is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 Dat hem dan niemand verachte; maar geleidt hem in vrede, opdat hij tot mij kome; want ik verwacht hem met de broederen.

12 En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganschelijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn.

13 Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk.

14 Dat al uwe dingen in de liefde geschieden.

15 En ik bid u, broeders! gij kent het huis van Stéfanus, dat het is de eersteling van Achaje, en dat zij zichzelven den heiligen ten dienst hebben geschikt;

16 Dat gij ook u aan de zoodanigen onderwerpt, en aan een iegelijk, die medewerkt en arbeidt.

17 En ik verblijde mij over de aankomst van Stéfanas, en Fortunatus, en Achaïkus, want dezen hebben vervuld hetgeen mij aan u ontbrak;

18 Want zij hebben mijnen geest verkwikt, en ook den uwen. Erkent dan de zoodanigen.

19 U groeten de Gemeenten van Azië. U groeten zeer in den Heere A'quila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.

20 U groeten al de broeders. Groet elkander met eenen heiligen kus.

Rom. 16 : 16. 2 Kor. 13 : 12. 1 Thess. 5 : 26.1 Petr. 5 : 14.

21 De groetenis met mijne hand van Paulus.

22 Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij eene vervloeking; Maran-atha!

23 De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.

24 Mijne liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.

DE TWEEDE BRIEF VAN DEN APOSTEL PAULUS AAN DIE VAN KORINTHE.

Opschrift en groet. ■ 1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Timótheüs, de broeder, aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, met al de heiligen, die in geheel Achaje zijn:

Filipp. l : l.

2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

Rom. 1 : 7. 1 Kor. 1 : 3. Efez. 1 : 2.

1 Petr. 1 : 2.

Dankzegging van Paulus voor den troost in verdrukking.

3 Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting;

Efez. 1 : 3. 1 Petr. 1 : 2.

4 Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden

11 Dat hem dan niemand verachte, maar doet hem uitgeleide in vrede, opdat hij tot mij kome; want ik verwacht hem met de broederen.

12 En aangaande Apollos, den broeder, weet, dat ik hem zeer vermaand heb, dat hij tot u zou komen met de broederen; maar het was geenszins zijn wil, dat hij nu zou komen, maar hij zal komen, wanneer hij gelegenheid zal hebben.

1 Cor. 1 : 12. 3 : 5. Hand. 19 : 1.

13 Waakt, staat in het geloof, weest mannelijk en weest sterk.

14 Laat alles wat gij doet in de liefde geschieden!

15 Ik vermaan u nu, broeders, gij kent het huis van Stefanus, dat zij de eerstelingen zijn in Achaje, en zichzelve bestemd hebben tot den dienst der heiligen;

l Cor. l : 16.

16 dat gij ook den zoodanigen onderdanig zijt, en aan allen die medewerken en arbeiden.

17 Ik verblijd mij over de aankomst van Stefanas en Fortunatus en Achaïcus; want het gemis van u hebben zij mij vergoed;

18 want zij hebben mijnen en uwen geest verkwikt. Erkent dan de zoodanigen.

19 U groeten de gemeenten van Azië. U groeten zeer in den Heer Aquila en Priscilla, met de gemeente in hun huis. U groeten al de broeders.

Rom. 16 : 3—5. Hand. 18 : 2.

20 Groet elkander met den heiligen kus.

21 Ik, Paulus, groet u met mijne hand.

Col. 4 : 18. 2 Thess. 3 : 17.

22 Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij Anathema; Maranatha! (d.i.: die zij vervloekt, de Heer komt).

23 De genade van den Heere Jezus Christus zij met u!

24 Mijne liefde zij met u allen in Christus Jezus! Amen.

DE TWEEDE BRIEF VAN PAULUS AAN DE KORINTHIËRS.

Schrijver en adres.

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil Gods, en Timótheüs, de broeder, aan de gemeente Gods die te Korinthe is, met al de heiligen, die in geheel Achaje zijn:

2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en van den Heere Jezus Christus!

Troost in verdrukking.

3 Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheid en de God aller vertroosting,

4 die ons vertroost in al onze droefenis, opdat wij ook vertroos-

11 niemand minachte hem dan. Doet hem in vrede uitgeleide, opdat hij bij mij kome; want ik verwacht hem met de broeders.

12 Wat Apollos betreft, ik heb hem sterk aangespoord met de broeders tot u te gaan; maar hij heeft volstrekt geen lust mee te gaan en zal komen wanneer het hem goeddunkt.

13 Waakt, weest onwankelbaar in het geloof, weest manlijk en kloek.

14 Alwat gij doet geschiede in liefde.

15 Gij weet, broeders, dat het huis van Stefanus de eersteling van Achaje is en zich voor den" dienst der heiligen beschikbaar gesteld heeft;

16 zoo bid ik u dan, weest gij van uw kant onderdanig aan zulke menschen en aan allen die met hen arbeid en moeite deelen.

17 Ik verheug mij over de tegenwoordigheid van Stefanas, Fortunatus en Achaïcus; want zij hebben aangevuld wat gij te weinig gaaft;

18 zij toch hebben mijn geest en den uwen verkwikt. Houdt dan zulke menschen in waarde.

19 U groeten de gemeenten van Azië. Vele groeten in den Heer van Aquila en Prisca, met de gemeente die in hun huis vergadert.

20 U groeten alle broeders. Groet elkander met een heiligen kus.

21 Deze groet is eigenhandig van mij, Paulus.

22 Indien iemand den Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. Marana-tha.

23 De genade des Heeren Jezus zij met u.

24 Mijn liefde is met u allen in Christus Jezus.

DE TWEEDE BRIEF VAN PAULUS AAN DE KORINTHIËRS.

Begroeting en dankzegging. 1 Paulus, naar Gods wil een apostel van Christus Jezus, en broeder Timótheüs aan de gemeente Gods te Korinthe, en tevens aan al de heiligen in gansch Achaje:

2 genade en vrede zij u geschonken door God, onzen Vader, en van den Heer Jezus Christus.

3 Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jezus Christus, de Vader vol ontferming en de God die volkomen vertroosting geeft,

4 die ons troost in al onze verdrukking, zoodat wij hen die in