Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van velen; maar als van één: En uwen zade; hetwelk is Christus.

Gal. 3 : 8.

17 En dit zeg ik: Het verbond dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vier honderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

Gen. 15 : 13. Ex. 12 : 40. Hand. 7 : 6.

18 Want indien de erfenis uit de wet is, zoo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven.

Rom. 4 : 14.

Het doel der wet.

19 Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.

Joh. 15 : 22.

Rom. 4 : 15. 5 : 20. 7 : 8. Hand. 7 : 38, 53. Deut. 5 : 5. Joh. 1 : 17. Hand. 7 : 38.

20 En de Middelaar is niet Middelaar van éénen, maar God is één.

21 Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er eene wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zoo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.

22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de geloovigen zou gegeven worden.

Rom. 3 : 9. 11 : 32.

velen; maar, als van één: „En uwen zade", hetwelk is Christus.

Gen. 13 : 15.

17 Dit nu zeg ik: het verbond, dat door God te voren bevestigd is, wordt niet te niet gedaan om de belofte krachteloos te maken door de Wet, welke gegeven is vierhonderd en dertig jaren daarna.

Gen. 15 : 13. Ex. 12 : 40.

18 Want ware het, dat de erfenis door de Wet verworven werd, zoo werd zij niet door de belofte gegeven; maar God heeft haar Abraham door de belofte geschonken.

Het doel der Wet.

19 Wat zal dan de Wet? Zij is er bij gekomen om de zonden, totdat het zaad zou komen, aan hetwelk de belofte geschied is; en zij is beschikt van de Engelen door de hand des middelaars.

Hand. 7 : 53. Rom. 5 : 20.

20 De middelaar nu is niet middelaar van éénen, maar God is de éénige.

21 Is dan de Wet tegen Gods beloften? Dat zij verre! Want indien er eene Wet gegeven ware, die levend kon maken, zoo kwam de gerechtigheid waarlijk uit de Wet,

22 maar de Schrift heeft het alles besloten onder de zonde, opdat de belofte door het geloof in Jezus Christus dengenen, die gelooven, zou gegeven worden.

Rom. 11 : 32.

in het meervoud, maai': Aan uw zaad — in bet enkelvoud, dat is: Christus.

17 Nu beweer ik dit: Een beschikking die door God vooraf rechtskracht gekregen heeft kan door de wet, die na vierhonderd dertig jaar gekomen is, niet ongeldig gemaakt worden, zoodat de belofte zou zijn vervallen.

18 Want hing de erfenis aan de

wet, dan zou zrj niet meer van de belofte afhangen. God nu heeft haar aan Abraham goedgunstig geschonken door een belofte.

19 Wat beduidt dan de wet? Zij is er bijgevoegd om de overtredingen te vermeerderen, totdat het zaad dat de belofte heeft verkregen gekomen is; zij is voorgeschreven door engelen en gegeven door middel van een tusschenpersoon.

20 Een tusschenpersoon nu komt niet voor éen persoon op, en God is Eén.

21 Is dan de wet in strijd met de beloften Gods? Volstrekt niet. Want indien er een wet gegeven was in staat om leven te scheppen, dan zou de ware gerechtigheid inderdaad van een wet afhangen;

22 maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat de belofte door het geloof in Jezus Christus aan de geloovigen zou tendeelvallen.

23 Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.

24 Zoo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.

Matt. 5 : 17. Hand. 13 : 38. Rom. 10 : 4.

25 Maar als het geloof gekomen is, zoo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.

26 Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Jes. 56 : 5. Joh. 1 : 12.

Rom. 8 : 15. Gal. 4 : 5.

27 Want zoovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.

Rom. 6 : 3.

28 Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus. joh. 17 : 21.

29 En indien gij van Christus zijt, zoo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Gen. 21 : 12. Rom. 9 : 7. Hebr. 11 : 18.

Het Evangelie maakt vrij van de wet. 4 1 Doch ik zeg, zoo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zoo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles;

2 Maar hij is onder voogden en

23 Doch eer het geloof kwam, werden wij onder de Wet, als gevangenen, in bewaring gehouden tot het geloof, dat geopenbaard zou worden.

24 Alzoo is de Wet onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij door het geloof zouden rechtvaardig worden.

25 Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.

26 Want gij zijt allen Gods kinderen door het geloof in Christus Jezus.

27 Want zoovelen er van u in Christus gedoopt zijn, die hebben Christus aangetrokken.

Rom. 6 : 3.

28 Hier is geen Jood noch Griek, hier is geen knecht noch vrije, hier is geen man noch vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus.

29 Behoort gij nu aan Christus, zoo zijt gij immers Abrahams zaad, en naar de belofte erfgenamen. Rom. 9 : 8.

De aanneming tot kinderen.

1 Maar ik zeg, zoolang de erfgenaam een kind is, is er tusschen hem en een knecht geen onderscheid, hoewel hij een heer is van alles;

2 maar hij is onder voogden en

23 Voordat het geloof kwam werden wij onder de wet opgesloten, en in verzekerde bewaring gehouden voor het geloof dat zou geopenbaard worden;

24 zoodat de wet onze tuchtmeester geweest is om ons voor Christus te bewaren; opdat wij zouden gerechtvaardigd worden op grond van geloof.

25 Nu het geloof gekomen is, staan wij niet meer onder een tuchtmeester.

26 Want gij zijt allen zonen Gods in Christus Jezus door het geloof.

27 Immers, zoovelen gij door den doop met Christus zijt vereenigd hebt gij u met Christus bekleed.

28 Om het even of gij Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw zijt, gij allen zijt éen in Christus Jezus,

29 en als gij Christus toebehoort, dan zijt gij Abrahams zaad en volgens de belofte erfgenamen.

Wij zijn geen slaven, doch zonen; Hagar en Sara. Christelijke vrijheid. Besnijdenis van geen waarde.

1 Ik houd dit staande: Zoolang de erfgenaam onmondig is verschilt hij in niets van een slaaf; al is hij heer van alles,

2 hij staat toch onder voogden en

Sluiten