Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 De raadslag nu der krijgslieden was, dat zij de gevangenen zouden dooden, opdat niemand, ontzwommen zijnde, zoude ontvlieden.

43 Maar de hoofdman, willende Paulus behouden, belette hun dat voornemen, en beval, dat degenen, die zwemmen konden, zich eerst zouden afwerpen, en te land komen;

44 En de anderen, sommigen op planken, en sommigen op eenige stukken van het schip. En alzoo is het geschied, dat zij allen behouden aan het land gekomen zijn.

Paulus op Malta. 28 1 En als zij ontkomen waren, toan verstonden zij, dat het eiland Melite heette.

Hand. 27 : 26.

2 En de barbaren bewezen ons geene gemeene vriendelijkheid; want een groot vuur ontstoken hebbende, namen zij ons allen in, om den regen, die overkwam, en om de koude.

3 En als Paulus eenen hoop rijzen bijeengeraapt en op het vuur gelegd had, kwam er eene adder uit door de hitte, en vatte zijne hand.

4 En als de barbaren het beest zagen aan zijne hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mensch is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is.

5 Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads.

Mark. 16 : 18. Luk. 10 : 19.

6 En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen, of terstond dood nedervallen. Maar als zij lang verwacht hadden, en zagen, dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd, en zeiden, dat hij een god was.

Hand. 14 : 11.

7 En hier, omtrent dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, met name Publius, zijne landhoeven, die ons ontving, en drie dagen vriendelijk herbergde.

8 En het geschiedde, dat de vader van Publius, met koortsen en den rooden loop bevangen zijnde, te bed lag; tot denwelken Paulus inging, en als hij gebeden had, leide hij de handen op hem, en maakte hem gezond. Matt. 8 : 14.

9 Als dit dan geschied was, kwamen ook tot hem de anderen, die krankheden hadden in het eiland, en werden genezen.

10 Die ons ook eerden met vele eer, en als wij vertrekken zouden, bestelden zij ons hetgeen van noode was.

Paulus komt te Rome.

11 En na drie maanden voeren wij af in een schip van Alexandrië, dat in het eiland overwinterd had, hebbende tot een teeken, Kastor en Pollux.

12 En als wij te Syraküse aangekomen waren, bleven wij aldaar drie dagen;

13 Van waar wij omvoeren, en

42 En de raad der krijgsknechten was de gevangenen te dooden, opdat niemand, ontzwommen zijnde, zou ontvlieden.

43 Maar de hoofdman wilde Paulus behouden, en belette hun voornemen; en hij gebood, dat degenen, die zwemmen konden, zich eerst in de zee zouden werpen om aan land te komen,

44 en de anderen, sommigen op planken, en sommigen op stukken van het schip. En alzoo geschiedde het, dat zij allen behouden aan land kwamen.

Paulus op Malta.

1 En toen wij behouden aan land kwamen, vernamen wij, dat het eiland Melite heette.

Hand. 27 : 26, 39.

2 En de bewoners bewezen ons eene meer dan gewone vriendschap; want zij ontstaken een vuur en namen ons allen in, wegens den regen, die opgekomen was, en om de koude.

3 En toen Paulus een hoop rijzen bijeenraapte en op het vuur legde, kwam er eene adder uit door de hitte, en vatte zijne hand.

4 En toen de lieden het dier aan zijne hand zagen hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mensch moet gewis een moordenaar zijn, dien de wraak niet laat leven, niettegenstaande hij uit de zee ontkomen is.

5 Maar hij slingerde het dier in het vuur, en hem geschiedde niets kwaads.

Mare. 16 : 18. Luc. 10 : 19.

6 En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen of terstond dood nedervallen; maar toen zij lang gewacht hadden, en zagen, dat hem geen onheil overkwam, werden zij anders gezind, en zeiden, dat hij een god was.

Hand. 14 : 11.

7 En omtrent die plaats had de overste van het eiland, met name Publius, eene landhoeve; deze nam ons op en huisvestte ons vriendelijk drie dagen.

8 En het geschiedde, dat de vader van Publius aan de koorts en den rooden loop lag; tot dien ging Paulus in, en bad, en legde de handen op hem, en maakte hem gezond.

9 Toen dat geschied was, kwamen ook de anderen van het eiland, die krankheden hadden, tot hem, en lieten zich gezond maken.

10 En zij deden ons groote eer aan, en toen wij vertrokken, laadden zij in wat ons noodig was.

Naar Rome.

11 En na drie maanden voeren wij af in een Alexandrijnsch schip, dat bij het eiland overwinterd had, den naam voerende: De Tweelingen.

12 En toen wij te Syracuse kwamen, bleven wij aldaar drie dagen;

13 en toen wij van daar omvoe-

42 De soldaten spraken er van de gevangenen te dooden, uit vrees dat een hunner zou wegzwemmen en ontsnappen;

43 maar de officier, die Paulus wilde redden, belette hun het uit te voeren en beval dat eerst zij die konden zwemmen in zee zouden springen om aan land te komen,

44 daarna de overigen op planken en andere deelen van het schip. En zoo kwamen allen behouden aan land.

1 Toen wij dan gered waren, vernamen wij dat het eiland Melite heette.

2 De inboorlingen bewezen ons ongemeene welwillendheid. Want nadat zij een groot vuur hadden ontstoken, brachten zij ons allen daarbij om den regen die ons overviel en de koude.

3 Toen Paulus een hoop takken bijeenraapte en op het vuur wierp, schoot er door de hitte een adder uit, die zich aan zijn hand vastbeet.

4 Toen de inboorlingen het dier aan zijn hand zagen hangen, zeiden zij tot elkander: Die man is zeker een moordenaar; de Gerechtigheid laat hem, al is hij uit de zee gered, toch niet leven.

5 Maar hij schudde het dier in het vuur en bleef ongedeerd.

6 Zij verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling dood neervallen, en toen zij na lang wachten zagen dat hem niets kwaads overkwam, veranderden zij van meening en zeiden, dat hij een god was.

Genezingen door Paulus.

7 In den omtrek dier plaats had de voornaamste van het eiland, Publius genaamd, een landgoed. Hij nam ons op en huisvestte ons drie dagen lang zeer vriendelijk.

8 Nu lag de vader van Publius ziek aan koorts en buikloop. Paulus ging naar hem toe, legde hem biddend de handen op en genas hem.

9 Daarop kwamen ook de overige zieke bewoners van het eiland tot hem en werden geheeld.

10 Zij bewezen ons allerlei eer en voorzagen ons toen wij vertrokken van al het noodige.

Paulus te Rome.

11 Na drie maanden voeren wij af in een Alexandrijnsch schip, dat op het eiland overwinterd had;

12 het droeg het beeld der Dioscuren.

12 Wij liepen te Syracuse binnen en bleven er drie dagen;

13 van daar voeren wij om en

Sluiten