is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben wij gebrek aan spijs en aan ger, dorst en naaktheid; we wor-

drank en aan kleeding; worden den mishandeld, we zwerven rond; wij geslagen, zwerven wij zonder woonplaats rond,

12 en matten wij ons door han- 12 in handenarbeid putten we

denarbeid af. Worden wij geschol- ons uit. Worden we gescholden,

den, wij zegenen; worden wij ver- we zegenen; worden we vervolgd,

volgd, wij verdragen; we verdragen het;

wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;

12 wij verrichten zwaren handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;

13 wordt van ons kwaad gesproken, wij antwoorden vriendelijk; als het uitvaagsel der wereld zijn wij geworden, onreinheid voor allen, tot op dezen stond.

14 Niet om u beschaamd te maken, schrijf ik dit, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.

15 Want al hadt gij tien duizend leidslieden in Christus, toch hebt gij niet vele vaders. Want ik was het, die in mijn gemeenschap met Christus Jezus uw vader ben geworden, door het evangelie.

16 Ik bid u dan: wordt mijne navolgers.

17 Juist daarom zend ik Timótheüs tot u, die mijn geliefd en getrouw kind is in den Heer. Hij zal u indachtig maken aan de wegen, die ik in mijn gemeenschap met Christus volg, gelijk ik die allerwegen in elke gemeente den menschen voorhoud.

18 Maar sommigen zijn verwaten geworden, in den waan dat ik niet meer tot u zou komen.

19 Doch zoo de Heer wil, zal ik weldra tot u komen; en dan zal ik kennis nemen niet van de woorden dier verwatenen, maar van hun kracht.

20 Want het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.

21 Wat wenscht gij ? moet ik met de roede tot u komen ? of met liefde en in den geest der zachtmoedigheid ?

Andere misstanden in de gemeente. Gebrek aan zedelijke tucht. 1 Inderdaad, men hoort van ontucht onder u, en wel van een zoodanige als zelfs onder de heidenen niet voorkomt: dat iemand de vrouw van zijn vader heeft.

2 En zijt gij toch verwaten? en heeft het u niet veeleer tot droefheid gestemd, zoodat hij die dit stuk heeft bedreven, uit uw midden verwijderd werd?

3 Want ik althans, naar het lichaam wel afwezig, maar aanwezig naar den geest, heb reeds over den overtreder een beslissing genomen,

4 alsof ik aanwezig was: met de kracht van Jezus, onzen Heer, moesten wij, gij en ik, in den geest samenkomen,

13 worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.

14 Ik schrijf u deze dingen, niet om u te beschamen, maar om u terecht te wijzen, als mijn geliefde kinderen.

15 Want al hadt gij ook tienduizend leermeesters in Christus, vele vaders hebt gij niet; ik heb u door het Evangelie in Jesus Christus verwekt.

16 En daarom smeek ik u: weest mijn navolgers. ■—•

17 Om dezelfde reden heb ik Timóteüs naar u toe gezonden, die mijn geliefde en getrouwe zoon is in den Heer; hij zal u mijn wegen in Christus in herinnering brengen, zoals ik ze overal in alle kerken leer.

18 Sommigen zijn verwaand in de overtuiging, dat ik toch niet bij u kom.

19 Toch zal ik spoedig bij u komen, zo de Heer het wil; dan zal ik me eens op de hoogte stellen, niet van het woord van die verwaanden, maar van hun kracht.

20 Want het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.

21 Wat verkiest gij ? Zal ik met de roede tot u komen, of met liefde en zachtmoedigheid ?

Verwijder den boze uit uw midden.

1 Algemeen hoort men, dat er ontucht onder u voorkomt, en wel zulk een ontucht, als er zelfs onder de heidenen niet bestaat: dat namelijk iemand de vrouw van zijn vader bezit.

2 En dan zijt gij nog opgeblazen! Waart gij niet beter terneergeslagen geweest? Dan was hij, die zo iets bedreven heeft, wel uit uw midden verwijderd!

3 Ik zelf toch, lichamelijk afwezig, maar tegenwoordig met de geest, heb reeds, als was ik tegenwoordig, het oordeel geveld over hem, die zo iets gedaan heeft.

4 In de naam van den Heer Jesus: gij en mijn geest, toegerust met de kracht van onzen Heer Jesus:

13 worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.

14 Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.

15 Want al had gij duizenden opvoeders in Christus, gij hebt niet vele vaders. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt.

16 Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld.

17 Juist hierom heb ik Timótheüs tot u gezonden, die mij een geliefd en trouw kind is in den Here. Hij zal u mijn wegen in Christus [Jezus] indachtig maken, zoals ik die overal in elke gemeente leer.

18 Doch sommigen hebben zich opgeblazen, in den waan, dat ik niet tot u komen zou;

19 maar spoedig zal ik tot u komen, zo de Here wil. Dan zal ik mij vergewissen, niet van het woord dier opgeblazenen, maar van hun kracht.

20 Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.

21 Wat wilt gij ? Moet ik met de roede tot u komen, of met liefde en in een geest van zachtmoedigheid?

Grove zonde in de gemeente.

1 Inderdaad, men spreekt van 5 hoererij onder u, en zulk een hoererij, als zelfs onder de heidenen niet (voorkomt), dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader.

2 En gij zijt opgeblazen in plaats van u veeleer te bedroeven, en dus den bedrijver van die daad uit uw midden te verwijderen?

3 Want mijnerzijds heb ik, hoewel lichamelijk niet, maar naar den geest wèl aanwezig, reeds, alsof ik aanwezig was, vonnis geveld over hem, die op zulk een wijze zo iets heeft begaan.

4 Wanneer wij vergaderd zijn, gij en mijn geest met de kracht van onzen Here Jezus,

5 en dan den zoodanige in den 5 wij leveren hem over aan den 5 leveren wij in den naam van

naam van Jezus, den Heer, aan satan tot verderf van het vlees, den Here Jezus dien man aan den

den satan overgeven tot verderf opdat de geest wordt behouden satan over tot verderf van zijn

van zijn vleesch, opdat zijn geest op de dag des Heren. vlees, opdat zijn geest behouden

in den dag des Heeren behouden worde in den dag des Heren, worde.