is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 Weet gij niet, dat degenen, die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar deelen?

Deut. 18 : l.

14 Alzoo heeft ook de Heere geordineerd, dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven.

Lev. 19 : 13. Deut. 24 : 14. 25 : 4. Matt. 10 : 10. Luk. 10 : 7. 1 Tim. 5 : 18.

1-5 Maar ik heb geen van deze dingen gebruikt. En ik heb dit niet geschreven, opdat het alzoo aan mij geschieden zou; want het ware mij beter te sterven, dan dat iemand dezen mijnen roem zou ijdel maken.

16 Want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!

Rom. 1 : 14.

17 Want indien ik dat gewillig doe, zoo heb ik loon, maar indien onwillig, de uitdeeling is mij evenwel toebetrouwd.

18 Wat loon heb ik dan? Namelijk dat ik, het Evangelie verkondigende, het Evangelie van Christus kosteloos stelle, om mijne macht in het Evangelie niet te misbruiken.

19 Want daar ik van allen vrij was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen.

20 En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden

winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet zijn, winnen ZOU. Hand. 16 : 3. 18 : 18. 21 : 23.

21 Dengenen, die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen, die zonder de wet zijn, winnen zou. Gal. 2 : 3.

22 Ik ben den zwakken geworden als een zwakke, opdat ik de zwakken winnen zou; allen ben ik alles geworden, opdat ik immers eenigen behouden zou.

Rom. 15 : 1. 1 Kor. 10 : 33. Gal. 6 : 1.

23 En dit doe ik om des Evangelies wil, opdat ik hetzelve mede deelachtig zou worden.

24 Weet gijlieden niet, dat die in de loopbaan loopen, allen wel loopen, maar dat één den prijs ontvangt? Loopt alzoo, dat gij dien moogt verkrijgen.

Gal. 2 : 2. 5 : 7. Filipp. 2 : 16. 2 Tim. 4 : 7. Hebr. 6 : 18.

25 En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Deze dan doen wel dit, opdat zij eene verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij eene onverderfelijke. 2 Tim. 2 : 4. 2 Tim. 4 : 8.

1 Petr. 1 : 4. 5 : 4.

26 Ik loop dan alzoo, niet als op het onzekere; ik kamp alzoo, niet als de lucht slaande;

27 Maar ik bedwing mijn lichaam, en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet eenigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde.

13 Weet gij niet, dat zij, die het heilige bedienen, van het heiligdom eten, en die het altaar bedienen, van het altaar genieten?

Num. 18 : 31. Deut. 18 : 1.

14 Alzoo heeft ook de Heer bevolen, dat degenen, die het Evangelie verkondigen, van het Evangelie leven zullen.

Matth. 10 : 10. Luc. 10 : 7.

15 Maar ik heb van dat alles geen gebruik gemaakt. Ik schrijf dit ook niet, opdat het mij alzoo geschieden zou; want het ware mij beter te sterven, dan dat iemand mijnen roem zou te niet doen.

16 Want dat ik het Evangelie predik, daarop behoef ik mij niet te beroemen; want ik moet het doen, en wee mij, zoo ik het Evangelie niet predik!

17 Doe ik het gaarne, zoo word ik beloond; maar doe ik het ongaarne, zoo is mij het ambt nochtans bevolen.

18 Wat is dan nu mijn loon? Dat ik het Evangelie van Christus predik vrij en om niet, en dat ik mijne vrijheid in het Evangelie niet misbruik.

19 Want hoewel ik vrij ben van iedereen, heb ik nochtans mijzelven tot ieders dienstknecht gemaakt, opdat ik er velen zou winnen.

20 Den Joden ben ik geworden als

een jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen die onder de Wet zijn ben ik geworden als onder de Wet, opdat ik degenen die onder de Wet zijn winnen zou;

Hand. 16 : 3. 21 : 23—26.

21 dengenen die zonder de Wet zijn ben ik als zonder de Wet geworden, — terwijl ik nochtans niet zonder de Wet ben voor God, maar onder de Wet van Christus —, opdat ik degenen die zonder de Wet zijn winnen zou; Gal. 2 : 3—5.

22 den zwakken ben ik geworden als een zwakke, opdat ik de zwakken winnen zou; allen ben ik alles geworden, opdat ik althans eenigen zaMg zou maken.

23 En dat doe ik om het Evangelie, opdat ik het mede deelachtig zou worden.

24 Weet gij niet, dat degenen, die in de loopbaan loopen, wel allen loopen, maar één den prijs behaalt? Loopt nu alzoo, dat gij hem verkrijgt.

Fil. 3 : 12—14.

25 En ieder die kampt, onthoudt zich van alles; dezen, opdat zij eene vergankelijke kroon ontvangen, maar wij eene onvergankelijke.

26 Ik loop derhalve alzoo, niet als op het ongewisse, ik vecht alzoo, niet als een diu in de lucht slaat;

27 maar ik bedwing mijn lichaam en tem het, opdat ik niet anderen predike en zelf verwerpelijk worde.

13 Weet gij niet dat de tempeldienaren hun onderhoud hebben van de tempelgaven, en dat zij die aan het altaar verbonden zijn een deel krijgen van hetgeen op het altaar komt?

14 Desgelijks heeft de Heer verordend dat zij die de Blijde boodschap brengen daarvan ook leven zullen.

15 Doch ik heb hiervan geenerlei gebruik gemaakt, en schrijf dit ook niet opdat het op mij toegepast worde; want het ware mij beter te sterven dan dat — neen; mijn roem rooft niemand mij!

16 Immers, dat ik Christus predik, daarop mag ik mij niet beroemen; want ik kan niet anders; wee mij indien ik niet predik!

17 Welnu, deed ik dat vrijwillig, ik zou aanspraak op loon hebben; maar indien onvrijwillig, dan ben ik niet meer dan beheerder.

18 Maar wat is dan mijn loon? Dit dat ik mijn predikwerk kosteloos doe, en van mijn recht op het loon van prediker geen gebruik maak.

19 Zoo heb ik mij, hoewel vrij tegenover allen, van allen den dienaar gemaakt om een groot getal van hen te winnen;

20 voor de Joden ben ik als een Jood geworden om Joden te winnen; voor hen die onder de wet staan als een die onder de wet staat — hoewel ikzelf niet onder de wet sta — om hen die onder dp

wet staan te winnen.

21 Daarentegen ben ik voor hen die geen wet hebben als een die geen wet heeft — al sta ik tegenover God wel degelijk onder een wet, daar ik aan de wet van Christus gebonden ben —■ om hen die geen wet hebben te winnen.

22 Voor de zwakken ben ik een zwakke geworden om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geworden om althans eenigen te redden.

23 Alles doe ik ter wille van de Blijde boodschap om mee deel aan haar te krijgen.

24 Weet gij niet dat wel allen die aan den wedloop deelnemen loopen, maar slechts éen den prijs krijgt? Loopt zóo dat gij dien krijgt.

25 En allen die aan den wedstrijd meedoen onthouden zich van allerlei: zij om een vergankelijken krans, wij om een onvergankelijken te verkrijgen.

26 Ik nu loop niet als een die in den blinde loopt, ik vecht niet als een die in de lucht slaat;

27 maar ik kastijd mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet wellicht, terwijl ik anderen predik, zelf voor de proef te bezwijken.