs] belasterden, trok hij zich van hen terug, nam de discipelen afzonderlijk en predikte dagelijks in de leerzaal van Tyrannus.

10 Dit nu geschiedde twee jaren lang, zoodat al de bewoners van Asië, Joden zoowel als Grieken, het woord des Heeren hoorden.

11 En God deed ook buitengewone wonderen door Paulus' hand;

12 ja men nam zelfs zweetdoeken of werkschorten mede, die hij aan het lichaam gedragen had, en legde die op de zieken, zoodat de kwalen van hen weken en de booze geesten uitvoeren.

13 Doch ook van de rondtrekkende Joodsche geestenbanners ondernamen sommigen het, over degenen die door de booze geesten bezeten waren, den naam van Jezus, den Heer, te noemen en te zeggen: Ik bezweer u bij dien Jezus, dien Paulus predikt.

14 Het waren zeven zonen van een zekeren Sceva, een Joodschen hoogepriester, die dit deden.

15 De booze geest echter antwoordde hun: Jezus ken ik en van Paulus weet ik; maar gij, wie zijt gij?

16 En de man, in wien de booze geest was, stortte zich op hen; en hij overweldigde hen allen en

Kreeg ae overnana op hen, zoodat zij naakt en gewond zijn huis ontvluchtten.

17 Dit werd bekend bij allen die te Efeze woonden, Joden zoowel als Grieken; en vrees overviel hen allen, en de naam van Jezus, den Heer, werd verheerlijkt.

2 tot wie hij zeide: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, toen gij gelovig werdt ? Maar ze antwoordden hem: Neen; we hebben zelfs niet eens gehoord, dat er een Heilige Geest bestaat.

3 Hij zeide: Met welk doopsel zijt gij dan gedoopt ? Ze antwoordden: Met het doopsel van Johannes.

4 Nu sprak Paulus; Johannes heeft inderdaad met een doopsel van bekering gedoopt, maar hij sprak daarbij tot het volk, dat ze moesten geloven in Hem, die na hem zou komen; dat is in Jesus.

5 Toen ze dit hadden gehoord, lieten ze zich dopen in de naam van den Heer Jesus.

6 Paulus legde hun de handen op, en de Heilige Geest kwam over hen neer; en ze spraken in talen en profeteerden.

7 In het geheel waren het twaalf man ongeveer,

8 Drie maanden lang ging hij naar de synagoge, en trad er met vrijmoedigheid op; hij disputeerde er over het koninkrijk Gods, en bracht overtuigende bewijzen naar voren.

9 Maar toen sommigen zich verhardden en niet wilden geloven, en daarenboven voor de menigte de Weg begonnen te lasteren, scheidde hij zich van hen af, en verzamelde zijn leerlingen afzonderlijk in de school van Tyrannus, waar hij dagelijks onderricht gaf.

10 Dit duurde zo twee jaar lang, zodat alle bewoners van Azië, joden als heidenen, het woord des Heren vernamen.

11 En God deed buitengewone wonderen door de handen van Paulus;

12 zodat zelfs, als men de doeken en gordels, die zijn lichaam hadden aangeraakt, op de zieken legde, de kwalen hen verlieten, en de boze geesten op de vlucht gingen.

De duivelbezweerders te Efese.

13 Ook enige rondtrekkende joodse duivelbezweerders beproefden eens de naam van den Heer Jesus aan te roepen over hen, die door boze geesten waren bezeten. Ze zeiden: Ik bezweer u bij Jesus, dien Paulus preekt.

14 Het waren de zeven zonen van een joodsen opperpriester Skevas, die dit deden.

15 Maar de boze geest antwoordde hun: Jesus ken ik, en Paulus ken ik ook; maar wie zijt gij?

16 En de man met den bozen geest sprong op hen los, overmeesterde en mishandelde hen, zodat ze naakt en gewond het huis

uit viucnuen.

17 Dit werd bekend aan alle joden en heidenen, die in Éfese woonden; allen werden van vrees vervuld, en de naam van den Heer Jesus

werd verheerlijkt.

2 En hij zeide tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij zeiden tot hem: Maar wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is.

3 En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes.

4 Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus.

5 En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in den naam van den Here Jezus.

6 En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden.

7 En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.

8 En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods.

9 Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven en ten aanhoren van de menigte kwaad bleven spreken van den weg, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn discipelen af, terwijl hij dagelijks besprekingen hield in de gehoorzaal van Tyr&nnus.

10 En dit ging twee jaren lang zo voort, zodat allen, die in Asia woonden, het woord des Heren hoorden, Joden zowel als Grieken.

11 En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus,

12 zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren.

De zonen van Scaeva.

13 En ook enigen van de rondreizende Joodse geestenbezweerders waagden het over hen, die zulke boze geesten hadden, den naam van den Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij den Jezus, dien Paulus predikt.

14 Het waren nu zeven zonen van een zekeren Scaeva, een Joodsen overpriester, die dit deden.

15 Maar de boze geest antwoordde en zeide tot hen: Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij?

16 En de mens, in wien de boze geest was, sprong op hen af, overweldigde hen tezamen en bleek zoveel sterker dan zij, dat zij zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten.

17 En dit werd bekend aan allen, Joden en Grieken, die te Eféze woonden, en vrees overviel hen allen, en de naam van den Here Jezus werd grootgemaakt;

Sluiten