is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;

Gal. l : 11.

2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zoodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.

Rom. 1 : 16. 1 Kor. 1 : 21.

3 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;

Jes. 53 : 7.

Dan. 9 : 24, 26. 1 Kor. 5 : 7. 1 Petr. 2 : 24.

4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;

Ps. 16 : 10. Jes. 53 : 9. Jona 1 : 17.

Matt. 12 : 40. Ps. 16 : 10. Jes. 53 : 8. Matt. 12 : 40.

5 En dat Hij is van Céfas gezien, daarna van de twaalven.

Luk. 24 : 34. Hand. 10 : 41.

Joh. 20 : 19, enz.

6 Daarna is Hij gezien van meer dan vijf honderd broederen op eenmaal, van welke het meerderdeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.

7 Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.

8 En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.

Hand. 9 : 3, 17. 23 : 11. 1 Kor. 9 : 1. 2 Kor. 12 : 2.

9 Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.

Efez. 3 : 8. Hand. 8 : 3. 9 : 1 22 : 4. 26 : 9. Gal. 1 : 13. 1 Tim. 1 : 13.

10 Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijne genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.

2 Kor. 11 : 23. 12 : 11.

11 Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzoo prediken wij, en alzoo hebt gij geloofd.

digd heb, dat gij ook hebt aangenomen, in hetwelk gij ook staat,

2 door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zoodanige wijze als ik het u verkondigd heb, ten ware dat gij tevergeefs geloofd hadt.

3 Want ik heb u in de eerste plaats overgeleverd, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schrift,

Luc. 24 : 27.

4 en dat hij begraven is, en dat hij weder opgestaan is ten derden dage, naar de Schrift:

5 en dat hij gezien is geworden door Cefas, daarna door de twaalve.

Luc. 24 : 34, 36—39. Joh. 20 : 19.

6 Daarna is hij gezien geworden door meer dan vijfhonderd broeders op éénmaal, van welke verscheidenen tot op heden nog leven, maar sommigen ontslapen zijn.

7 Daarna is hij gezien geworden door Jakobus, daarna door al de apostelen.

Matth. 28 : 16—20.

8 Ten laatste van allen is hij ook door mij, als door een ontijdig geborene, gezien geworden.

1 Cor. 9 : 1. Hand. 9 : 13—17.

9 Want ik ben de minste onder de apostelen, als die niet waardig ben, dat ik een apostel heet, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb.

Hand. 9 :1, 2. 26 : 9—11. Gal. 1 :13.

10 Maar door Gods genade ben ik hetgeen ik ben; en zijne genade aan mij is niet vergeefsch geweest, maar ik heb veel meer gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar Gods genade, die in mij is.

11 Hetzij nu ik of zijlieden, alzoo prediken wij en alzoo hebt gij geloofd.

ik u heb gebracht, die gij ook hebt ontvangen, waarin gij ook vaststaat,

2 waardoor gij ook gered wordt, indien gij hebt onthouden hoe ik het u gepredikt heb — tenzij gij vergeefs geloovig zijt geworden.

3 Want ik heb u vóór alle dingen overgeleverd, wat ik ook vernomen heb, dat Christus volgens de Schriften voor onze zonden is gestorven,

4 en dat hij begraven en ten derden dage, volgens de Schriften, opgewekt is,

5 en dat hij is verschenen aan Kefas, vervolgens aan de Twaalve.

6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, waarvan de meesten nog leven en sommigen ontslapen zijn.

7 Daarna is hij verschenen aan Jacobus, vervolgens aan al de apostelen;

8 ten allerlaatste ook aan mij, als aan een ontijdig geborene.

9 Want ik ben de minste der apostelen, niet waardig een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb.

10 Maar door Gods genade ben ik die ik ben, en de door Hem mij bewezen genade is niet ijdel geweest, maar meer dan zij allen heb ik gearbeid; te weten niet ik, maar de genade Gods, die met mij was.

11 Hetzij dan ik, hetzij de anderen, zoo prediken wij, en zoo hebt gij het geloovig aangenomen.

12 Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de dooden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geene opstanding der dooden is?

13 En indien er geene opstanding der dooden is, zoo is Christus ook niet opgewekt.

14 En indien Christus niet opgewekt is, zoo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.

15 En zoo worden wij ook bevonden valsche getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft, Dien Hij niet heeft opgewekt, zoo namelijk de dooden niet opgewekt worden.

16 Want indien de dooden niet opgewekt worden, zoo is ook Christus niet opgewekt.

17 En indien Christus niet opgewekt is, zoo is uw geloof tevergeefs, zoo zijt gij nog in uwe zonden.

12 Indien nu Christus gepredikt wordt, dat hij uit de dooden is opgestaan, hoe zeggen dan sommigen onder u, dat er geen opstanding der dooden is?

13 Maar is er geen opstanding der dooden, zoo is ook Christus niet opgestaan;

14 en is Christus niet opgestaan, zoo is onze prediking vergeefsch, zoo is ook uw geloof vergeefsch;

15 wij zouden ook valsche getuigen Gods bevonden worden, dat wij van God getuigd hadden, dat Hij Christus opgewekt heeft, dien Hij niet had opgewekt, indien de dooden niet opstaan.

16 Want indien de dooden niet opstaan, zoo is ook Christus niet opgestaan;

17 en is Christus niet opgestaan, zoo is uw geloof ijdel, zoo zijt gij nog in uwe zonden;

Rom. 4 : '25.

12 Indien gepredikt wordt dat Christus uit de dooden is opgewekt, hoe zeggen dan sommigen van u dat er geen doodenopstanding is?

13 Is er geen doodenopstandmg, dan is Christus ook niet opgewekt,

14 en is Christus niet opgewekt, dan is onze prediking waardeloos en evenzoo uw geloof;

15 dan blijkt het ook dat wij valsche getuigen tegen God waren, omdat wij tegen God in getuigd hebben dat Hij Christus heeft opgewekt, dien Hij niet opgewekt heeft ingeval de dooden niet opgewekt worden.

16 Want indien geen dooden opgewekt worden, is Christus ook niet opgewekt;

17 en is Christus niet opgewekt, dan is uw geloof ijdel, dan zijt gij nog in uw zonden.