Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Jeruzalem, voor den naam van Jezus, den Heer.

14 Daar hij zich niet liet overreden, berustten wij er in en zeiden: De wil des Heeren geschiede.

sterven voor de naam van den Heer Jesus.

14 Daar hij zich niet liet overhalen, hielden wij ook niet langer aan, maar zeiden: De wil des Heren geschiede.

ven te Jeruzalem voor den naam van den Here Jezus.

14 En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden: De wil des Heren geschiede.

Paulus te Jeruzalem deelnemende aan een Joodsche gelofte.

15 Na deze dagen maakten wij ons reisvaardig en gingen op naar Jeruzalem.

16 En ook eenige van de discipelen uit Cesaréa gingen met ons mede en brachten ons bij een zekeren Mnason, een Cypriër, die van overlang een discipel was; diens gasten zouden wij zijn.

17 Toen wij nu te Jeruzalem waren gekomen, ontvingen de broeders ons vriendelijk.

18 Den volgenden dag ging Paulus met ons Jakobus bezoeken; en al de oudsten waren daar aanwezig.

19 En na hen te hebben begroet, vertelde hij in bijzonderheden wat

boa aoor zijn aienst onder de heidenen had gedaan.

20 Toen zij dat hoorden, loofden zij God en zeiden tot Paulus: Broeder, gij ziet hoevele tienduizenden onder de geloovigen van Joodsche afkomst zijn; zij zijn allen vol ijver voor de wet.

J.NU neDDen zij van u dij geruchte vernomen, dat gij al de Joden die onder de heidenen verspreid zijn, leert af te vallen van Mozes, door te zeggen, dat zij hunne kinderen niet moeten besnijden en dat zij niet naar de inzettingen moeten wandelen.

22 Wat is er dus te doen? Zonder eenigen twijfel zullen zij hooren, dat gij hier gekomen zijt.

23 Doe derhalve wat wij u zeggen. Wij hebben hier vier mannen, die uit eigen beweging zich onder gelofte gesteld hebben.

24 Neem hen met u mede; en neem, met hen, deel aan de reiniging en draag voor hen de kosten, dat zij zich het hoofd laten scheren. Dan zullen allen bemerken, dat er niets waar is van wat zij over u vernomen hebben, maar dat gij integendeel ook zelf in uwen wandel de wet in acht neemt.

25 Wat nu de heidenen betreft, die tot geloof zijn gekomen, hen hebben wij aangeschreven, om hen in kennis te stellen van ons besluit, dat zij zich in acht moeten nemen voor wat den afgoden geofferd is en voor bloed, voor wat door verstikking gedood is en voor ontucht.

Paulus te Jerusalem.

15 Na die dagen maakten we ons reisvaardig, en gingen op naar Jerusalem.

16 Ook enige leerlingen van Cesarea gingen met ons mee, om ons bij zekeren Mnason van Cyprus te brengen, die reeds sedert lang een leerling was, en bij wien we onderdak zouden vinden.

17 Toen we te Jerusalem aankwamen, ontvingen ons de broeders met blijdschap.

18 De volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus, waar ook al de priesters bijeen waren gekomen.

19 Na de begroeting verhaalde hij in bijzonderheden, wat God door zijn bemiddeling onder de heidenen had verricht.

20 Toen ze dit hadden gehoord, verheerlijkten ze God. Toch zeiden ze hem: Ge ziet, broeder, hoeveel duizenden joden er zijn, die gelovig zijn geworden, en die allen ijveraars zijn voor de Wet.

21 Maar nu hebben ze van u horen zeggen, dat ge afval van Moses leert aan de ioden. die onder

de heidenen leven, en hun zegt, dat ze hun kinderen niet mogen besnijden of volgens onze gebruiken mogen leven.

22 Wat dus te doen? Ongetwijfeld komt er een talrijke schare bijeen; want men zal vernemen, dat ge gekomen zijt.

23 Doe derhalve, wat we u zeggen. Onder ons bevinden zich vier mannen, die een gelofte hebben gedaan.

24 Neem ze met u mee. laat. n

gelijk met hen reinigen, en betaal voor hen de kosten, opdat ze zich het hoofd kunnen laten scheren; dan zullen allen weten, dat het onwaar is, wat ze over u hebben gehoord, maar dat ge zelf de Wet onderhoudt.

25 Wat de heidenen betreft, die het geloof hebben aanvaard, we hebben hun onze beslissing doen kennen, dat ze zich moeten wachten voor afgodenvlees, voor bloed en verstikt vlees, en voor ontucht.

Te Jeruzalem.

15 En na die dagen maakten wij ons reisvaardig en gingen op naar Jeruzalem;

16 en met ons gingen ook enigen van de discipelen uit Caesaréa mede, die ons brachten bij een zekeren Mnason van Cyprus, een der eerste discipelen, wiens gasten wij zouden zijn.

17 En toen wij te Jeruzalem kwamen, heetten de broeders ons van harte welkom.

18 En den volgenden dag ging Paulus met ons Jacobus bezoeken, en alle oudsten waren daarbij aanwezig.

19 En toen hij hen begroet had, verhaalde hij in bijzonderheden, wat God onder de heidenen door zijn dienst had verricht.

20 En zij loofden God, toen zij dit hoorden, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet;

21 nu heeft men hun van u verteld, dat gij allen Joden onder de heidenen afval van Mozes leert, door te zeggen, dat zij hun kinderen niet behoeven te besnijden, noch naar de gebruiken te leven.

22 Wat is dan het geval? Zij zullen stellig horen, dat gij aangekomen zijt.

23 Doe daarom wat wij u zeggen: Er zijn vier mannen bij ons, die een gelofte op zich genomen hebben:

24 neem hen mede. heili? u met

hen en draag de kosten voor hen, opdat zij hun hoofd kunnen laten scheren; dan zullen allen bemerken, dat van alles, wat men hun van u verteld heeft, niets waar is, maar dat gij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet.

25 Maar in zake de heidenen, die tot het geloof gekomen zijn, hebben wij als ons oordeel geschreven, dat zij zich hebben te wachten voor wat den afgoden geofferd is, voor bloed, voor het verstikte en voor hoererij.

26 Toen nam Paulus die mannen met zich mede; en na den volgenden dag met hen aan de reiniging te hebben deelgenomen, begaf hij zich naar den tempel, om aangifte te doen, dat de dagen der reiniging voleindigd waren, namelijk van het oogenblik af, dat voor een ieder hunner het offer zou zijn gebracht.

26 Daarom nam Paulus de volgende dag de mannen met zich mee, liet zich tegelijk met hen reinigen, ging met hen de tempel binnen, en kondigde aan, wanneer de dagen der gelofte geëindigd zouden zijn, en het offer voor een ieder van hen zou worden gebracht.

26 Toen nam Paulus die mannen mede, en hij heiligde zich den volgenden dag met hen, ging in den tempel en deed aangifte, dat de dagen der heiliging zouden duren, totdat voor ieder hunner het offer gebracht was.

Sluiten